Tech

Hoogleraar pleit voor landelijk ggz e-healthcentrum

Er moet één centraal ggz-centrum voor online hulp komen in Nederland waarnaar de huisarts kan verwijzen. Dat bepleit Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Maastricht, in het vakblad SoziO.

Van Os vindt het een slechte zaak dat veel ggz-instellingen hun eigen e-health en m-health zorg aanbieden. “Vrijwel allemaal van slechte kwaliteit” zegt Van Os in SoziO. Hij wil toe naar naar één goed online-zorg-centrm in Nederland waar de huisarts naar kan verwijzen.

Maximale hulp met beperkte middelen

Met de toegenomen vraag naar ggz-zorg is een dergelijk centrum onontbeerlijk, zegt Van Os. “Het is een public health issue: hoe krijg ik met beperkte middelen zo goed mogelijke zorg voor zoveel mogelijk mensen? Dat moet je oplossen met e-health, m-health”, zegt hij. Want “met excellente tools en minimale begeleiding kunnen veel mensen zichzelf beter maken”. De groep met zwaardere klachten blijft over. “Die kun je helpen in de specialistische ggz-zorg.”

Bij e-health gaat het om ict-toepassingen zoals online hulpverlening. Bij m-health om online hulp via smartphones, bijvoorbeeld via apps.

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Hans ter Brake

6 september 2013

Prof Van Os ziet denk ik goed dat ontwikkeling en implementatie/opschaling van software, content en gebruik van ementalhealth moeizame en dure trajecten zijn. Vandaar dat samenwerkingsinitiatieven van GGZ-organisaties en beroepsgroepen heel zinnig lijken. Die samenwerking is er ook wel, maar zou verder geïntensiveerd kunnen worden. Vooralsnog is mijn conclusie dat we veelal liever individueel jaarlijks geld uitgeven dan gezamenlijk investeren in een wat langduriger traject. Uiteindelijk zullen er net als bij het (R)EPD slechts een paar oplossingen over blijven voor de software ... Dat geldt in het kader van ementalhealth wellicht ook voor de content.
Concentratie bij één landelijk orgaan lijkt me net die stap waardoor het niet lukt ...

van Dijk

8 september 2013

eHealth kan nooit de vertrouwensrelatie die er tussen behandelaar en patient bestaat vervangen. Zeker niet in een tijd dat het hele internet als geloofwaardig en betrouwbaar medium ter discussie staat:
Nieuws - De nieuwste onthullingen over de NSA laten zien dat het beveiligingsmodel van internet kapot is, stelt beveiligingsdeskundige Bruce Schneier. Bedrijven, banken en consumenten maken gebruik van een inherent onbetrouwbaar systeem.

De NSA heeft de bodem weggeslagen onder het vertrouwen in het internet, stelt securitygoeroe Bruce Schneier die samen met The Guardian heeft gekeken naar de nieuwste documenten die klokkenluider Edward Snowden heeft onthuld over project Bullrun.

Peter Koopman

9 september 2013

In de GGZ wordt veel samen gewerkt; goede voorbeelden zijn/waren er genoeg: ZonMw/ Geestkracht, ROM, CONO, Trimbos, multidisciplinaire richtlijnen enz. De vraag is of dit op alle gebieden zinvol is danwel zich verdraagt met kartelwetgeving. Omdat GGz vooral gebaseerd is op drie samenhangende specialismen (verpleegkundige ggz, klinische psychologie, psychiatrie) blijft inhoudelijke samenwerking zeer zinvol. Ik betwijfel of dat ook inzake de "vorm" en "middel", zoals e-health enz. wenselijk is. Inhoudelijke nationale afstemming over bijvoorbeeld minimaal persoonlijk getinte relationele verpleegkundige behandeling lijkt kmij belangrijk. Monodisciplinair, zoals onder verpleegkundig specialisten ggz, zou dit ook moeten plaatsvinden alvorens multidisciplinair af te stemmen. Zo beschouwd laat Prof. van Os ggz specialisten wel alert zijn.

zwanikken

9 september 2013

Helemaal mee eens, een landelijk GGZ E-Health centrum, OOK koppelen aan Somatiek E-Health cenrum.

Over korte tijd EEN GGZ E-Health EUROPA

Bart Brandenburg

9 september 2013

Landelijke kennisdeling, standaard- en richtlijnontwikkeling en overeenstemming over "best practice" in combinatie met regionale uitrol van de uitvoering van eHealth door GGZ instellingen. Dat lijkt mij het best haalbare model in de Nederlandse situatie.

Een landelijk centrum lijkt inderdaad aantrekkelijk vanuit het oogpunt van de bundeling van kennis en ervaring en het efficiënt aanwenden van mensen en middelen. Bovendien leent ICT zich uiteraard bij uitstek voor het werken op afstand. Er kleven echter een aantal bezwaren aan:
1. eHealth is voor veel zorgprofessionals nog een "ver van mijn bed" show. Een landelijk centrum versterkt deze trend eerder dan dat het eHealth dichter bij de praktijk brengt.
2. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat "blended care", dus een combinatie van online en offline zorg vermoedelijk de beste resultaten boekt. Ook dat pleit tegen centralisatie van de uitvoering van eHealth.
3. Een centrale, top down benadering blijkt in de (Nederlandse) gezondheidszorg zelden een vruchtbare aanpak.

Bart Brandenburg, arts
Kenniscentrum Gezondheid en Gedrag, Medicinfo, Tilburg

J.F. Kraaijeveld

10 september 2013

Het is wel even schrikken als uit de hoek van de academische psychiatrie berichten komen over e-health die tenminste de vraag oproepen of sprake is van kennis van zaken. Waar is de uitspraak “Vrijwel allemaal van slechte kwaliteit” op gebaseerd? En hoe ziet van Os de uitwerking van één centraal centrum voor online hulp voor zich?

Sinds 1995 worden evidence based online behandelingen en zelfhulpprogramma's aangeboden voor lichte tot milde psychische stoornissen. Inmiddels is breed in de markt geaccepteerd dat het blended behandeldesign beter past bij tweedelijns GGZ, en misschien ook wel bij de Basis GGZ. Nieuwe zorgconcepten gaan uit van een slimme combinatie van face-to-face en online contacten. Diverse GGz instellingen zetten grote en goede stappen om deze nieuwe zorg te realiseren. Het blended behandeldesign versterkt partnerships tussen alle betrokkenen - in een bepaalde regio!

E-health ontwikkelaars van het eerste uur wisten in 2000 al dat één groot online GGz centrum net zo dom zou zijn als één internetbank. Dat vanuit academische setting anno 2013 dit voorstel gedaan wordt, geeft aan dat de snel groeiende kennis over ontwikkeling en implementatie van e-health nog niet overal doordringt.

Frank Kraaijeveld,
klinisch psycholoog en directeur IPPZ

Top