Inhoud | Navigatie | Zoeken | Service links |

Geplaatst op 16 juli 2009 door: Robbert Huijsman | 6 reacties | Reageer

Welkom bij het CIZ

Welkom bij het CIZ

Sinds 1 juni werk ik bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) als directeur van het nieuwe CIZ Kennisinstituut, naast één dag hoogleraar integraal zorgmanagement in Rotterdam. Over deze overstap zijn heel wat vragen gesteld, deels uit oprechte nieuwsgierigheid, maar vaak met meewarige ondertoon: “Wat ga jij daar nou doen?”

Imagoprobleem

Laten we eerlijk zijn, het imago van het CIZ lijkt niet best. Maar wie beter kijkt, en dat ontdekte ik zelf in de eerste weken, ziet een uiterst gedreven organisatie, met keihard werkende en professionele indicatiestellers en medewerkers die met hart en ziel goede oplossingen voor kwetsbare cliënten willen realiseren. Zij geloven in het maatschappelijk doel van het CIZ en bevragen de organisatie op de juiste faciliteiten en beslissingen om dat te realiseren. Zo’n belangrijke poortwachter tot de langdurige zorg is een uiterst relevante en interessante plek om bij te dragen aan de maatschappelijke doelen om de juiste zorg op de juiste plaats te krijgen.

Verschillende petten

Juist de afgelopen weken stond het CIZ volop in de schijnwerpers, met uitzendingen van Netwerk, drie debatten in de Tweede Kamer over de toekomst van de AWBZ en de rol van indicatiestelling, PGB en zorgkantoren. Dat gebeurde allemaal in de derde week van mijn nieuwe bestaan, waarbij ik aan het eind van die week ook nog door dezelfde Kamercommissie werd gehoord over Meavita en de thuiszorg. Deze keer als expert met bijna 25 jaar onderzoekservaring. In deze column mijn eerste ervaringen, balancerend tussen mijn onafhankelijke rol als hoogleraar en columnist en mijn rol als directielid van een publieke uitvoeringsorganisatie met een hoog en kwetsbaar politiek profiel.

De opdracht

Bij het CIZ mag ik een kennisinstituut gaan opbouwen met twee grote doelen. De eerste opdracht is om met een club onderzoekers goede analyses te maken van de bestaande gegevens van vijf jaar indicatiestelling. Ik noem dit gekscherend het CIZ datakerkhof van supergrote bestanden (circa 4,5 miljoen indicaties) bordenvol informatie over aanvragen, zorgbehoeften en indicatiebesluiten. Daar likt iedere onderzoeker zijn vingers bij af! Hiermee kunnen we overheid, zorgverzekeraars, NZa en allerlei veldpartijen helpen aan een veel beter inzicht in bijvoorbeeld ontwikkelingen in de zorgvraag, cliëntprofielen en zorgcarrières of de effecten van beleidsmaatregelen.

Vernieuwing indicatiestelling

De tweede opdracht is de verbetering en vernieuwing van indicatiestelling. Het vak van indicatiestelling verdient verdere professionalisering met zaken als intervisie, beslissingsondersteunende instrumenten, toetsing van uitkomsten, en ontwikkeling tot eigen beroepsgroep (onder meer certificering). Dit moet er voor zorgen dat de CIZ-missie van objectieve, integrale en onafhankelijke indicatiestelling transparant wordt in maat en getal en stuurbaar via kwaliteitsmanagement. Nog spannender is dat we proefondervindelijk allerlei kleinere en grotere veranderingen in het indicatieproces zelf gaan ontwikkelen en doorvoeren. Denk aan pre-adviezen door gecertificeerde zorgaanbieders, nieuwe rolverdelingen met andere beroepsgroepen als casemanagers en wijkverpleegkundigen, indicatiestelling vanuit gezondheidscentra, transferafdelingen in ziekenhuizen e.d. Ook denken we voor bepaalde groepen aan digitale zelfindicatie, vergelijkbaar met webbased oplossingen van de UWV, belastingdienst of Bol.com.

Spanningen

Zo langzamerhand begint u vast te zien dat hier een spannende opdracht ligt. De functie als objectieve poortwachter tot de langdurige zorg wordt alleen maar belangrijker door vergrijzing en lastendruk. Daar hoort enige rationele bureaucratie bij, in de oorspronkelijk Weberiaanse betekenis van een samenhangend geheel van regels en procedures, rechten en plichten, in een doelmatige hiërarchie van taken, competenties, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Te veel bureaucratie is voor niemand goed, ook niet voor professionele indicatiestellers. Maar “we” hebben het in Nederland wel erg ingewikkeld gemaakt in de keten van aanvraag (klant), beoordeling (indicatiesteller), toewijzing (zorgkantoor), uitvoering (hulpverlener) en financiering (overheid, NZa, zorgkantoor, al dan niet via PGB). En het ritselt van de zich stapelende en wijzigende beleidsregels, aanwijzingen, richtlijnen, standaarden en protocollen.

Norm voor fouten

Dit is inderdaad niet goed meer uit te leggen, zelf soms niet meer aan onze eigen indicatiestellers, laat staan aan cliënten en het TV-kijkend publiek. Uitzendingen als die van Netwerk richten de focus op de negatieve cases, vinden het systeem te ingewikkeld en besluiten dan maar om het helemaal niet meer te (laten) uitleggen. Met bijna één miljoen indicaties per jaar is de statistische kans dat het honderd keer mis gaat met meer of minder ernstige gevolgen voor het individu 0,01 procent! Wat is de norm, nul procent fouten zie je nergens?! Vergelijk het eens met decubitus. Dat lag ruim boven tien procent en stuit ook bij heel intensieve meerjarige verbeterprogramma’s op een kritische ondergrens van twee tot vier procent.

Incomplete verhalen en halve waarheden

Hoe schrijnend ook het individuele geval kan uitpakken – en dat is niet licht te bagatelliseren – incomplete verhalen en halve waarheden helpen niemand verder. Het is dan gemakkelijk roepen dat indicatiestelling weer terug moet worden gegeven aan de professionals, dat levert al snel politieke goodwill op. Maar niemand heeft concrete voorstellen hoe dat er dan moet uitzien, bijvoorbeeld bij 8.500 huisartsen, 23.000 verpleegkundigen, 200 gezondheids¬centra, 250 thuiszorgorganisaties, 1.100 verzorgingshuizen, 350 verpleeghuizen, 100 ziekenhuizen, 70 GGZ-instellingen en ga zo maar door. Dat was immers ook de situatie tien jaar geleden, toen we begonnen met de Regionale Indicatie Organen in handen van de toen nog 600 gemeenten, naar aanleiding van een advies van de NRV (voorloper RVZ). Voor mij is nu overigens de cirkel rond, want ik was lid van die NRV-commissie uit 1994, ik deed onderzoek naar de totstandkoming van de RIO’s in 1997 en 1998 en werd toen ook lid van het team dat met staatssecretaris Vliegendhart kwam tot modernisering van de AWBZ (Zicht op Zorg).

Gebrek aan inzicht

Toen hadden we helemaal geen zicht op de inhoud, resultaten en kosten van indicatiestelling in allerlei voorzieningen, versnipperd over stukjes van het hele aanbod en gespleten door allerlei deelbelangen bij sectorgebonden aanbieders, financiers en de klanten zelf. Willen we daarheen terug? Kennen de huidige politici de klassiekers uit deze historie, als ze nu in het heetst van het politieke hoogseizoen oordelen over de AWBZ, het PGB, de zorgkantoren en het CIZ? Ik wil ze graag uitnodigen om dat in alle rust eens met elkaar door te nemen, met feiten en onderzoeksgegevens er bij.

Eén enkel CIZ

Eén enkel CIZ is dan zo gek nog niet, om te zorgen voor objectieve en onafhankelijke kappen voor gelijke monniken. Nieuwe schotten tussen AWBZ, WMO, ziektekostenverzekering, jeugdzorg e.d. maken overigens het derde CIZ-doel van integrale indicatiestelling steeds moeizamer. De klantvragen laten zich niet opknippen langs deze sjablonen van ons stelsel, opknippen in deeltjes vermindert de creativiteit van de oplossingen en de samenhang in de totale zorg- en dienstverlening. Vooral voor de kwetsbare groepen, die zelf door de bomen het bos niet zien en voor wie zelfsturing een vage abstractie is.

SMART-eisen stellen

Overheid, spreek je uit over de bedoeling met onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling. Stel SMART-eisen aan de inhoud en randvoorwaarden van ons werk en plaats die in een stabiel lange termijn perspectief. Dat zouden indicatiestellers reëel en prettig vinden, maar helpt vooral die honderdduizenden klanten en professionals in het veld. Dan moet het CIZ dat ook echt gaan waarmaken, want natuurlijk is er nog veel te verbeteren aan de inhoud en logistiek van indicatiestelling. Het kan niet alleen beter en sneller, maar ook anders en slimmer, en bovendien transparanter op proces en resultaat.

Het 'kleine' en 'grote' geld

Het ultieme resultaat is de effectiviteit en doelmatigheid van de realisatie van geïndiceerde zorg. Het CIZ wil gaan aantonen dat met “het kleine geld” van indicatiestellen (circa 150 miljoen voor bijna één miljoen indicaties per jaar) heel goed sturing wordt gegeven aan “het grote geld” van de AWBZ (23 miljard euro per jaar) en de uitdijende Wmo, jeugdzorg en andere aanpalende domeinen in de langdurige zorg- en dienstverlening. U begrijpt het al, het CIZ is een uitdagende plek om deze ambities te realiseren, in een uiterst dynamische omgeving, waarvoor nog heel veel goed werk is te doen!

Robbert Huijsman

Trefwoorden

Blogs

Reacties (6)


  • Post, D.

    17/07/2009

    #1.  Inderdaad is er veel te doen om de indicatiestelling, zoals die zich nu voordoet, maatschappelijk aanvaardbaar te maken. Vanuit het veld is er enorme weerstand tegen de manier waarop nu de indicatiestelling plaatsvindt.



    Kijken we terug dan stamt deze onafhankelijke indicatiestelling uit het advies van de commissie-Welschen, de commissie Modernisering Ouderenzorg. Als lid van die toenmalige commissie ageerde bij de beslutivorming al tegen de te grote regio's die Welschen voorstelde om te komen tot indicatieorganen. Hij wilde regio's van 80.000 inwoners per gebied, terwijl een aantal mensen in de commissie, waaronder mijn persoon, veel kleinere regio's voorstonden. Een Centraal orgaan was helemaal niet im Frage omdat dit volgens velen op een te grote afstand van de burger zou staan. De politiek besliste anders en wilde groot en groter zoals we alles groter wileln hebben in de hudieg maatschappij.

    We refereeerden aan de toenmalige indicatiestelling die op het gebied van thuiszorg door de professionals werd gedaan. De gemeentelijke indicatieorganen functioneerden toen voor indicatiestelling voor de bejaardenoorden en later ook voor de verpleeghuizen. Wat die laatste betreft werd dat eerst gedaan door de professionals zelf. In de de tijd dat ik bij het ziekenfonds werkte heb ik nooit een foute indicatie gezien: het ging uitstekend en we controleerden als adviserend geneeskundigen die indicatiestelling en praten erover met de artsen in het verpleeghuis. Niets mis mee. Helemaal geen bureaucratie en het liep op rolletjes.

    Mijn idee zou dan ook zijn om inderdaad eens weer te gaan onderzoeken of voor een groot deel de indicatiestelling weer naar de professional terug kan. Immers daar worden geen grote fouten gemaakt. Voor complexe zeken zouden experts kunnen worden geraadpleegd als een soort tweede-lijnsindicatiestellers.

    Weer even back to basis zou geen slechte zaak zijn.



    Prof. dr. Doeke Post, em hoogleraar Sociale Geneeskunde

  • drs. Slijkhuis

    17/07/2009

    #2.  Vanuit de eerstelijnspraktijk komt ook een ander verhaal: het voorbeeld van de huisarts die tegen zijn assistente zegt: ......."bel i.v.m. patient X ook even met het CIZ: zij weten soms wel andere oplossingen of andere mogelijkheden..........Met name door het toenemen van comorbiditeit wordt de zorg die men nodig heeft steeds ingewikkelder: wat voor de ene ziekte een indicatie is kan voor de andere aandoening een contra-indicatie kan zijn. (Terwijl beide aandoeningen zich in één en dezelfde persoon manifesteren)



    Met andere woorden het CIZ / indicatiestelling draagt bij aan een groot goed: passende zorg, die beantwoordt aan de vraag van de patient (vraaggestuurde zorg). Zo ook in de forensische zorg.

    Indicatiestelling is niet alleen maar lastig: het biedt ook kansen voor patienten, het dwingt de zorgaanbieder om die zorg te verlenen die de patiënt nodig heeft (niet meer en niet minder)en het geeft inzicht in de kosten die gemaakt worden.



    Annet Slijkhuis

    Hoofd Indicatiestelling Forensisiche Zorg/ NIFP

    P.S. Daarnaast speelt bij de forensische indicatiestelling ook het niveau van beveiliging een rol, dat ook voor de gehele samenleving van belang is.

  • Frans D

    20/07/2009

    #3.  Al heb ik kritiek op het CIZ, ik ben onder de indruk van het enthousiasme die uitstraalt van dit blog.

    Ik ben echter niet geïnterresseerd in de interne organisatorische problemen. Ik zie dat cliënten stuk lopen op de burocratie. Er is geen effectieve besluitvorming door capable mensen. Het zou goed zijn om intern onderzoek te doen naar het aantal keren dat er rond een besluit inhoudelijke heroverweging wordt aangevraagd. Hoe vaak zijn de CIZ-ambtenaar en de cliënt het in een keer eens? Ik ben benieuwd naar de wachtijden van elke aanvraag. (conform de treeknormen?) Vernieuwing van de indicatiestelling: liever niet opnieuw nostalgisch lange vragenlijsten. Wie ooit gewerkt heeft met en voor geestelijk gehandlicapten en/of ouderen en/of zorgmijders (psychiatrie), kent de tijd die nodig is om tot een volledige aanvraag te komen. Hier werkt nooit een web-based programma. Hier gaan dure uren van behandelaren in zitten, die na het indicatiebesluit, te vaak hun aanvraag opnieuw moeten toelichten om de juiste zorg toegewezen te krijgen. Hoe schrijf je die benodigde tijd dan weer weg in een DBC? Als er vernieuwing komt: breng alles dicht bij de uitvoerende (materiedeskundige) zorg en kom niet elke 2 jaar met weer een nieuw formulier aan. Alleen hierdoor is een imagoverbetering mogelijk. Mogelijk straalt het enthousiasme dan ook uit naar het werkveld. We hopen maar.

    Frans D.

    Verpleegkundige en Kwaliteitsadviseur in de GGZ

  • Janssen

    20/07/2009

    #4.  Hoewel ik het CIZ inmiddels al 2 1/2 jaar geleden (na 61/2 jaar dienstverband) vaarwel heb gezegd, onderschrijf ik de strekking:"het CIZ is een organisatie waar hardwerkende professionals werken". En niet alleen dat: ik heb meerdere goede voorbeelden gezien van het effect van indicatiestelling, wat bijvoorbeeld te denken van de wachtlijsten voor verzorgingshuizen; deze verdwenen en er bleek zelfs een overschot aan bedden toen de lijsten door het CIZ zijn opgeschoond.

    Een prima idee om de databank van CIZ te ontsluiten. En prima om nog verder te professionaliseren. De wetgeving is complex en (te) snel veranderend. Nu na 21/2 jaar is mijn kennis van toen al meermaals achterhaald door de feiten en dat vind ik voor de gemiddelde zorgverlener zorgwekkend. Op dat vlak is rust nodig, dan kan het CIZ ook haar werk goed doen.

  • OyjQEoFa

    28/02/2011

    #5.  M2NPlW <a href="http://kmimbckiopmm.com/">kmimbckiopmm</a>, [url=http://dhlyklcpfzvo.com/]dhlyklcpfzvo[/url], [link=http://xrhmmpgxusgk.com/]xrhmmpgxusgk[/link], http://fsevwprhhxtq.com/

  • GyyMeRyDWWhiGNf

    01/03/2011

    #6.  x3csBk <a href="http://graxltogdghm.com/">graxltogdghm</a>, [url=http://cujtmbhkadwh.com/]cujtmbhkadwh[/url], [link=http://xummhjhfpysv.com/]xummhjhfpysv[/link], http://szjzxtenizpa.com/


Schrijf zelf een reactie