Inhoud | Navigatie | Zoeken | Service links |

Geplaatst op 4 mei 2009 door: Gerard van Pijkeren | 1 reacties | Reageer

Topinkomens

Topinkomens

De topinkomens zijn onderwerp van aanhoudende zorg. En in de meeste sectoren is het aan de orde, dus iedereen kan zijn zegje doen. Gisteren de woningbouw, morgen het onderwijs en vandaag de zorg. Om nog maar niet te spreken over interim-managers en adviseurs. Het kan niet op. Wanneer het de spuigaten uitloopt, wordt het gerepareerd met of zonder hulp van een minister. Reparaties die weer de vraag oproepen of de oplossing adequaat is of optisch. De commotie is (zeker in crisistijd) begrijpelijk en geeft links en rechts ook een aardige voedingsbodem om het ongenoegen electoraal te verzilveren. Maar of de incidentenpolitiek op termijn veel meer oplevert dan georganiseerd wantrouwen bij de burger is de vraag.

Transparantie

Het heeft er de schijn van dat de transparantie in de topinkomens voor het eerst kostendrukkend werkt in plaats van kostenopdrijvend. Want nog niet zo lang geleden was het weten en meten van het salaris van de conculega een goede reden om er een schepje bovenop te doen. Al was het maar omdat het gesignaleerde surplus in kwaliteit of kwantiteit in de honorering tot uitdrukking moest worden gebracht.

Balkenende-norm

In termen van oplossing is inmiddels de Balkenende-norm (komt het toch nog goed met de normen en waarden) de meest geopperde. Dat is 130 procent van het huidige salaris van een minister (adviescommissie Dijkstal). Maar om aan alle sectoren recht te doen, moeten er nog heel wat codes worden opgesteld en dat zal de nodige tijd in beslag nemen. En dan komt er over een paar jaar nog een wet 'Normering topinkomens in de (semi-)publieke sector'. Voorlopig blijft het aanmodderen en kan de Tweede Kamer maandelijks wel een vragenuurtje inruimen voor dit grote ongenoegen.

Cao’s ook voor topinkomens

Waarom doen we eigenlijk zo moeilijk? We hebben toch een systeem waarin werkgevers en werknemers in cao’s de arbeidsvoorwaarden, waaronder de salarissen, vastleggen? Een model waarin de relevante partijen naar goed gebruik in de polder tot afspraken komen? Wat is er op tegen om ook de honorering van bestuurders daarin op te nemen? Het meest gebruikte argument, dat bestuurders als onderhandelaar in een conflicterende positie terechtkomen, heeft misschien juist het voordeel dat hun honorering, en daarmee hun directe belang, niet los kan worden gemaakt van de arbeidsvoorwaarden voor de hele sector. Een beetje bescheidenheid kan geen kwaad. Door het in de cao’s een plaats te geven, hoeven we ook niet op zoek naar al dan niet aan Balkenende gerelateerde normen en codes.

Externen idem dito

En om alles maar in één keer te regelen, kan de cao ook worden benut voor het maken van afspraken over de honorering van externen. In de cao kunnen partijen gezamenlijk aanvullende afspraken (zogenaamde diagonale verplichtingen) maken. Als richtlijn zou gehanteerd kunnen worden dat een externe gehonoreerd wordt op het bruto niveau van de functie die hij invult, verhoogd met een kwart voor de lasten die hij als ondernemer zelf moet dragen. Een afspraak die er toe leidt dat het inhuren van externen ongeveer budgettair neutraal wordt.

Is die wet wel nodig?

In het debat over topinkomens maken partijen (vakbonden en werkgevers) geen gebruik van de mogelijkheden die ze hebben, om vervolgens hoog van de toren te blazen en met het vingertje te wijzen naar de politiek. Misschien is die wet wel helemaal niet nodig.

Gerard van Pijkeren

Trefwoorden

Blogs

Reacties (1)


  • #1.  Top Sanquin Bloedbank ondermijnt bloedvoorziening door graaicultuur!!



    Is het niet zo dat Sanquin Bloedbank zijn bestaansrecht voor de 100% te danken heeft aan de 400.000 bloed- en plasmadonoren in Nederland die gratis en vrijwillig bloed of plasma doneren??



    In 2007 heeft het donorenblad Bloedverwant uit zichzelf geen enkele aandacht besteed aan de commotie over de megasalarissen noch aan de oprichting van een nieuwe donorvereniging, de Landelijke Vereniging van Bloed- en plasmadonoren (LVB), die de kwestie van de megasalarissen aanzwengelde. De LVB vroeg ten slotte ruimte in Bloedverwant en kreeg een toezegging voor 150 woorden. Daarvan bleven vijf regels over en een adresverwijzing om contact op te nemen met de LVB werd weggelaten! In hetzelfde nummer wél een hele pagina voor dhr. Buunen, voorzitter van de RvB. Hij verdedigde zijn megasalaris door selectief te citeren uit een brief van de minister aan de Tweede Kamer. Buunen: ‘Sanquin heeft aansluiting gezocht bij de honorering van bestuursleden van Universitaire Medische Centra (UMC`s).’ Echter, het salaris van Buunen was niet alleen in 2006 maar ook in 2007 en 2008 een stuk hoger dan dat van bestuurs-voorzitters van de 4 grootste academische zienhuizen (UMC`s), zo blijkt uit onderzoek van de LVB. De meeste UMC`s hebben bovendien een veel grotere omzet, een groter personeelsbestand en een veel groter aantal wetenschappelijke publicaties. Zie: http://www.lvbdonoren.nl. Buunen sprak in Bloedverwant dus niet alleen voor zijn beurt (voordat de donoren via de aangekondigde enquête zich konden uitspreken, wekt Buunen de indruk dat zijn megasalaris ministeriële goedkeuring heeft), hij geeft ook verkeerde informatie (over de hoogte van zijn salaris in vergelijking met UMC`s).



    Representatieve donor-enquête?

    Sanquin zegt dat ze de donortevredenheid meet met een steekproef-enquête. Over de vragen in deze enquête is - ondanks keiharde toezeggingen - géén overleg geweest met de LVB en al evenmin met de Landelijke Donorraad (LDR). In juni 2008 kwam Sanquin met de resultaten van de donor-enquete. In de Tweede evaluatie Wet inzake bloedvoorziening in 2008 staat daarover: ‘Een opmerking is op zijn plaats over de methode van het onderzoek naar de mening van donoren. Onduidelijk is, of in de lijst wordt ingegaan op zaken die er voor donoren echt toedoen. Doorgaans leidt tevredenheidsonderzoek in de gezondheidszorg tot zeer hoge tevredenheidsscores. Er zijn kritischer onderzoeksmethoden beschikbaar, zoals gebruikt bij de CQ-index..’ Daar komt nog bij, dat onderzoek naar service-aspecten welhaast vanzelfsprekend leidt tot positieve uitkomsten. Immers, de blijvers zullen vooral de donoren zijn die zich thuis voelen bij de organisatie van Sanquin. De vraag is, of Sanquin voldoende aantrekkelijk zal zijn voor de op termijn benodigde nieuwe donoren. Dat wordt niet duidelijk met het huidige onderzoek naar de mening van donoren.


Schrijf zelf een reactie