ACTUEEL

‘NMa laat zich niet leiden door fusietoets’

‘NMa laat zich niet leiden door fusietoets’

De NMa weerspreekt de uitlatingen van hoogleraar Gezondheidseconomie Wim Groot zaterdag op BNR. Volgens hem is de de NMa onvoldoende deskundig en laat ze zich bij de beoordeling van concentraties vooral leiden door het advies van de NZa.

De NMa zou bij een positief oordeel van de NZa geneigd zijn eerder met de fusie in te stemmen, stelt Groot, waardoor de fusietoets juist meer fusies in de hand zou werken dan voorheen. Door de schaalvergroting die dit als gevolg heeft, zou volgens hem de marktwerking onder druk komen te staan. De zorgspecifieke fusietoets maakt onderdeel uit van een pakket maatregelen waarmee het Kabinet het beleid voor zorgfusies wil aanscherpen.

Fusiewetgeving

Een woordvoerder van de NMa weerspreekt Groot op beide punten: “De NMa beschikt over veel deskundigheid waaronder deskundigheid over het zorgstelsel. Daarbij verdiept zij zich bij ieder onderzoek grondig in de zaakspecifieke omstandigheden en ontwikkelingen. Bij het toetsen van fusies vraagt de NMa aan de meest betrokken partijen, zoals verzekeraars en andere ziekenhuizen die met de fuserende ziekenhuizen concurreren hoe zij tegen de fusie en relevante omstandigheden en ontwikkelingen in de sector aankijken. De NMa bevraagt waar nodig ook andere, meer objectieve deskundigen, naar hun oordeel en kennis van de zaak en de omstandigheden. Zij maakt dus gebruik van de kennis in de markt bij haar beoordeling. Ook kan zij de Nederlandse Zorgautoriteit en de IGZ vragen om advies over bijvoorbeeld de gevolgen van de fusie voor de kwaliteit. In veel zaken brengen de NZa en de IGZ ook een zienswijze uit over de door hun verwachte gevolgen van de fusie. Het is daarom niet duidelijk waar de heer Groot precies op doelt als hij stelt dat de deskundigheid van de NMa erg tekort schiet.”

Schaalvergroting

De NMa toetst ook de effecten van schaalvergroting die tot uitdrukking komen in prijs en kwaliteit, omdat de fuserende instelling na de fusie zijn marktmacht kan vergroten. Dit is onderdeel van de normale procedure: de NMa toetst of als gevolg van fusies er een risico is dat patiënten en verzekeraars over te weinig alternatieven beschikken om een instelling scherp te houden, waardoor er een risico bestaat dat de fuserende instellingen hun prijs kunnen verhogen of de kwaliteit kan dalen. De NMa stelt dat de grootte van een instelling geen probleem hoeft te zijn en voor de NMa geen zelfstandig toetsingscriterium is. “Zo zal een grote instelling met andere grote instellingen in de omgeving of met een sterke afnemer door de NMa niet snel als probleem worden gezien. In het kader van deze toets worden marktpartijen, waaronder verzekeraars en cliëntenraden expliciet gevraagd welke risico's zij op het gebied van kwaliteit en prijzen zien. Wij hebben van de wetgever geen bevoegdheden gekregen om te toetsen of een fusie inhoudelijk een goed idee is”, aldus de NMa-woordvoerder.

Uitkomst fusietoets

Verder stelt de NMa dat een positieve uitkomst van de fusietoets geen invloed heeft op haar besluitvormingsproces. De NMa zal op grond van de Mededingingswet zelfstandig blijven beoordelen of fusies doorgang mogen vinden of niet, volgens een NMa-woordvoerder. Een voorafgaande positieve uitslag van de procedurele toets zegt volgens hem niets over de uitslag van de mededingingstoets. Hij licht verder toe: “De heer Groot doelt hier kennelijk op de zorgspecifieke fusietoets die het vorige kabinet heeft voorgesteld, maar die nog niet is ingevoerd. Daarbij zal de Nederlandse Zorgautoriteit toetsen of de fuserende partijen (vertegenwoordigers van) cliënten en medewerkers op een zorgvuldige wijze hebben betrokken bij de uitwerking van hun voornemens. Het gaat hier om een procedurele toets die vooraf gaat aan de toetsing van de NMa die kijkt naar de effecten van de fusie op de mededinging op zowel het gebied van kwaliteit als prijs. Omdat het om een procedurele toets gaat en de NZa geen inhoudelijke uitspraken doet over de gevolgen van de fusie op de kwaliteit en de betaalbaarheid, geeft de NZa geen oordeel over de fusie en betekent een positief oordeel alleen maar dat partijen bij hun fusievoornemen in voldoende mate cliënten en medewerkers hebben betrokken. De IGZ speelt hier trouwens geen rol bij. De NMa zal dus op grond van de Mededingingswet zelfstandig blijven beoordelen of fusies doorgang mogen vinden of niet. Een voorafgaande positieve uitslag van de procedurele toets zegt niets over de uitslag van de mededingingstoets.” Het is overigens nog niet bekend of en wanneer de zorgspecifieke fusietoets precies in werking treedt.

---

Skipr daily brengt u elke ochtend voor 8:00 uur een overzicht van het meest actuele nieuws. Abonneer u gratis op deze dagelijkse e-mailnieuwsbrief.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

6 december 2012

De NMa kan zich beter niet verdedigen. Ook binnen de NMa zijn mensen ontevreden met de instemming met de voorgenomen fusies. Door de verdediging op procesgronden wekt de NMa de indruk dat zij prima functioneert en dat er niet hoeft te veranderen aan de huidige werkwijze.

Of Groot nu gelijk had met zijn probleemanalyse of niet, het is ieder duidelijk dat de laatste NMa beslissingen funest zijn voor de marktwerking.

Zelf denk ik dat de processtap waarin het oordeel aan de zorgverzekeraars wordt gevraagd niet functioneert. De aanname is daar dat zorgverzekeraars niet zullen instemmen met de opbouw van sterke marktposities onder ziekenhuizen. Dat doen ze blijkbaar wel, en dus kan dat oordeel geen rol spelen in de besluitvorming.

ANH Jansen

6 december 2012

Minister Schippers:
Jazeker. Sterker nog, ik zou hiervoor graag maatregelen nemen, maar dit is nog niet zo makkelijk. Dit is voor de overheid een heel ingewikkelde puzzel. Ik ben die puzzel nu aan het leggen, omdat ik het heel ongewenst vind om in één regio maar één maatschap te hebben met betrekking tot een bepaald ziektebeeld.

Het is in de zorg belangrijk dat er, in het belang van de patiënt, beter en meer wordt samengewerkt. In de praktijk zien we dat veel zorgaanbieders daarvoor vaak -- onterecht, maar toch -- huiverig zijn. Hier is echt een accentverschuiving ten opzichte van de huidige praktijk nodig, als wij echt willen dat er meer wordt samengewerkt en de ketensamenwerking van de grond gaat komen.

Ik zal voorstellen naar de Kamer zenden voor hoe we dit binnen de huidige wettelijke kaders meer kunnen lostrekken, in het belang van de patiënt. Een betere samenwerking betekent overigens niet fuseren tot er geen enkel ander aanbod meer is.

De megamaatschappen en de regiomaatschappen vragen in dit kader specifieke aandacht. Ik zal ook hier scherp op zijn. Ik bezin mij op de maatregelen die hierop überhaupt van toepassing zijn, en op manieren om deze trend, die wij allemaal liever niet zien, te kunnen keren.

Deze transitie is uiterst kwetsbaar en vergt veel verantwoordelijkheidsgevoel van alle betrokkenen. Het gaat om een systeem waarin maar liefst 25 miljard omgaat. Van deze sectoren wordt een enorme omslag gevraagd: anders financieren, anders organiseren, andere verhoudingen in de ziekenhuiszorg en soms zelfs afstoten in plaats van aantrekken van zorg. Dat is niet op een achternamiddag geregeld. Na de stelselherziening van de zorgverzekering in 2006 is dit de tweede onontbeerlijke en broodnodige stelselherziening en we zitten er middenin. De gevolgen van deze stelselherziening in de tweede lijn hebben ook een gigantische impact op de eerste lijn, waarvan veel meer zal worden gevraagd.

Minister Schippers:
Ik heb zojuist aangegeven dat wij dit al doen. Bij de marktscan wordt ieder jaar bekeken hoe het staat met de aanvullende verzekeringen. Ook in de naturapolis is er overigens keuzevrijheid. Het is wettelijk vastgelegd dat daar ruim gecontracteerd wordt, zodat je daadwerkelijk een keuze hebt en zodat een verzekeraar niet kan wegkomen met de mededeling dat hij ergens bijna niets heeft gecontracteerd. Een verzekeraar heeft ook een zorgplicht.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):
Het CDA vindt het jammer dat de keuzevrijheid van de patiënt straks beperkt wordt tot het alleen maar kunnen kiezen voor een zorgverzekeraar en dat die dus niet meer kan kiezen voor een arts. De minister gaf aan dat ze goed gaat kijken naar de restitutiepolis. Is zij bereid om daarbij ook specifiek te kijken naar de positie van chronisch zieke patiënten? Bij een aanvullende verzekering is er namelijk geen acceptatieplicht.


Minister Schippers:
De NZa doet ieder jaar een marktscan. Uit die marktscan blijkt dat zo'n 70% van de aanvullende verzekeringen geen enkele drempel heeft. Of je jong of oud, ziek of gezond bent, je kunt gewoon de aanvullende verzekering kiezen die je wilt kiezen.

De veronderstelling die onder die vraag ligt, heeft zich in de praktijk niet bewezen. Daarnaast zal de ene verzekeraar misschien wat strakker contracteren, waardoor hij een veel lagere prijs heeft, terwijl de andere verzekeraar ruimer zal contracteren en daardoor misschien een hogere premie heeft. We zitten echter wel in een situatie waarin het financieel echt gaat knijpen in de zorg. Op een gegeven moment kan ik maatregelen nemen die de doelmatigheid echt substantieel vergroten of kan ik gewoon nog wat zorg uit het pakket halen. Dan kies ik toch voor dat laatste.

http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/verslag.jsp?vj=2012-2013&nr=32

Als de NMa het ene doet en de Minister zegt in de Tweede Kamer wat anders; wie is dan de verliezende partij?

De NMa is onafhankelijk en de Minister heeft de NMa maar te volgen. Wat heeft de Minister dan zitten doen in de Tweede Kamer? Wie vertelt hier de gladde praatjes om met Martin van Rijn te spreken?

Top