ACTUEEL

'Negatieve berichtgeving beïnvloedt handelen arts'

'Negatieve berichtgeving beïnvloedt handelen arts'

Ruim een kwart van de Nederlandse artsen stelt zich defensiever op als gevolg van negatieve publiciteit in de media. Zij verwijzen vaker door, doen meer aanvullende onderzoeken en laten patiënten tekenen voor de afgesproken behandeling. Dit blijkt uit een peiling van MedNet onder ruim 400 medisch specialisten en huisartsen.

Artsen geven aan hun professioneel handelen aan te passen omdat ze bang zijn voor klachten van patiënten of een tuchtzaak. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) is niet verbaasd over deze resultaten en laat weten deze “zorgwekkend” te vinden. “Op dit moment wordt er een karikatuur geschetst van de Nederlandse medisch-specialistische zorg. Dat werkt demotiverend voor artsen.” Ook waarschuwt de orde voor een dalende bereidheid om incidenten te melden: “We moeten oppassen dat artsen niet terughoudend zijn in het doen van meldingen over zaken die fout zijn gegaan. Artsen moeten incidenten veilig kunnen blijven melden.”

Aangetast imago

Uit de peiling blijkt dat een groot deel van de artsen vindt dat het imago van hun beroepsgroep is aangetast door de hoeveelheid negatieve berichtgeving. Zes van de tien artsen stellen dat dit zeker het geval is en 25 procent ‘een beetje’. Daarnaast zegt  27 procent van de ondervraagde artsen in de spreekkamer opmerkingen te krijgen van patiënten over de berichtgeving in de media. Buiten de spreekkamer wordt hier nog vaker aan gerefereerd: bijna 60 procent van de artsen zegt er op aangesproken te worden.

 Onjuiste conclusies

In een reactie op de peiling waarschuwt minister Schippers van VWS voor onjuiste gevolgtrekkingen. “Deze berichtgeving maakt mensen onzeker en kan het wantrouwen voeden", aldus Schippers. "Onterecht. De Nederlandse arts doet het juist erg goed. Door transparantie van resultaten wordt de zorg van steeds betere kwaliteit. Van fouten kun je leren en beter worden. En als we de echte prutsers uit de zorg halen, is dat beter voor de patiënt en het aanzien van alle artsen.”

Informatieparadox

In de beleidsbrief ‘Van systemen naar mensen’ constateerde Schippers recentelijk ook al dat grotere transparantie het vertrouwen in de zorg kan ondergraven. “Het beeld dat er in de zorg van alles mis is, wordt door grotere transparantie versterkt,"aldus Schippers. "Terwijl in feite de zorg juist beter wordt doordat er veel sneller en ingrijpender consequenties zijn aan het leveren van slechte kwaliteit.” Ondanks deze 'informatieparadox' pleit de minister voor maximale openheid.

9 Reacties

om een reactie achter te laten

Schulte

5 maart 2013

Of artsen nu wel of niet gedemotiveerd raken is irrelevant. Zelfs de toegenomen onzekerheid bij patiënten is als tijdelijke bijwerking van de persaandacht acceptabel.

Het gaat erom of de patiëntveiligheid beter wordt. Dat elementaire hygiëneregels worden nageleefd. Dat artsen die fouten maken nu eindelijk door hun collegae worden aangesproken. Dat zorgverzekeraars werkelijk geen zorg meer inkopen bij afdelingen die hun veiligheid niet op orde hebben.

Laat de Orde daar aan werken, in plaats van een beetje huillie huilie te doen in de pers. De Orde zou kunnen beginnen met het positief presenteren van afdelingen waarbij de operatie-infecties zijn gedaald. Of waar de maten een andere maat hebben gedwongen zijn zorg te verbeteren (dat kan ook anoniem of in cijfers). Hoe dan ook stop met dat defensieve gedrag en zet de huidige energie om in iets waar de medisch specialisten trots op mogen zijn.

Anoniem

6 maart 2013

Ik sluit mij geheel aan de uitspraak van Schulte.

Postema

6 maart 2013

Artsen zijn bijna net gewone mensen. Maar toch horen ze zich ook bij tegenwind professioneel te gedragen.... net als gewone mensen in hun werk.

Beelen

6 maart 2013

If you can't stand the heat, stay out of the kitchen. Kunnen de dames en heren niet tegen gezonde kritiek?

Anoniem

6 maart 2013

Het gaat er niet om of we wel of niet tegen kritiek kunnen, het gaat hier om het feit dat artsen menselijk gedrag vertonen.
Patienten eisen zelf steeds meer en alles moet maar mogelijk zijn. Door aan deze eisen toe te geven wordt er steeds meer nadere diagnostiek gedaan en onderzoeken verricht, die allemaal betaald moeten worden, zonder dat daar misschien een goede medische reden voor is, enkel en alleen om geen gedoe met de patient te hebben en deze tevreden te houden, want stel je voor dat je een klacht krijgt... Door deze houding lopen de zorgkosten weer enorm op. Het dilemma is nou net dat dit gebeurt omdat de patiënt het eist en wie gaat er weer beschuldigd worden van zakkenvullerij? Precies: de dokter. Als we minder doen, omdat het niet zinvol is en daarmee kosten besparen, krijgen we weer het predikaat betweter en arrogant te zijn.

Torie

6 maart 2013

Waarom durven artsen zich niet uitspreken als een collega ondeugdelijk werkt, of het nu gaat om medische handelingen of om declaratiegedrag. Het stilzwijgen van de artsen rondom "foute collega's" is een vorm van medeplichtigheid en wekt de argwaan dat het een vaker voorkomende gewoonte zal zijn. Ook de publiciteit rondom artsen die zich wel durven uitspreken en de reacties van hun collega's draagt niet bij aan een positief beeld van deze beroepsgroep. Het afwegen van belangen kan moeilijk zijn, maar hierin hebben ze ze zich van hun zwakste kant laten zien, de gemaakte keuzes (je maat niet afvallen) is simpelweg fout. En dan nu roepen dat je gedemotiveerd raakt is ook geen sterk signaal.
En @ #5: degene die verdient aan de verrichtte handelingen wordt altijd afgerekend op nut, kosten en baten. Dat geldt ook voor de garagehouder en zal nooit anders worden. Het gaat erom dat je kunt verantwoorden wat je doet (en ook wat je een collega laat doen zonder in te grijpen). Ga eens te rade waarom u zo defensief bent geworden?

Anoniem

11 maart 2013

25 jaar geleden was de Nederlandse zorg de beste in de wereld, we werkten allemaal 60 - 70 uur per week, vergaderden amper, had mijn leerboek als protocollenboek en geen honderden aparte procedures, hoefde niet alles uit te leggen aan management, verzekeraar, verpleging, elke investering werd niet aanbesteed, commissies waren er amper en ik verdiende meer.
Al het voorgaande is nu ingevoerd, ik werk nu maar 40 uur, mijn maatschap is verdrievoudigd, we doen niet meer patienten maar hebben het drukker met allerlei vergaderingen, codes, protocollen, brieven, email en ik durf mijn mond niet meer open te doen bang om anders beschuldigd te worden van "niet cooperatief" of "geen teamspeler" of iemand roept tegen me "doe jij maar je ding en laat ons het onze doen" of dan moet ik weer antwoordt geven op een VMS melding.....enfin aan mij hebben ze een makkie, ik doe alles wat iedereen wil en hoop mijn tijd zonder veel golfslag uit te zitten. De beer is los en de kosten zullen alleen maar stijgen en de kwaliteit zal alleen maar minder worden en wij zullen er alleen maar over blijven praten.
Binnenkort pak ik mijn biezen en zit ik in een land waar ik nog echt kan dokteren.

Drs. Jansma

14 maart 2013

Bovenstaande reactie van anoniem is me uit het hart gegrepen.
Buiten alle ellende die anoniem over zich heen kreeg en van zijn echte vak dus afstand moest nemen voor een groot deel van de tijd is er een nu ook een snel groeiende groep medici aan het ontstaan die zelfs op straffe van ernstige sancties niet eens meer kan spreken over de werkelijkheid van alledag die door zorgondernemers en hun managers steeds meer geperst wordt in een coöperatief afslank model onder het mom 'klantvriendelijkheid'.

Rutte zei het al: het gaat om banen, banen, banen. Maar het vak waar je ooit voor koos is onderhand onzichtbaar geworden. En dan roept een zorgondernemer dat er duizenden ondernemers in de zorg nodig zijn? Dat zijn juist de veroorzakers van het groeiende wantrouwen overal aanwezig in de eens uitstekend geleide ziekenhuizen zoals ook bovenstaande bijdrage weer eens bewijst.
De toekomst ziet er heel somber uit nu men de macht uit handen wil geven aan ondernemers / aandeelhouders, of dat nu artsen in dienst zijn van eigen ziekenhuis of een private onderneming.
Over kapitaalvernietiging gesproken. De opleiding tot arts werd in de jaren negentig al geschat op 1 miljoen gulden. De oudere medicus wordt nu gewoon gedumpt en bedankt voor bewezen diensten. Bij nacht en ontij stond je klaar voor de patiënt. Het is allemaal niet meer terzake lijkt het wel.

Anoniem

5 november 2013

Ik ben geen onderzoekster,maar weet wel dat er iets heel erg mis is binnen de medische wereld.
In januari van dit jaar kreeg ik te horen van de chirurg dat ik voor 100% zeker kanker schildklierkanker met uitzaaiing naar de lymfeklieren had. Als ik niets zou doen zou het een agressievere aan kunnen nemen. Ik was bezig met uitzoeken tav het doen van een second opinion. Maar tja wie was ik om te twijfelen aan een arts die zo zeker was? En ik had ook nog eens het gevoel dat ik geen tijd meer te verliezen had. De arts verzekerde ook dat hij alles ook nog goed zou overleggen met zijn naaste collegae en binnen de oncologiecommissie.
Ik ben vervolgens in februari geopereerd waarbij de schildklier, lymfeklieren en een stuk speekselklier is verwijderd. Resultaat, litteken van 25 cm, met als gevolg chronisch oedeem wat ook het slikken geregeld bemoeilijkt en levenslang dagelijks schildklierhormoon slikken.
Twee weken later kreeg ik van de arts te horen dat hij "goed" en "slecht" nieuws had. T.w. Ik had helemaal geen kanker en was dus voor niets geopereerd. Ik had een ontsteking aan de speekselklier (achteraf een goedaardig gezwel).
De chirurg had ook nog eens het lef om te zeggen dat het rapport van de patholoog anatoom niet correct was en dat hij met de huidige wetenschap het zo weer zou doen.
Na de rapporten zelf gelezen te hebben was de shock gigantisch. In de rapporten van de patholoog anatomen was te lezen dat men dusdanig onzeker was dat men een diagnostische excisie adviseerde voor meer duidelijkheid.
Aan dit advies is helemaal voorbij gegaan en er is door de chirurg van gemaakt dat ik voor 100% zeker kanker had.
Vervolgens heb ik het verslagje van de oncologiecommissie bestudeerd wat niet meer dan knip en plakwerk was van de bevindingen chirurg en de pathaloog anatoom.
De uitkomst van het oncologieoverleg was
Conclusie: schildkliercarcinoom
Advies: totale thyreoidectomie
Totaal heb ik drie deelnemers van dit overleg gebeld waaronder de voorzitter die tevens chirurg is en een pathaloog anatoom (een waarneemster van degene die het advies "een diagnostische excisie" had gegeven)
Geen van drieën kon zich mijn case nog herinneren.
Hier is dus ruimte om te veronderstellen dat er helemaal geen bespreking heeft plaats gevonden.
De calamiteit is door het ziekenhuis niet gemeld, dat vond de Raad van Bestuur niet nodig!!!! TERWIJL ZE DAT WEL VERPLICHT ZIJN!!! Ik heb het dus zelf maar gemeld. Ik kreeg ook nog te horen van de Raad dat er stukken waren opgevraagd door de Inspectie, naar aanleiding van de door mij gedane melding. Men, de Raad, had slechts de uitslagen gestuurd van na de operatie. Toen ik dat vernam heb ik direct zelf de cruciale stukken gestuurd.
Naar aanleiding hiervan kreeg ik twee weken later een telefoontje van de Inspecteur. Die meldde mij dat mijn gestuurde stukken een heel andere kijk op de situatie gaf dan de door het ziekenhuis gestuurde stukken. Het werd mij direct duidelijk dat het ziekenhuis alles in de doofpot wilde stoppen.
Het gevolg is nu dat de Inspectie in september een hele dag diverse partijen van het ziekenhuis heeft gehoord.....het onderzoek loopt nog.

Conclusie:
Er moet echt iets gebeuren!!!!!
Geef patiënten direct de cruciale stukken mee. Men hoeft echt niet altijd een medicus te zijn om te begrijpen wat er staat geschreven.
Laat patiënten bijvoorbeeld ondertekenen waar ze voor gaan liggen.

Top