ACTUEEL

‘Leegstand dwingt aanbieder tot scherpe keuzes’

De intramurale capaciteit in de ouderenzorg zal dalen van 165 duizend plaatsen nu naar circa 100 duizend in 2030. Dat becijfert ING Economisch Bureau in een rapportage over het scheiden van wonen en zorg.

Het scheiden van wonen en zorg heeft grote impact op de sector. Doordat de huisvesting van ouderen met een relatief lichte zorgvraag niet langer uit de AWBZ wordt vergoed, krijgen vrijwel alle aan bieders te maken met dalende omzetten: in 2013 is dit 2,5 procent, in 2014 al 6,5 procent, becijfert ING Economisch Bureau.

Bedrijfsrisico

Daarbij krijgen aanbieders van intramurale ouderenzorg te maken met een nieuwe vergoedingsystematiek van de huisvestingslasten. Werden deze tot voor kort volledig vergoed door de overheid, vanaf 2019 moeten instellingen deze lasten zelf terug verdienen via hun productie. Onder dit nieuwe regime vormt leegstand een serieus bedrijfsrisico, aangezien het om lasten gaat waar geen vergoeding meer tegenover staat.

Overcapaciteit

Dit is een meer dan reëel scenario. Doordat ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen en de overheid  verzorgingshuisplaatsen niet langer vergoed, dreigt voor veel instellingen op korte termijn overcapaciteit. De totale leegstand in verzorgings- of verpleeghuizen door het scheiden van wonen en zorg zal stijgen met circa 6 procent, stelt ING Economisch Bureau.

Kritisch

De veranderingen in regelgeving en financiering vergen scherpe strategische keuzes, stelt Erwin Winkel, sectormanager gezondheidszorg ING Bank. “Het transitieproces is complex en zowel vanuit een zorg als bancair perspectief niet zonder risico’s”, aldus Winkel. “Banken zullen vooral kritisch zijn bij zorginstellingen waar het traditionele verdienmodel onder druk komt te staan en die de afgelopen periode onvoldoende voortgang hebben gemaakt met de transformatie van met name de lichtere doelgroepen.”

Alternatieven

Volgens ING Economisch Bureau staan de aanbieders verschillende alternatieven open. Aanbieders kunnen inzetten op zwaardere doelgroepen die wel onder de AWBZ blijven vallen of juist weg bewegen van de intramurale door thuiszorg te leveren, zorgappartementen te verhuren of vastgoed te herontwikkelen voor nieuwe doelgroepen als studenten.  Essentieel voor een juiste strategische oriëntering is volgens ING Economisch Bureau dat een zorgaanbieder een juiste inschatting maakt van de lokale situatie.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

ANH Jansen

26 juni 2013

'Lokale situatie"?

Alhier is de oplossing dat de Gemeente haar kantoren verplaatst naar de 'zorg' plint van het nieuw te bouwen 'verzorgings' huis. Tegen dubbel tarief dan mogelijk is elders in de gemeente.

De 'markt' speelt immers in op de crisis. Waarom zou de gemeente veel duurder huren dan mogelijk is?

Daar heeft de Gemeente een broertje dood aan; belastinggeld is immers andermans geld. Dat moet op.

Op deze wijze wordt de marktwerking de nek omgedraaid, ontstaat er illegale staatssteun aan de bouwende wooncorporatie en krijgt men kruissubsidie tussen hurende gemeente en zich vestigende zorgaanbieders, thuiszorgbedrijven e.d..

kan allemaal in dit land. "Juiste inschatting van de lokale of regionale situatie" is een enorm eufemisme.

De kosten van de zorg/openbaar bestuur worden ondertussen niet aangepakt. Hervorming blijft uit. Vestzak, broekzak operatie. Het rijksbeleid wordt zo ondergraven door regionale/lokale initiatieven.

Het geld moet rollen zegt de Regering, maar dan wel binnen de lijntjes.

tjark reininga

27 juni 2013

ik zie liever, hr Jansen, dat een gemeente een zorgaanbieder op deze manier in de benen houdt dan een blanco cheque afgeeft aan een commerciële projectontwikkelaar. zoals helaas maar al te vaak gebeurt. maar u heeft gelijk, een oplossing is dit natuurlijk niet.

het blijft mij verbazen dat vrij algemeen klakkeloos wordt aangenomen dat het vervallen van zzp1-zzp3 uit de AWBZ-vergoeding onvermijdelijk tot leegstand moet leiden. tot nu toe is in ieder geval het uitgangspunt, dat de huidige bewoners met deze indicaties in een zorginstelling kan blijven wonen en zorg consumeren. eventueel nadat de zorgaanbieder is overgegaan tot het scheiden van wonen en zorg. het is te betreuren, dat veel aanbieders hierin tot op heden terughoudend geweest zijn; die dreigen nu in de problemen te komen.
hun problemen worden groter naarmate hun vastgoed minder aantrekkelijk is voor 'reguliere' verhuur of alleen kan worden verhuurd aan doelgroepen die geen beroep zullen doen op het zorgaanbod. want al waren verzorgingsplaatsen in principe bedoeld voor bewoners die (nog) zelfstandig waren, in de praktijk maakten veel huurders tevens van het zorgaanbod gebruik. als die bewoners nu worden vervangen door (bijvoorbeeld) studenten of starters op de woningmarkt (kamerbewoners) vervallen tot nu toe 'vanzelfsprekende' inkomsten voor de zorgaanbieder/verhuurder (en natuurlijk de kosten die daarvoor gemaakt moeten worden). dat kan inderdaad grote gevolgen hebben voor de exploitatie. ik hoop weet dat veel zorgaanbieders al sinds het begin van deze eeuw bij de ontwikkeling van (nieuw)bouwplannen hierop zijn geattendeerd en hoop dat zij de adviezen, van onder andere het Bouwcollege, gevolgd hebben.

dan zal een (groot) deel van de geschetste problematiek op termijn het hoofd geboden kunnen worden, zeker als de zorgaanbieders/verhuurders daarnaast naar andere opties kijken.

Top