ACTUEEL

NVZ wil kwaliteitsindicatoren toespitsen op uitkomst

NVZ wil kwaliteitsindicatoren toespitsen op uitkomst

De ziekenhuiszorg in Nederland gaat kwalitatief steeds verder vooruit. Dat schrijft de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) in een dinsdag gepubliceerd rapport.

 

“De afgelopen vijf jaar is de kwaliteit van zorg van de Nederlandse ziekenhuizen verder toegenomen”, schrijft de NVZ. De Nederlandse ziekenhuiszorg behoort tot de top van Europa. De NVZ wil de komende jaren de kwaliteitsinformatie toegankelijk maken voor een breder publiek.

Zinvolle indicatoren

Tegelijk waarschuwt de NVZ in het rapport dat het zichtbaar maken van kwaliteit verder verbeterd kan worden. “Veel van de huidige kwaliteitsindicatoren zijn structuur- en procesindicatoren. De patiënt is echter vooral gebaat bij informatie over de uitkomsten van zorg bij bepaalde aandoeningen” schrijft de NVZ in het rapport. “Bijvoorbeeld behandeluitkomsten” zijn voor de patiënt belangrijk om te weten”, zegt NVZ-directeur Margot van der Starre in haar blog op Skipr.  Van der Starre verwijst ook naar ‘het Kwaliteitsvenster’ dat de NVZ dit voorjaar lanceert. In het kwaliteitsvenster toont een ziekenhuis zijn resultaten aan de hand van tien kwaliteitsthema’s.

Ziekenhuizen hebben de registratie van allerlei gegevens uitgebreid, om de kwaliteit beter in de gaten te kunnen houden. De NVZ gaat onderzoeken welke kwaliteitsregistraties zinvol zijn en welke niet. Dit moet de regeldruk bij verpleegkundigen en medisch specialisten te verminderen: meer tijd voor zorg en minder tijd voor administratie. Utgebreide registratie leidt niet altijd tot meer kwaliteit. "Het meten is nodig om betere zorg te kunnen bieden, maar dit moet niet ten koste gaan van de aandacht voor de patiënt'', zegt NVZ-voorzitter Yvonne van Rooy.

Sterftecijfers

Steeds meer ziekenhuizen maken hun gestandaardiseerde sterftecijfers openbaar. De sterftecijfers van ziekenhuizen zijn onderling echter lastig te vergelijken. De cijfers zijn vooral nuttig voor interne signalering en kwaliteitsverbetering. Zo stelt de NVZ vast dat de landelijke ziekenhuissterfte in 2010 15 procent lager is dan in 2008. En tussen 2008 en 2012 is de vermijdbare sterfte met 53 procent is gedaald. De NVZ schrijft dit resultaat met name toe aan het VMS Veiligheidsprogramma waar ziekenhuizen de afgelopen vijf jaar aan hebben gewerkt. Ziekenhuizen blijven werken aan het verder terugdringen van vermijdbare sterfte. Hiervoor is een Veiligheidsagenda opgesteld door de NVZ en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). (ANP / Skipr)

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Robbert Huijsman

19 maart 2014

Yes, mijn ochtend kan niet meer stuk! Wie stuurt op kosten, ziet energie en kwaliteit inzakken; wie stuurt op kaliteitsuitkomsten, ziet zorg verbeteren, innoveren en ook nog verspilling (kosten) verminderen. Al bijna 3 jaar is Achmea bezig met het programma Kwaliteit van Zorg, dat geheel is gericht op uitkomsten van zorg. Uitkomsten vanuit de professies, maar vooral uitkomsten voro de patient, over diens gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven, dagelijks functioren, zelfredzaamheid en welbevinden. De trouwe Skipr lezer kan dat niet ontgaan zijn, via onze Skiprcommunity over kwaliteit, de verslaglegging rondom het congres Zorguitkomsten van september vorig jaar en mijn eigen blogs. Vele ziekenhuizen, maar ook eerstelijns-, GGZ- en AWBZ-organisaties doen daar aan mee. Ontzettend goed dat de ziekenhuizen nu sectorbreed kiezen voor de weg van uitkomsten. Laten we de handen ineen slaan, resultaatgericht en projectmatig, samen successen boeken in het terugdringen van registratielast (die bijna altijd gaan over proces- en structuurindicatoren). En laten we vooral een grote slag slaan in transparantie, naar elkaar maar vooral naar onze patienten/verzekerden. Zonder inzicht geen keuze. Patienten willen weten wat behandeling en zorg opleveren in toegevoegde waarde, het liefst in positieve parameters als snel herstel, kwaliteit van leven; liever niet in negatieve parameters als sterfte en complicaties. Zorgverzekeraars willen weten wat ze eigenlijk inkopen met het premiegeld van hun verzekerden. En vooral: sturen op uitkomsten levert de hefboom voor verbeteren en innoveren!

Diana Delnoij, kwaliteitsinstituut

19 maart 2014

Ik sluit me aan bij het enthousiasme van Robbert. Goed om in het NVZ-rapport te lezen dat hun speerpunten voor de toekomst naadloos aansluiten bij wat het Kwaliteitsinstituut ook graag wil: meer uitkomsten meten, efficiënter registreren en zorgen voor eenheid van taal. Dat klinkt ons als muziek in de oren. Ook de ontwikkeling van die uitkomstindicatoren kan nog wel wat efficiënter. Zoals de NVZ terecht schrijft in haar rapport: "Het meten van uitkomsten van zorg is moeilijk. Het maken van valide indicatoren vergt veel onderzoek en ontwikkeling." Juist omdat dit zo ingewikkeld, tijdrovend en kostbaar is zouden we dit in internationaal verband moeten doen. Het International Consortium for Health Outcomes Measurement (ICHOM) brengt gerenommeerde professionals, onderzoekers en patiëntvertegenwoordigers van over de hele wereld bij elkaar om uitkomstindicatoren te ontwikkelen. Die sets zijn vervolgens in het publieke domein beschikbaar. Voor lage rugpijn, staar, prostaatkanker en coronaire hartziekten zijn de ICHOM-indicatoren al gereed. Dat werk hoeven we in Nederland dus niet over te doen. We zouden ons energie dan volledig kunnen richten op de vraag hoe deze indicatoren in ons systeem op een gestandaardiseerde en efficiënte manier kunnen worden geregistreerd. Dat is al ingewikkeld genoeg.

Meijers, LPZ

19 maart 2014

Ook ik sluit me aan bij bovenstaande reactie alleen ben ik van mening dat je proces en structuur factoren op orde moeten zijn wil je een goede outcome laten zien. Alleen sturen op outcome is ook afgelopen jaren niet als voldoende gebleken en afhankelijk van vele factoren die het beeld kunnen vertekenen. Wat ook het kwaliteit model van Dobabedian naar voren brengt. Vandaar dat de jaarlijke LPZ ( landelijke prevalentieting zorgproblemen) zich richt op het jaarlijks meten van structuur, proces en outcome in meer dan 60000 cliënten internationaal in o.a ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorg. Ook is er door jarenlang onderzoek aangetoond dat structuur, proces en outcome van invloed zijn op elkaar ( zie publicaties LPZ website).

Mauk van Heemstra - ZorgSteedsBeter

19 maart 2014

Ik ben perplex! Hoezo hier blij mee? Hoezo wachten met sturen op outcome, en onderweg resultaat-sturing?! Omdat het zo lastig is?

De patiënt is echter vooral gebaat bij informatie over de uitkomsten van zorg bij bepaalde aandoeningen” schrijft de NVZ in het rapport. “Bijvoorbeeld behandeluitkomsten” zijn voor de patiënt belangrijk om te weten”
En "Het meten is nodig om betere zorg te kunnen bieden, maar dit moet niet ten koste gaan van de aandacht voor de patiënt’.

Laat ik nou denken dat goede behandeluitkomsten realiserende de enige reden om zorg te verlenen is! En als je als behandelaar niet van te voren weet wat goede behandeluitkomsten zijn, hoe kun je dan goed behandelen?

Alice (in Wonderland) aan de kat: “Would you tell me, please, which way I ought to go from here? ''That depends a good deal on where you want to get to'.' Said the Cat.

Daarom propageert Lean het stellen van heldere doelen. Zonder het stellen van doelen, richt je je inspanningen daar niet op en is de kans dat je ze haalt toeval, terwijl je het ook niet in de gaten hebt.

Daarnaast dienen die doelen volgens Lean waarde toe te voegen aan de patiënt. Dat is de enige reden van je bestaan als behandelaar. En welke patiënt wenst geen aandacht?! Als je metingen doet aan kwaliteit ten koste van aandacht voor de patiënt, span je het paard achter de wagen.

Kortom: zet de essentie van de reden van je behandelign voorop: waardetoevoeging aan de patiënt, en stel (SMART) doelen, waaruit blijkt dat je daar ook komt. ‚Outcome’ doelen, in termen van verbeteringen in het welbevinden van de gehele mens. Dat is een stapje dichter tegen de gewenste waarde dan alleen resultaat-doelen, zoals sterftecijfers. Want wie wens je dat als outcome?

Frank Conijn

19 maart 2014

(Door familieomstandigheden is deze reactie verlaat.)

Inderdaad een zeer goede zaak dat de ziekenhuizen nu ook waar mogelijk kiezen voor uitkomstindicatoren. Het grote belang en de grote waarde daarvan staan beschreven op http://www.gezondezorg.org/p4p (Pay 4 performance), in reactie op Meijers en Mauk van Heemstra.

Maar het meten van uitkomsten hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Het gaat bij de uitkomsten om twee deeluitkomsten: het ziektelastverloop en de patiënttevredenheid. Gebaseerd op o.a. ervaring als zorgverlener (fysiotherapie, dat een voorloper was/is qua PROM-gebruik), een zelfstudie klinimetrie (tegenwoordig onderdeel van de studie epidemiologie, in ieder geval aan de VU) en een zelfstudie klantonderzoek (marketingonderdeel), heb ik de Universele Ziektelastschaal (UZ-schaal) en dito Patiënttevredenheidsschaal ontwikkeld.

Het grote voordeel van een universele schaal is drieledig:

1. Hij kan al gebruikt worden als de diagnose nog niet duidelijk is of tussentijds wijzigt. Voor een accurate ziektelastverloopmeting dient er een nulmeting gedaan te worden. Bij aanvang van het zorggebeuren, omdat ook in de eerste periode de klachten kunnen verbeteren of verslechteren.

2. 2020, dat door de politiek is vastgesteld als invoeringsdatum van uitkomstfinanciering ("liefst eerder"), wordt er een haalbare mee. Men zou twee jaar moeten uittrekken om een nieuw kwaliteitsassessment te implementeren, uit te testen en te finetunen. Dat maakt dat de benodigde PROM's, voor in principe alle aandoeningen/condities, in 2018 al beschikbaar dienen te zijn. Ik zou denken dat zelfs de ICHOM dat nooit redt.

3. Eenheid van taal is gegarandeerd.

De genoemde schalen zijn ontwikkeld met in het achterhoofd de strengste eisen qua:
-- reproduceerbaarheid;
-- validiteit;
-- responsiviteit;
-- correctie voor confounders (de UZ-schaal vanaf v. 4.1, inmiddels v. 4.6);
-- nuttigheid van de meetresultaten voor de drie principiële partijen in de zorg (zorgfinanciers, patiënten en zorgaanbieders), voor de zorgaanbieders concrete verbeter- en complimentpunten opleverend.

Verder is met de erbij beschreven assessmentwerkwijze de administratieve belasting voor de zorgaanbieders er zeer laag mee. De patiënttevredenheidsmeting geschiedt zelfs helemaal geautomatiseerd, na aan- of afmelding van de patiënt (afhankelijk van langdurige of niet-langdurige zorg).

En voor de patiënten zijn de schalen zeer snel in te vullen. Een niet onbelangrijk punt, want hen zal steeds vaker gevraagd worden een PROM in te vullen. Tot slot zijn de meetresultaten voor alle partijen makkelijk op te zoeken en te interpreteren.

Mocht dit alles 'too good to be true' klinken, dan nodig ik de lezer -- en de NVZ, Achmea en het Kwaliteitsinstituut in het bijzonder -- graag uit de schalen en de zorperformancemodule (= resultaten opzoeken) aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. (Officiële aanbieding aan de partijen volgt.) De schalen zijn te vinden op de pagina's behorende bij de bovengenoemde pagina Pay 4 performance.

Cense

20 maart 2014

Waarom merk ik in de echte wereld waar ik als behandelaar of patiënt rondloop zo weinig van al dat moois uit de papieren wereld? En wat kost dat nou allemaal? En hoe vindt de afweging plaats tussen investeren in de echte of de papieren werkelijkheid?

Top