Inhoud | Navigatie | Zoeken | Service links |

Geplaatst op 25 februari 2009 door: Hugo Keuzenkamp | 5 reacties | Reageer

De wet van de grote aantallen

De wet van de grote aantallen

Aan de lopende band sneuvelen ziekenhuisbestuurders. Afgelopen paar weken noteerde ik Kedziersky, Bemelmans, Simons, Zomer, het houdt niet op.  Niks nieuws, dus waarom daar nu weer iets over schrijven? Welnu, vreemd genoeg heb ik nog geen enkele goede analyse gezien van de faalfactoren voor ziekenhuisbestuurders. Terwijl we inmiddels data genoeg hebben om er een mooie statistische analyse op los te laten. Met dank aan de wet van de grote aantallen. Lacht u maar.

Variabelen

Hoe zou zo’n analyse er uit moeten zien? We hebben het hier over een kansmodel voor de duur van een aanstelling. In de arbeidsmarkteconomie is dit bekende kost. De kans dat iemand blijft (of vertrekt) kan afhangen van algemene grootheden zoals leeftijd, geslacht en duur van de aanstelling, maar ik denk vooral van andere meer specifieke factoren. Maar eerst mijn verwachting voor de genoemde  verklarende variabelen. Leeftijd: lijkt relevant, maar is het volgens mij niet als we de echte boosdoeners in de statistiek meenemen. Geslacht: volgens mij doen vrouwen het beter dan mannen (in de zin dat ze het langer volhouden). Duur van de aanstelling: moeilijk om daar een a priori verwachting over uit te spreken.

Factoren

Dan specifieke factoren die de bestuurder typeren. Is de bestuurder uit de marktsector afkomstig? Dat geeft denk ik een groter afbreukrisico. Groot ego? Groter risico (maar hoe meten we dit). Is de inschaling boven of onder de zelf bedachte code van de sector? Ofwel: zijn dure jongens ook duurzame toppers? Of weerspiegelen ze een toegeeflijke Raad van Toezicht, die bij een conflict mee zal waaien de sterkste wind (en dat is bij gedoe vaak uit de hoek van de medische staf)?

Ziekenhuis

Dan de ziekenhuisfactoren. Solvabiliteit? Hoe beter, hoe vaster in het zadel de bestuurder zit – zou je verwachten.  Recent een fusie doorgemaakt? Riskant voor de directie. Omvang ziekenhuis? Groter is lastiger te besturen, dus leidt tot een groter afbreukrisico. Voorzitter van de medische staf een snijder, of beschouwer, of ondersteunend specialist? Iedereen denkt natuurlijk dat er bij een snijder meer gesneden wordt – maar ik betwijfel of dat klopt. Onderzoeken dus.

Lijstjes

Zou het uitmaken hoe goed een ziekenhuis scoort op ‘lijstjes’? En dan: welke lijstjes? Een kwestie van uitproberen. We kunnen de AD-top 100 als verklarende variabele toevoegen, of die van Roland Berger, of Elsevier – en de voorspelling is dat een betere score op zo’n lijstje gepaard gaat met een stabieler bestuur (over oorzaak en gevolg zeg ik niets).

Toeval?

Iedere lezer heeft waarschijnlijk nog wel een (liefst meetbare) factor toe te voegen. Als we het lijstje compleet hebben, dan zal ik eens een bevriende econometrist vragen er chocola van te maken. Want het is best  aardig om uit te zoeken of het lot van de ziekenhuisbestuurder een kwestie van toeval is, of dat er meer achter zit.

Hugo Keuzenkamp

Trefwoorden

Blogs

Reacties (5)


  • Vlems

    26/02/2009

    #1.  Goed voorstel om eens een kritische analyse te maken.

    Mijn voorstel zou zijn om het onderzoek wat breder te trekken: kijk naar bestuurders van "maatschappelijke ondernemingen" en hun succes- of faalkansen. Met name het onderdeel beloning versus prestatie lijkt mij interessant.

    Dan de vraag naar die beloning en de wijze waarop vastgesteld: toegeeflijke Raad van Toezicht? Invloed van sterkte partijen ... gezien hetgeen gebeurd is bij b.v. Philadelphia rijst bij mij de vraag of de klant hier geen sterkere partij zou moeten zijn...

    Misschien zou een van de te betrekken factoren kunnen zijn de mate waarop cliëntenbeleid (kritische vragen die van buiten het eigen netwerk komen) vorm heeft gekregen?



    Gabie Vlems

  • Gerards

    26/02/2009

    #2.  Leeftijd is wel degelijk een factor, denk aan de stabiele en instabiele levensfasen (midlife crisis) van een ieder, lees prof. Arnold Cornelis er maar eens op na.

    Een andere factor is het spelconcept waarin de besturing van ziekenhuizen is vormgegeven. Momenteel worden andere spelconcepten geprobeerd. Afgewacht moet worden of die de relatie bestuur - medische staf, beiden onder het toezicht van een raad van toezicht, zodanig positief beïnvloeden dat er minder sprake is van snel vertrekkende bestuurders.

  • Gerritsen

    26/02/2009

    #3.  De belangrijkste meetbare factor is de match tussen de specifieke bestuurlijke context en het profiel van de bestuurder zelf. Conventionele waarden als leeftijd, ervaring, werkomgeving, opleiding en imago lijken nog steeds de belangrijkste keuzecriteria te zijn bij de aanstelling van een bestuurder (maar ook van een toezichthoudend orgaan). Afgerekend wordt echter steeds meer op prestatie, ondernemerschap en leiderschap waarbij over de definitie van deze begrippen veel onduidelijkheid bestaat.



    Met name in ziekenhuizen is de bestuurlijke context de laatste jaren sterk aan het veranderen. Dit vraagt logischerwijs om andere competenties bij bestuurders. In de keuze voor een bestuurder is het daarom noodzakelijk een gedetailleerde contextanalyse te maken op maatschappelijk-, organisatorisch- en individueel bestuurlijk niveau en deze te vertalen naar de gewenste competenties. In een dergelijke contextanalyse wordt duidelijk dat een gemiddeld mens een afgebakend acteerpatroon bezit en dat dit acteerpatroon in een bepaalde fase van een organisatie tot zijn recht komt. Dit maakt de kansberekening op de duur van de aanstelling meer valide!

  • Monchy

    27/02/2009

    #4.  De factor cultuur speelt een belangrijke rol. In de voorafgaande reactie wordt gesproken over maatschappelijk ondernemen. Daar lijkt ondernemerschap in de zorg een beetje op. In de zorg heerst primair de cultuur van idealisme. Vanuit dit oogpunt kies je voor een vak als zorgverlener. Bestuurders uit het bedrijfsleven verkijken zich wellicht op deze wijze van 'opereren' in een zorginstelling waar processen en bestuur gestoeld zijn op een basis van idealisme. Wordt hier te weining of zelfs geen rekening mee gehouden dan faalt het beleid bij implementatie van bedrijfskundige processen overgenomen uit de commerciele sectoren.

  • Wolters

    02/03/2009

    #5.  Paul Ansems en Jan Moen schreven al lang geleden Leiden of lijden in de zorg over de onmogelijke positie van bestuurders in de zorg. Nog behoorlijk actueel, zij het inderdaad dat sindsdien de positie niet makkelijker is geworden, integendeel.



    Saillant is dat ze een positie moeten kiezen tussen het medisch-professioneel instinct en het financieel economisch instinct. Daar waar ze daar tussen dat Scylla en Charibdis, al dan niet door eigen tekortkomingen, niet in slagen begint de erosie.



    Voeg daarbij een niet goed ontwikkelde toezichttraditie waarin coöptatie, invloedverwerving en eenzijdig geinformeerd worden kenmerkend zijn en het beeld begint aardig ingekleurd te raken.



    Overigens is naar mijn smaak de veldslag en kaalslag op het tweede echelon managers nog langduriger, verwoestender en meer geldverslindend.


Schrijf zelf een reactie