Gaat het nieuwe kabinet de zorg ontregelen?
VVD, CDA en PVV onderhandelen over een regeerakkoord. De zorgsector is daarbij een belangrijk thema. Er wordt momenteel veel aandacht besteed aan de vermeende verschillen in opvatting tussen de partijen, zoals over de ouderenzorg. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen de verkiezingsprogramma’s, bijvoorbeeld ten aanzien van de aanpak van bureaucratie, een focus op de vraag vanuit de cliënt of patiënt en een herwaardering van de rol van de professional. Gaat het nieuwe kabinet de zorg ontregelen?
Dereguleringsagenda
Laten we het hopen. In een van mijn eerdere bijdragen heb ik een aantal voorstellen geformuleerd voor betere en betaalbare zorg. En onlangs heb ik gepleit voor een nieuwe benadering van het Budgettair Kader Zorg. In de vorm van een bestuurlijke afspraak die ruimte creëert om te sturen op kwaliteit en dat koppelt aan meetbare resultaten. Over welke dereguleringsagenda zouden de onderhandelende partijen het eens over kunnen worden?
Langdurende zorg
In de AWBZ, de ouderenzorg voorop, valt nog veel kwaliteitswinst te boeken door bij de ordening en uitvoering van de zorg consequent vanuit de klant te redeneren. Door – in lijn met het door alle partijen onderschreven SER-advies uit 2008 – de uitvoering van de AWBZ te koppelen aan de uitvoering van de zorgverzekeringswet ontstaat betere afstemming, geïntegreerde zorg en hogere kwaliteit. De AWBZ blijft als volksverzekering gehandhaafd, maar de cliënt heeft dan één loket voor alle verzekerde zorg. Daarnaast kunnen gemeenten meer investeren in ondersteuning en participatie van hun inwoners met een beperking/chronische ziekte. Om de afstemming tussen het gemeentelijke domein en de verzekerde zorg te verbeteren zou uit Wmo en AWBZ- gelden een regelvrije ruimte kunnen worden gecreëerd, waarbinnen partijen in gezamenlijkheid afspraken maken over preventie en samenhang rondom de klant.
Veel regelgeving kan worden losgelaten zodat maatwerk geleverd kan worden. Het werk wordt daarmee leuker voor professionals, die zich kunnen richten op klanten en kwaliteit in plaats van op productie. Het gewenste resultaat is een verschuiving van focus op ziek zijn en verzorging, naar eigen verantwoordelijkheid en het ondersteunen van zelfredzaamheid van de zorgconsument en van zijn omgeving.
Curatieve zorg
In de curatieve zorg kan een consequent doorgevoerde dereguleringsagenda eveneens de beslissende aanzet geven tot kwaliteitsverbetering en echte “klantwerking”. Zo’n agenda zou in ieder geval vier elementen moeten bevatten. Ten eerste, schrap de huidige prijzenwet, de WMG. Een wet die alles verbiedt wat niet expliciet is toegestaan past niet bij Nederland maar bij Noord-Korea. Regel in plaats daarvan wat echt nodig is: volstrekte helderheid over geleverde prestaties – liefst in termen van gezondheidsuitkomsten – en een budgettaire rem op deelterreinen waar sprake is van gebleken schaarste of marktmacht.
Twee, snij dan meteen in de bureaucratie van de zelfstandige bestuursorganen: één kwaliteitsinstituut, één markttoezichthouder en één centraal uitvoeringsorgaan moeten bij elkaar toch voldoende zijn. Ten derde, liberaliseer de beroepenwetgeving. Koester de verpleegkundige en stel die centraal in de resterende regelgeving, zodat maximale ruimte ontstaat voor herschikking van taken. En ten vierde, schrap “politiek correcte” regelgeving die onzinnig belemmeringen oproept, zoals het verbod op winstoogmerk voor zorginstellingen. Dit soort verboden beschermt de bestaande insiders, die toch wel kans zien om de regels van het systeem in hun voordeel uit te leggen – zie bijvoorbeeld de inkomensontwikkeling van medisch specialisten en de forse stijging van de ziekenhuisproductie in het zogenaamd “gebudgetteerde” A-segment – en voorkomt juist dat nieuwe, innovatieve zorginstellingen een kans krijgen.
Ruimte voor resultaat
Wat zou al die deregulering moeten opleveren? Ruimte voor professionals en ondernemerschap, maar dat is geen doel op zich. Waar het uiteindelijk om gaat zijn de resultaten: een hogere kwaliteit van zorg en van leven; een aantrekkelijker werkomgeving zodat ook in de toekomst nog voldoende mensen beschikbaar blijven voor de zorgsector; en een beheerste kostenontwikkeling door meer doelmatigheid en eigen regie. Dat zou kunnen door een bestuurlijk akkoord dat het mogelijk maakt consequent te kiezen voor kwaliteitsverbetering en daar ook meetbare opbrengsten aan koppelt, zowel in financiële zin als in termen van gezondheidswinst.
Daarom deze oproep aan de onderhandelende partijen: timmer de zorgparagraaf in het nieuwe regeerakkoord niet dicht, maar geef aan welke doelstellingen de komende vier jaar gehaald moeten worden. Geef partijen in de zorgsector de ruimte om zelf met plannen te komen. Ga uit van “high trust, high penalty”: als de geboden ruimte wordt misbruikt, dan moet helder zijn dat de overheid kan terugvallen op heel het akelige complex van regelgeving en toezicht dat nu wordt gehanteerd. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat de zorgsector – zorginstellingen, professionals, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars – zo’n aanbod met beide handen zullen aangrijpen. De overheid kan de zorg niet beter maken, dan kunnen we alleen met z’n allen.
Pieter Hasekamp
Directeur ZN
Trefwoorden
- Bekeken (2786)
- Reacties (8)








