Welkom bij het CIZ
Sinds 1 juni werk ik bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) als directeur van het nieuwe CIZ Kennisinstituut, naast één dag hoogleraar integraal zorgmanagement in Rotterdam. Over deze overstap zijn heel wat vragen gesteld, deels uit oprechte nieuwsgierigheid, maar vaak met meewarige ondertoon: “Wat ga jij daar nou doen?”
Imagoprobleem
Laten we eerlijk zijn, het imago van het CIZ lijkt niet best. Maar wie beter kijkt, en dat ontdekte ik zelf in de eerste weken, ziet een uiterst gedreven organisatie, met keihard werkende en professionele indicatiestellers en medewerkers die met hart en ziel goede oplossingen voor kwetsbare cliënten willen realiseren. Zij geloven in het maatschappelijk doel van het CIZ en bevragen de organisatie op de juiste faciliteiten en beslissingen om dat te realiseren. Zo’n belangrijke poortwachter tot de langdurige zorg is een uiterst relevante en interessante plek om bij te dragen aan de maatschappelijke doelen om de juiste zorg op de juiste plaats te krijgen.
Verschillende petten
Juist de afgelopen weken stond het CIZ volop in de schijnwerpers, met uitzendingen van Netwerk, drie debatten in de Tweede Kamer over de toekomst van de AWBZ en de rol van indicatiestelling, PGB en zorgkantoren. Dat gebeurde allemaal in de derde week van mijn nieuwe bestaan, waarbij ik aan het eind van die week ook nog door dezelfde Kamercommissie werd gehoord over Meavita en de thuiszorg. Deze keer als expert met bijna 25 jaar onderzoekservaring. In deze column mijn eerste ervaringen, balancerend tussen mijn onafhankelijke rol als hoogleraar en columnist en mijn rol als directielid van een publieke uitvoeringsorganisatie met een hoog en kwetsbaar politiek profiel.
De opdracht
Bij het CIZ mag ik een kennisinstituut gaan opbouwen met twee grote doelen. De eerste opdracht is om met een club onderzoekers goede analyses te maken van de bestaande gegevens van vijf jaar indicatiestelling. Ik noem dit gekscherend het CIZ datakerkhof van supergrote bestanden (circa 4,5 miljoen indicaties) bordenvol informatie over aanvragen, zorgbehoeften en indicatiebesluiten. Daar likt iedere onderzoeker zijn vingers bij af! Hiermee kunnen we overheid, zorgverzekeraars, NZa en allerlei veldpartijen helpen aan een veel beter inzicht in bijvoorbeeld ontwikkelingen in de zorgvraag, cliëntprofielen en zorgcarrières of de effecten van beleidsmaatregelen.
Vernieuwing indicatiestelling
De tweede opdracht is de verbetering en vernieuwing van indicatiestelling. Het vak van indicatiestelling verdient verdere professionalisering met zaken als intervisie, beslissingsondersteunende instrumenten, toetsing van uitkomsten, en ontwikkeling tot eigen beroepsgroep (onder meer certificering). Dit moet er voor zorgen dat de CIZ-missie van objectieve, integrale en onafhankelijke indicatiestelling transparant wordt in maat en getal en stuurbaar via kwaliteitsmanagement. Nog spannender is dat we proefondervindelijk allerlei kleinere en grotere veranderingen in het indicatieproces zelf gaan ontwikkelen en doorvoeren. Denk aan pre-adviezen door gecertificeerde zorgaanbieders, nieuwe rolverdelingen met andere beroepsgroepen als casemanagers en wijkverpleegkundigen, indicatiestelling vanuit gezondheidscentra, transferafdelingen in ziekenhuizen e.d. Ook denken we voor bepaalde groepen aan digitale zelfindicatie, vergelijkbaar met webbased oplossingen van de UWV, belastingdienst of Bol.com.
Spanningen
Zo langzamerhand begint u vast te zien dat hier een spannende opdracht ligt. De functie als objectieve poortwachter tot de langdurige zorg wordt alleen maar belangrijker door vergrijzing en lastendruk. Daar hoort enige rationele bureaucratie bij, in de oorspronkelijk Weberiaanse betekenis van een samenhangend geheel van regels en procedures, rechten en plichten, in een doelmatige hiërarchie van taken, competenties, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Te veel bureaucratie is voor niemand goed, ook niet voor professionele indicatiestellers. Maar “we” hebben het in Nederland wel erg ingewikkeld gemaakt in de keten van aanvraag (klant), beoordeling (indicatiesteller), toewijzing (zorgkantoor), uitvoering (hulpverlener) en financiering (overheid, NZa, zorgkantoor, al dan niet via PGB). En het ritselt van de zich stapelende en wijzigende beleidsregels, aanwijzingen, richtlijnen, standaarden en protocollen.
Norm voor fouten
Dit is inderdaad niet goed meer uit te leggen, zelf soms niet meer aan onze eigen indicatiestellers, laat staan aan cliënten en het TV-kijkend publiek. Uitzendingen als die van Netwerk richten de focus op de negatieve cases, vinden het systeem te ingewikkeld en besluiten dan maar om het helemaal niet meer te (laten) uitleggen. Met bijna één miljoen indicaties per jaar is de statistische kans dat het honderd keer mis gaat met meer of minder ernstige gevolgen voor het individu 0,01 procent! Wat is de norm, nul procent fouten zie je nergens?! Vergelijk het eens met decubitus. Dat lag ruim boven tien procent en stuit ook bij heel intensieve meerjarige verbeterprogramma’s op een kritische ondergrens van twee tot vier procent.
Incomplete verhalen en halve waarheden
Hoe schrijnend ook het individuele geval kan uitpakken – en dat is niet licht te bagatelliseren – incomplete verhalen en halve waarheden helpen niemand verder. Het is dan gemakkelijk roepen dat indicatiestelling weer terug moet worden gegeven aan de professionals, dat levert al snel politieke goodwill op. Maar niemand heeft concrete voorstellen hoe dat er dan moet uitzien, bijvoorbeeld bij 8.500 huisartsen, 23.000 verpleegkundigen, 200 gezondheids¬centra, 250 thuiszorgorganisaties, 1.100 verzorgingshuizen, 350 verpleeghuizen, 100 ziekenhuizen, 70 GGZ-instellingen en ga zo maar door. Dat was immers ook de situatie tien jaar geleden, toen we begonnen met de Regionale Indicatie Organen in handen van de toen nog 600 gemeenten, naar aanleiding van een advies van de NRV (voorloper RVZ). Voor mij is nu overigens de cirkel rond, want ik was lid van die NRV-commissie uit 1994, ik deed onderzoek naar de totstandkoming van de RIO’s in 1997 en 1998 en werd toen ook lid van het team dat met staatssecretaris Vliegendhart kwam tot modernisering van de AWBZ (Zicht op Zorg).
Gebrek aan inzicht
Toen hadden we helemaal geen zicht op de inhoud, resultaten en kosten van indicatiestelling in allerlei voorzieningen, versnipperd over stukjes van het hele aanbod en gespleten door allerlei deelbelangen bij sectorgebonden aanbieders, financiers en de klanten zelf. Willen we daarheen terug? Kennen de huidige politici de klassiekers uit deze historie, als ze nu in het heetst van het politieke hoogseizoen oordelen over de AWBZ, het PGB, de zorgkantoren en het CIZ? Ik wil ze graag uitnodigen om dat in alle rust eens met elkaar door te nemen, met feiten en onderzoeksgegevens er bij.
Eén enkel CIZ
Eén enkel CIZ is dan zo gek nog niet, om te zorgen voor objectieve en onafhankelijke kappen voor gelijke monniken. Nieuwe schotten tussen AWBZ, WMO, ziektekostenverzekering, jeugdzorg e.d. maken overigens het derde CIZ-doel van integrale indicatiestelling steeds moeizamer. De klantvragen laten zich niet opknippen langs deze sjablonen van ons stelsel, opknippen in deeltjes vermindert de creativiteit van de oplossingen en de samenhang in de totale zorg- en dienstverlening. Vooral voor de kwetsbare groepen, die zelf door de bomen het bos niet zien en voor wie zelfsturing een vage abstractie is.
SMART-eisen stellen
Overheid, spreek je uit over de bedoeling met onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling. Stel SMART-eisen aan de inhoud en randvoorwaarden van ons werk en plaats die in een stabiel lange termijn perspectief. Dat zouden indicatiestellers reëel en prettig vinden, maar helpt vooral die honderdduizenden klanten en professionals in het veld. Dan moet het CIZ dat ook echt gaan waarmaken, want natuurlijk is er nog veel te verbeteren aan de inhoud en logistiek van indicatiestelling. Het kan niet alleen beter en sneller, maar ook anders en slimmer, en bovendien transparanter op proces en resultaat.
Het 'kleine' en 'grote' geld
Het ultieme resultaat is de effectiviteit en doelmatigheid van de realisatie van geïndiceerde zorg. Het CIZ wil gaan aantonen dat met “het kleine geld” van indicatiestellen (circa 150 miljoen voor bijna één miljoen indicaties per jaar) heel goed sturing wordt gegeven aan “het grote geld” van de AWBZ (23 miljard euro per jaar) en de uitdijende Wmo, jeugdzorg en andere aanpalende domeinen in de langdurige zorg- en dienstverlening. U begrijpt het al, het CIZ is een uitdagende plek om deze ambities te realiseren, in een uiterst dynamische omgeving, waarvoor nog heel veel goed werk is te doen!
Robbert Huijsman
Trefwoorden
- Bekeken (3559)
- Reacties (6)








