Bestuurlijke obesitas
Het Financieel Dagblad opende vandaag op de voorpagina met de kop “Brinkman faalde bij Philadelphia”. Het is de bel voor de volgende ronde in het debat over governance, de verantwoordelijkheid van bestuurder en toezicht. Het College Sanering Zorginstellingen onderzocht op verzoek van de staatssecretaris de situatie bij Stichting Philadelphia Zorg. Het rapport ging deze week naar de Tweede Kamer, dat daarover volgende week debatteert. Hoe zal de politiek inspelen op deze casus, in het licht van het sentiment tegen schaalvergroting, de uitwassen van marktwerking, “de graaiende bestuurders” en de economische crisis? Maar vooral te midden van de uiteenlopende opvattingen over de positie van autonome partijen op de markt, de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen politiek, veld en toezicht. Er zijn geen simpele reacties op deze materie, waak voor makkelijke politieke retoriek, de zorg verdient een veel bedachtzamer ontwikkeling van spelregels en toerusting.
The verdict
Volgens het CSZ is de situatie buitengewoon zorgelijk en staat de organisatie aan de rand van de financiële afgrond: “een duidelijk geval van bestuurlijke obesitas waarbij hoeveelheid en grootte van de porties belangrijker waren dan inhoud of smaak”. In prachtig proza maar weinig analytisch geeft het CSZ haar oordeel: “Naar onze stellige indruk heeft men als organisatie/Raad van Bestuur niet de juiste prioriteiten gesteld en daarmee zaken niet goed op orde gehad. Cultuurfilosofisch zou dit gedrag geduid kunnen worden als ‘ik wil het hier en ik wil het nu’ (I want it here and I want it now).
Groter groeien
Volgens het CSZ heeft de Raad van Bestuur verzuimd de juiste prioriteiten te stellen. Discussies over strategische keuzes en de verwezenlijking daarvan binnen de gewone bedrijfsvoering kwamen al nauwelijks aan bod; daarvoor waren vijf andere managementlagen verantwoordelijk. Groter groeien stond centraal. De bestuurlijke, juridische en economische samenvoegingen riepen samen met (het gebrek aan) de inhoudelijke congruentie/synergie vele vragen op die blijkbaar de competenties van de Raad van Bestuur te boven gingen en die vanuit het toezicht door de Raad van Commissarissen onvoldoende geadresseerd werden. De Raad van Bestuur was meer geïnteresseerd in de ‘speeltjes’ zoals onroerend goed en bijzondere projecten dan in de gewone bedrijfsvoering, aldus het CSZ. De bestuurlijke fusie tot Espria had het logisch gevolg van deze ontwikkeling moeten zijn en moest de kroon op het werk worden. Het CSZ betwijfelt of deze belofte wordt waargemaakt, maar stelt expliciet dat er geen verband is tussen de vorming van Espria en de interne problemen bij Philadelphia. Wel worden inmiddels weer onderdelen gedefuseerd. Het herstelplan met als rode draad “back to our roots” krijgt de goedkeuring van het CSZ, maar nog even niet van de OR en vakbonden. Het CSZ pleit voor extra toezicht op bestuurders en toezichthouders.
De lange weg
Toezicht op toezicht stapelen, is dat nu echt de weg? Politiek, pas op voor machotaal en simplistisch debat. Sinds de commissie Meurs zijn we al weer bijna tien jaar in debat over bestuur en toezicht in de zorg. Structureel, open en verkennend debat is de juiste weg, zeker als daar deugdelijke ontwerp, analyse en monitoring aan toegevoegd wordt. Maar simplificering en politisering krijgen steeds weer de overhand. Dat leidt tot incidentenpolitiek, bestuurlijke drukte en politiek toneel. Er worden codes, checklists, prestatie-indicatoren en competentieprofielen opgesteld, maar deze rationalisering van bestuur en toezicht is eenzijdige window dressing. Besturen en toezicht houden is een vak dat je je moet eigen maken door scholing, oefening, begeleiding en coaching. Gun de zorg goed management, investeer in de kwaliteit en niet in de kwantiteit van bestuur en toezicht!
Robbert Huijsman
Trefwoorden
- Bekeken (1702)
- Reacties (1)












