Investeer in onze toezichtcultuur!
Hoewel het blog van Edith Snoey eerder deze week in feite vooral ging over de schaduwzijde van de tot voor kort breed gedragen invoering van DBC’s in de ggz, laakte zij met name de controlecultuur. Die moet worden afgeschaft. Ik neem aan dat ze vooral bedoelt dat het anders moet. Afschaffen is namelijk onzinnig, omdat niemand zal willen accepteren dat er geen controle op de uitgaven van gemeenschapsgelden plaatsvindt. Het issue lijkt mij dus te zijn dat we toe moeten naar een meer adequate controle- en toezichtcultuur.
Tegenwicht van vertrouwen
Vaak wordt controle gezien als het tegenwicht van vertrouwen: meer controle betekent minder vertrouwen. Anders gezegd, als we meer zouden vertrouwen op een adequate besteding van gelden, dan was er minder controle nodig. Helaas is dit niet helemaal waar. De begrippen zijn geen communicerende vaten, hoewel er wel een zeker evenwicht tussen beide moet zijn. Het vinden van een werkbaar evenwicht blijkt lastig, zeker naarmate politici en belangengroepen garen spinnen bij incidentenpolitiek.
Bureaucratie
Er is iets voor te zeggen dat de afgelopen jaren te veel aandacht is besteed aan toezicht en controle. Bovendien kan worden gesteld dat we al diverse projecten hebben gehad met als doelstelling het terugdringen van de bureaucratie in de zorg. Deze hebben echter weinig resultaat gehad. In ieder geval is het gevoel nog steeds dat de bureaucratie veel te omvangrijk is. Anders gezegd: we willen al jaren minder bureaucratie, maar uiteindelijk neemt zij toch alleen maar toe.
Bestaansrecht claimen
Hoewel ik denk dat aandacht voor de controle- en toezichtcultuur de crux is, moet worden opgemerkt dat naarmate er meer organen zijn die toezicht houden op delen van de zorgsector, de kans op een toename van de bureaucratie de honderd procent nadert. Elk orgaan wil zichzelf immers bewijzen, al is het maar om bestaansrecht te kunnen blijven claimen. Als we een andere cultuur willen rondom het toezicht, dan moeten we in dit geval ook naar de structuur kijken.
Gefaseerd toezicht
Uiteraard moeten we naar een beperkt aantal toezichthoudende organen (doch meer dan één). Hierbij is het noodzakelijk op voorhand een duidelijke en werkbare afbakening van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden te creëren tussen deze organen onderling en in relatie tot de ministeries, de overige uitvoeringsorganen en de instellingen in de zorg. Eén van de discussiepunten hierbij moet zijn dat niet altijd alles uitgebreid verantwoord moet worden: ik denk dat we in dit kader kunnen leren van de ervaringen met het gefaseerd toezicht, dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg hanteert.
Daarnaast is cruciaal dat zowel de uitvoeringsinstanties als de ministeries én de Tweede Kamer soms durven zeggen dat incidenten niet te voorkomen zijn. Dit in plaats van het aangrijpen van deze incidenten om aanvullende onderzoeken uit te voeren en nieuwe controlemechanismen te introduceren. Uiteraard betekent dit niet dat wantoestanden niet aan de kaak gesteld mogen worden, maar op dit moment zijn de medicijnen die we bedenken vaak erger dan de kwaal die ze moeten bestrijden. Wellicht dus dat zelfreflectie en een beetje terughoudendheid bij het (ver)oordelen van allerlei incidenten de beste bijdrage zijn tot de benodigde andere cultuur. Dat nu lijkt in het huidige tijdsgewricht veel moeilijker te realiseren dan een nieuwe structuur.
Marc van Ooijen
Trefwoorden
- Bekeken (1736)
- Reacties (1)












