ACTUEEL

WRR: overheid miskent problemen marktwerking

De overheid heeft de afgelopen decennia de problemen onderschat van het vormgeven van markten. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport 'Publieke zaken in de marktsamenleving' dat donderdag is gepresenteerd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De overheid heeft zich volgens de WRR met name verkeken op de vraag hoe het publieke belang het best gewaarborgd kan worden bij marktwerking. Er bestaat daarbij onenigheid over de vraag welk bereik marktmechanismen moeten hebben.Ook hebben zowel de overheid als de marktpartijen moeite hun rol te vinden in marktwerkingsoperaties. De overheid heeft zich bovendien onvoldoende rekenschap gegeven van de onzekerheden die marktwerking met zich meebrengt, aldus de WRR.

Pijnpunten

In het rapport benoemt de WRR een aantal pijnpunten. Zo zijn publieke belangen vaak strijdig onderling. En er bestaat politieke onenigheid over het bereik dat marktmechanismen moeten hebben. Verder pakken de instrumenten die gebruikt worden om markten vorm te geven in de praktijk soms heel anders uit dan beoogd. Bovendien zijn de publieke belangen en beoogde doelen te weinig concreet benoemd, terwijl deze wel in heldere wet- en regelgeving moeten worden geoperationaliseerd.

Verantwoordelijkheden herverdelen

De verantwoordelijkheden voor zaken van publiek belang moeten volgen de WRR opnieuw ingevuld worden. De WRR adviseert de regering om de rol van de overheid opnieuw te ijken, te stimuleren dat bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid daadwerkelijk nemen en de betrokkenheid van de samenleving te vergroten. De raad wijst daarbij onder meer op de rol die brancheorganisaties en publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties kunnen spelen.

Publieke belangen

Een van de in het rapport genoemde pijnpunten is dat publieke belangen onderling strijdig kunnen zijn. Zo kan ‘toegankelijkheid’ bijvoorbeeld doelen op lage prijzen, maar dit publieke belang komt al snel in strijd met het belang van ‘kwaliteit’, wat doorgaans met hogere kosten en dus hogere prijzen gepaard gaat. Het streven naar ‘doelmatigheid’ kan ziekenhuizen ertoe bewegen zich te specialiseren op een beperkt aantal verrichtingen, waardoor het totale aanbod van zorg in een regio beperkt zou kunnen worden en de toegankelijkheid onder druk komt te staan.

Uitwerking instrumenten

De overheid heeft zich ook onvoldoende rekenschao gegeven van het feit dat instrumenten die gebruikt worden om markten vorm te geven, een specifieke uitwerking hebben op de invulling van publieke belangen. Zo droeg de introductie van dbc’s in de ziekenhuiszorg er toe bij dat financiële overwegingen dominant werden in de kwaliteitsbeoordeling door verzekeraars. De concrete vormgeving van het publieke belang ‘kwaliteit’ in de ziekenzorg krijgt hiermee een nogal specifieke invulling, aldus de WRR. De zorgzwaartepakketten, die als doel hadden om de positie van de cliënt te versterken en zo het belang van keuzevrijheid te behartigen, worden in de praktijk door instellingen ook vaak gebruikt om veeleisende cliënten in toom te houden. Ook hier pakt praktijk pakt heel anders uit dan was beoogd, merkt de WRR op.

Heldere wet- en regelgeving

Publieke belangen worden dan veelal in globale termen aangeduid: kwaliteit, doelmatigheid, toegankelijkheid, keuzevrijheid, de belangen van consumenten en werknemers, rechtszekerheid of duurzaamheid. Maar hiermee is nog niet gezegd dat ook echt duidelijk is waarop wordt gedoeld, terwijl die belangen – afhankelijk van de sector – wel in heldere wet- en regelgeving moeten worden geoperationaliseerd.

Onoverzichtelijk beleidsveld

Door het grote aantal betrokkenen is het beleidsveld is onoverzichtelijk door het grote aantal betrokkenen. Dit leidt ertoe dat het voor de overheid lastig is om over gedetailleerde kennis en informatie kunnen beschikken. Dit is wel nodig, omdat het behartigen van publieke belangen vaak maatwerk is.

 

1 Reacties

om een reactie achter te laten

ANH Jansen

12 april 2012

Nieuwe kroonleden bij de SER:

Gezond verstand

Barbara Baarsma (1969) is algemeen directeur SEO
Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar
marktwerking en mededingingseconomie aan de
Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast vervult
zij zes toezichthoudende functies. Ze studeerde economie
aan de UvA en promoveerde op monetaire
waardering van externe effecten. Interessegebieden:
economische politiek, marktwerking en mededinging.
‘Het poldermodel heeft het zwaar, omdat de extreme
posities in het politieke en maatschappelijke speelveld
steeds dichter worden bevolkt. Het beste antwoord
op deze vaak populistische posities is wat mij betreft
gezond economisch verstand en feiten. Dat is hoe ik
de SER weer in zijn kracht zou willen helpen krijgen.

De kracht van het poldermodel is voor mij de reductie
van transactiekosten. In een vechtmodel duurt het
vaak langer voordat een besluit wordt genomen of
er komt helemaal geen besluit. Gegeven de steeds
extremere posities wordt het vechtmodel alleen maar
duurder.
De zwakte van het poldermodel is mijns inziens de
vaak te sterk verwaterde compromissen. Het pensioenakkoord
vind ik daarvan een schrijnend voorbeeld.
Ik hoop met economische feiten en inzichten aan
oplossingen te kunnen bijdragen die draagvlak hebben
en tegelijk doeltreffend en doelmatig zijn, waarbij
voor mij die laatste twee wel zwaarder wegen dan
draagvlak.’

--Wat zegt het gezond verstand over de verenigbaarheid van marktwerking en mededinging met het poldermodel wat de essentie is van de SER?

-Is marktwerking de facto geen vechtmodel? Of denkt BB dat marktwerking in gemoedelijk overleg te regelen is?

In ieder geval blijft de schoorsteen van mevrouw BB roken. Zo houdt de polder de nomenklatura aan de bak.

Top