ACTUEEL

‘Uitkomstregistratie is geen vrijblijvende zaak’

De ontwikkeling en implementatie van uitkomstregistraties is “geen vrijblijvende aangelegenheid”. Dat zegt voorzitter Arnold Moerkamp van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) in Skipr magazine.

“Als we er in slagen werkbare kwaliteitsindicatoren te formuleren, dan kunnen we een hele rimram van minder relevante indicatoren kwijt”, licht Moerkamp in Skipr magazine het belang van kwaliteits- en uitkomstindicatoren toe. “Op termijn kan het ook het einde van dbc’s en DOT als bekostigingsmaatstaf betekenen.”

Toezien

Met zijn commentaar blikt Moerkamp vooruit op de oprichting van het Zorginstituut Nederland, dat volgend jaar actief wordt. Moerkamp ziet bij de ontwikkeling en implementatie van kwaliteitsindicatoren een belangrijke rol weggelegd voor het Zorginstituut Nederland. Het kwaliteitsinstituut gaat niet zelf kwaliteitsindicatoren ontwikkelen, maar wil vooral toezien op het tot stand komen en handhaven van een landelijke standaard voor dergelijke indicatoren.

Doorzettingsmacht

Het Zorginstituut Nederland gaat er vanuit dat de veldspelers zelf tot afspraken komen. Waar de stemmen staken wil het Zorginstituut moderatoren inschakelen. Mocht bemiddeling falen dan kan het instituut volgens Moerkamp haar ‘doorzettingsmacht’ gebruiken en zelf de noodzakelijke kwaliteitsregistraties bindend verklaren. “Praten over uitkomstregistratie is geen vrijblijvende aangelegenheid”, zegt Moerkamp. “Eindeloos gepolder als rond de ZiZo-indicatoren willen we niet meer.”
Gezien de vele initiatieven in het veld op het terrein van kwaliteits- en uitkomstindicatoren verwacht Moerkamp dat het Zorginstituut maar zeer spaarzaam gebruik zal hoeven maken van haar doorzettingsmacht.

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

12 oktober 2012

Ah OK, dank je wel Moerkamp. We moeten dus doen alsof we ruzie hebben. Dan zal het proces tot stilstand komen. Dan volgt er geen straf voor ons.

Dan komt er een moderator die het proces zal begeleiden maar die inhoudelijk geen verstand van zaken heeft. Vervolgens benoemen wij talloze inhoudelijke punten en vragen om onderzoek.

Dan zeggen wij dat dat onderzoek niet onze verantwoordelijkheid is. (Wij zijn wel natuurlijk wel bereid om indicatoren die boven alle twijfel verheven staan uit te vragen en op te leveren, maar de sector kan toch niet verantwoordelijk worden gesteld voor het ontwikkelen van indicatoren?).

In de tussentijd gebruiken wij alle negatieve pers om de zorginkopers ervan te overtuigen dat de bestaande set niet bruikbaar is voor zorginkoop en over 7 jaar bedenken we wel een nieuwe strategie. Hier kunnen wij mee werken.

Anoniem

12 oktober 2012

we gaan weer een hoop tijd en geld weggooien.......en de zorgkosten lopen ondertussen alleen maar op.

Anoniem

14 oktober 2012

Graag reageer ik anoniem op de eerste anonieme reactie. U stelt dat de sector niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor het ontwikkelen van indicatoren. Waarom niet? Dat is toch de enige manier om de zorg goed en doelmatig te houden?

Jan Willem Coebergh

15 oktober 2012

Registraties aanleggen doe je om ze te gebruiken en dat leidt vroeg of laat altijd tot allerlei vergelijkingen, in plaats en tijd. Vertrouwen in de data ontstaat via de discussie over kwaliteit van zorg. Maar, dan moeten ze wel onomstotelijk bruikbaar zijn (=wat anders dan perfect). Ze moeten de per definitie onvolmaakte en veranderende werkelijkheid reflecteren en die van oudere patienten met chronische ziekten in meerdere fases. Vaak ontstaan nieuwe discussies over definities en classificaties in een veranderende zorgwerkelijkheid. Daarom is regionale terugkoppeling zo belangrijk voor interpretatie en zinnige publicatie. Rol van bijkomende ziektes en hun behandeling is groot, en betreft het overgrote deel van de patienten. Zowel deskundigheid als neutraliteit bij de invoer en databewerkingen zijn nodig voor draagvlak bij publicatie. Patienten zijn niet gediend bij de verwarring van januskop studies. Helaas wordt er, zelfs als er indicatoren zouden zijn, vaak lichtzinnig omgesprongen met epidemiologische principes, in wezen met de eisen van de cohort studie. Die stelt eisen aan de, eventueel electronische, invoer, bij voorkeur niet door dokters. Nog moeilijker is het onomstotelijk vastleggen van gegevens bij prevalente patienten met uiteenlopende condities. Registraties dienen bij voorkeur onder onafhankelijke epidemiologische regie te worden gevoerd, met nauwe banden met de verzamelaars, daarbij aangestuurd door probleem- en vraagstellingen welke getoetst zijn door verantwoordelijken, waarin ook patienten een stem hebben. het zijn gegevens en geen genomens. Eekhoorntjes gedrag leidt meestal tot een ''Datenfriedhof''.
Wijs geworden door ervaring!!

Top