Het PGB moet op de schop
Het moest een keer gezegd geworden: het persoonsgebonden budget in de AWBZ is in zijn huidige vorm onhoudbaar. Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten zegt het, in haar brief van 30 november, met iets meer omhaal van woorden, maar het komt op hetzelfde neer.
Onbeheersbaarheid
De huidige PGB-regeling is op zich goed bedoeld, maar in zijn uitwerking financieel onbeheersbaar. Het PGB leidt tot overbodige en ongewenste financiering van de mantelzorg vanuit collectieve middelen, tot misbruik en exploitatie van budgethouders door dubieuze bemiddelingsbureaus en soms tot regelrechte criminele fraude.
Slachtoffer van het eigen succes?
Voorstanders betogen vaak dat het PGB zich bewezen heeft als een instrument dat cliënten de mogelijkheid geeft om regie te voeren over hun eigen zorg, dat het PGB per saldo geld en administratieve lasten bespaart en dat we alleen de excessen moeten aanpakken. Ik ben het daar niet mee eens. Tegenover de groep mondige cliënten met meer mogelijkheid voor eigen regie staat het feit dat het PGB ook verantwoordelijkheid opdringt aan mensen die daar op geen enkele manier voor toegerust zijn. Met als gevolg soms kwalitatief slechte zorg, soms financieel wanbeheer en soms een combinatie van beiden. Dat het PGB geld bespaart – doordat het tarief lager ligt dan voor een natura-indicatie – is een lachwekkende stelling. Tijdens de PGB-stop van de afgelopen maanden heeft maar liefst 80 procent van de cliënten zich op de wachtlijst laten zetten; men is niet eens geïnteresseerd in het natura-aanbod. Dat laat eens te meer zien dat de groei van het PGB niet leidt tot lagere kosten van zorg in natura, maar tot het aanboren van een vrijwel geheel nieuw vraagsegment. De groeiruimte voor het PGB is volgend jaar 350 miljoen euro, terwijl de naturazorg – bijna tien keer zo groot – met 50 miljoen groeit. En de administratieve lasten? Bij de zorgkantoren is inmiddels zo'n 30 procent van het personeel bezig met de uitvoering van de PGB-regeling! En dan hebben we het nog niet eens over de administratieve lasten voor budgethouders en aanbieders, die deels weer aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van een bloeiende bedrijfstak voor bemiddelingsbureaus.
Tekortschietende naturazorg?
Nou zou iemand kunnen beweren – de Staatssecretaris verwijst daar in haar brief ook naar– dat deze cijfers alleen maar aantonen hoe zeer de naturazorg voor bepaalde groepen tekortschiet. Dat doet mij sterk denken aan de tijd vóór de herziening van de WAO, toen het groeiende beroep op die regeling werd verdedigd met het argument dat de mensen waar het om ging in de bijstand veel slechter af zouden zijn. Daarmee volledig voorbijgaand aan de meer principiële vraag: moeten wij de zorg voor bepaalde groepen – jeugdigen met ADHD, PDD/NOS, aan autisme gerelateerde stoornissen – wel willen vormgeven binnen een systeem waarbij iedereen individueel financiële trekkingsrechten worden verleend? Of moeten we veel meer kijken – weer de parallel met de WAO – hoe mensen zoveel mogelijk in de context van hun reguliere omgeving – gezin, school, werk – ondersteund kunnen worden zonder dat er voor elke afwijking van de norm een individueel vangnet wordt gecreëerd? De overheveling van begeleiding en van de jeugdzorg naar gemeenten biedt wat dit betreft kansen, maar tegelijk geldt dat die totaal zal mislukken wanneer gemeenten gedwongen worden het PGB-systeem te handhaven.
Het PGB is grotendeels overbodig
Het is ook goed te beseffen dat het PGB is ingevoerd in de context van een totaal andere AWBZ dan nu, in een tijd waarin geen sprake was van vraaggerichte zorg, persoonsvolgende bekostiging of keuzemogelijkheden voor de cliënt, maar van wachtlijsten en dwingende aanbodbudgettering. In die context heeft het PGB een belangrijke rol vervuld om mondige, bewust kiezende burgers de mogelijkheid te geven de bestaande schotten te doorbreken en zorg vraaggericht in te kopen. De vraag is of die rol in de toekomst nog wel nodig is. Door de voorgenomen overheveling van begeleiding en jeugdzorg verdwijnt 80 procent van het huidige PGB-bestand uit de AWBZ. Wanneer de AWBZ straks door zorgverzekeraars – in plaats van zorgkantoren – wordt uitgevoerd, kunnen mensen kiezen voor de verzekeraar met het beste aanbod aan zorg, aansluitend bij de individuele behoeften. Het PGB wordt dus grotendeels overbodig.
Geen lapmiddelen
Dat wil niet zeggen dat er straks helemaal geen behoefte is aan het PGB. Voor een groep mondige cliënten met een stabiele indicatie, in het kader van een langdurige beperking die zeer bepalend is voor maatschappelijke participatie– denk bijvoorbeeld aan lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten – kan het PGB meer flexibiliteit en maatwerk bieden dan naturazorg. Het is ook goed om voor deze groep het PGB wettelijk te verankeren. Maar nu is het gevaar dat, door het PGB voor een brede groep in stand te houden, we nu allerlei lapmiddelen gaan verzinnen om het PGB beheersbaar te houden – aanscherping indicatiestelling, risicotoetsen, verplichte advisering, meer controles. Ik wil er volstrekt helder over zijn: zorgkantoren, en straks zorgverzekeraars, kunnen zonder fundamentele aanpassingen in de huidige regeling geen verantwoordelijkheid nemen voor de beheersbaarheid van het PGB. En, misschien nog erger, voor het voorkomen van misbruik en fraude. Bij dat laatste wordt inmiddels duidelijk dat het niet gaat om enkele losstaande incidenten, maar dat de huidige regeling uitnodigt tot systematische en grootschalige fraude. Van alle opgespoorde fraude in de zorg hangt inmiddels het grootste deel samen met de PGB-regeling.
Een alternatief PGB
Er moet dus echt iets veranderen. Maar wat? Ik denk dat de koers die de Staatssecretaris in haar brief verkent wel de goede richting op gaat, maar lang niet ver genoeg gaat. Naast het uitsluiten van evidente risicogroepen (mensen met schulden) zou kunnen worden overwogen om het PGB te beperken tot de doelgroep (langdurig) gehandicapten. Een andere mogelijkheid zou zijn om het PGB pas toe te kennen nadat minimaal één jaar naturazorg is genoten. Daarmee krijgt het PGB zijn oorspronkelijke functie terug: het bieden van een alternatief voor een bewust kiezende cliëntengroep voor wie het natura-aanbod onvoldoende aansluit op de eigen wensen. Om te voorkomen dat instellingen of zorgverzekeraars "lastige"cliënten te snel richting het PGB sturen zou dan een prikkel ingebouwd kunnen worden. Instellingen, of verzekeraars, of gemeenten, waar een relatief groot percentage cliënten na een jaar toch voor het PGB kiest, zouden daarvan financieel nadeel moeten ondervinden: er wordt dan immers te weinig klantgerichte zorg geboden.
Op de schop
Ik besef dat ik me niet populair maak met dit pleidooi om het PGB fundamenteel op de schop te nemen. De regeling is jarenlang politiek onaantastbaar geweest, van links tot rechts. Maar ik zou iedereen willen vragen om zo onbevangen mogelijk naar oplossingen voor de huidige problemen te kijken. Het onverkort handhaven van het PGB mag geen doel zijn. Het op een verantwoorde manier vormgeven van eigen regie in de langdurige zorg wèl.
- Bekeken (5834)
- Reacties (37)








