Zorg thuis heeft de toekomst
De thuiszorg staat er niet goed op. Tekorten, omvallende organisaties, mislukte fusies, malafide leveranciers, verliesgevende tarieven, veel gedoe met de eigen bijdrageregeling, competentiediscussies tussen overheden, gefrustreerde zorgverleners, in de steek gelaten cliënten en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Van verzuiling naar professionalisering
Twintig jaar geleden werden de gezinsverzorging en het kruiswerk min of meer door de overheid verplicht de handen ineen te slaan. Een verandering met – maar dat is van alle tijden – voor- en tegenstanders. Zou de natuurlijke samenwerking tussen de wijkverpleegkundige, de huisarts en niet te vergeten het consultatiebureau niet teloor gaan? Was deze bundeling niet de mogelijkheid de zorg te professionaliseren en in te spelen op de behoefte de zorg achter de voordeur goed op elkaar af te stemmen? En op de achtergrond – maar niet onbelangrijk – speelde met het oog op de op stapel staande Kaderwet Specifiek Welzijn nog de discussie of de gemeenten of het rijk het voor het zeggen moesten krijgen. Hoe het ook zij: het lokale kruiswerk en instellingen voor gezinszorg – veelal nog verzuilde organisaties – werden thuiszorginstellingen lokaal of regionaal georganiseerd en gefinancierd uit de AWBZ.
Van aanbod naar vraagsturing
Pakweg tien jaar geleden was zorg buiten de muren een dominant thema in de zorg. De zorg binnen de muren in verpleeg- en verzorgingshuizen zou zijn langste tijd gehad hebben. Van intra- naar extramuraal. De behoefte aan het zolang mogelijk thuis – steeds meer het eigen huis – wonen, moest gehonoreerd worden. Alleen wanneer de kwaliteit van de zorg thuis in het geding was of de kosten niet meer in verhouding zouden staan met de geboden zorg, zou intramuraal (zorg met verblijf) de oplossing zijn. Daarmee werd de zorg ingebed in de kwaliteit van leven en het compenseren van beperkingen als gevolg van een handicap, chronische ziekte of het klimmen der jaren. De afgelopen jaren heeft de extramurale zorg een enorme vlucht genomen. Allerlei zorgvormen thuis of dicht bij huis toegesneden op maat van de specifieke omstandigheden van de cliënt. Vraagsturing in optima forma in plaats van de vermaledijde aanbodsturing.
Zorg thuis-concept aan succes ten onder?
Moeten we over zorg thuis als concept in de verleden tijd spreken? Gaat het concept van zorg buiten de muren aan zijn eigen succes ten onder? Is het nog beheersbaar, zowel in termen van misbruik als van kosten? Krijgen overheden en organisaties het nog voor elkaar de samenhang – eerste lijn, wonen, welzijn, werken, jeugd en noem maar op – te organiseren? Draagt marktwerking bij aan investering in zorg thuis of staat korte termijn winst daarin voorop? Kunnen organisaties groter, grootst nog ondergeschikt maken aan beter, best?
Voldoende vragen om vraagtekens te zetten bij de houdbaarheid van zorg thuis als collectief goed of –al was het maar sluipend- terug te keren naar de aanbodsturing met zorg binnen de muren als beheersbaar vehikel. Toch zal dat niet gebeuren. Om reden dat de samenleving dat niet wil. Burgers willen zolang mogelijk zelfstandig zijn en meedoen. En daarom heeft zorg thuis de toekomst en het zou jammer zijn wanneer dat alleen geldt voor de burger die zich dat financieel kan permitteren.
Solidariteit en verantwoordelijkheid
Om de toekomst van de zorg thuis te borgen is het wel nodig de vragen die beantwoord moeten worden in een context te plaatsen. Een tweetal begrippen zijn daarin onmisbaar.
De eerste is solidariteit. Solidariteit tussen mensen en op systeemniveau. De solidariteit tussen mensen is er in de praktijk van alle dag volop. Zorg in het gezin en door de familie, burenhulp, vrijwilligerswerk, et cetera. Op systeemniveau begint de solidariteit met het faciliteren van het genoemde steunsysteem met mantelzorgers en vrijwilligers. Dag- en weekendopvang, deeltijd zorg-ww, etc. Maar ook inkomenssolidariteit. In premies en eigen bijdragen en het stimuleren van inzet van private gelden voor zorgarrangementen boven het collectief geregelde niveau. Die solidariteit kent zijn grenzen, maar die staat het meest onder druk, wanneer de indruk bestaat dat de sector niet deugt.
De tweede –niet minder belangrijk- is verantwoordelijkheid. Te beginnen met het honoreren van de verantwoordelijkheid van het steunsysteem. Zorg thuis is niet alleen geïndiceerde zorg, maar ook dat ‘wat de hand vindt om te doen’ en wie weten beter dan mantelzorgers en vrijwilligers wat dat is. En het aanspreken van de verantwoordelijkheid van de dienst- en zorgverlener. Die weet in gesprek met de cliënt wat er vandaag en morgen nodig is. Die kan schakelen met huisartsen, buurtwerkers en andere collega’s. Een verantwoordelijkheid, die ruimte vergt om te handelen binnen de toegekende (geïndiceerde) dienst- en zorgverlening. Die ruimte is niet gediend met pakketjes en producten, maar met schuifmogelijkheden. Dat is niet ingewikkeld en zelfs minder ingewikkeld. Die verantwoordelijkheid zet aan tot denken en doen, want zorg is meer dan geprotocolleerd handen laten wapperen.
Trefwoorden
- Bekeken (2176)
- Reacties (1)








