ACTUEEL

‘Ziekenhuisdebat gaat over verkeerde patiënt’

‘Ziekenhuisdebat gaat over verkeerde patiënt’

Het debat over concentratie en spreiding gaat te vaak over complexe specialistische zorg. Door dit eenzijdige en verkeerde vertrekpunt vluchten ziekenhuizen weg in grote fusieorganisaties en is er te weinig oog voor de noden van de groeiende groep oudere, co-morbide patiënten.

Dat stelt scheidend bestuursvoorzitter Dirk Jan Verbeek van het Groene Hart Ziekenhuis (GHZ) in Gouda. “We beginnen aan het verkeerde eind van het  spectrum”, stelt Verbeek. “Tachtig procent van de ziekenhuiszorg is basaal medisch-specialistisch. De discussie in het land gaat over de verkeerde, namelijk complexe patiënt. Die is goed voor misschien 10 procent van de hele vraag naar zorg en dat is dan de hefboom voor een herordening van de ziekenhuiszorg zonder weerga.”

Geconditioneerde reflex

Volgens Verbeek trekt de eenzijdige focus op de complexe zorg een sterke bestuurlijke en organisatorische wissel.  “Ziekenhuizen en maatschappen schieten in de geconditioneerde reflex van fusie uit angst de boot te missen”, aldus Verbeek. “Je krijgt organisaties van Meavita-achtige afmetingen, die al snel onbestuurbaar zijn. Dan is men weer jaren louter instrumenteel bezig en vloeit er veel energie weg naar de bestuurlijke inrichting, posities bepalen, mensen ontslaan…  Als er rust is en stabiliteit heb je veel meer tijd om na te denken wat er echt gaande is en daarnaar te handelen.”

Transmuraal perspectief

Wat er volgens Verbeek echt gaande is, is dat ziekenhuizen zichzelf met het oog op de veranderende populatie steeds meer zullen moeten heruitvinden binnen netwerken of ketens die zich richten op patiënten met een veelheid van kwalen en klachten. “We houden er onvoldoende rekening mee dat patiënten vaak van alles tegelijk hebben. De echt moeilijke patiënt is per definitie multidisciplinair. Ziekenhuizen laten het transmurale perspectief - en dan kun je denken aan de samenwerking met de huisarts, wijkverpleging, intramurale zorg, revalidatie en psychiatrie- momenteel helemaal liggen. ”

Overloopvat

Naast de vergrijzing zullen ook de transities in het sociale domein grote invloed hebben op de positionering en inrichting van de ziekenhuizen, zo verwacht Verbeek. “De ingrepen in de ouderenzorg zijn heel actueel voor de ziekenhuizen. Die leiden direct tot omgekeerde substitutie. Ouderen kunnen niet meer in verzorgingshuizen terecht en zullen dus veel eerder in het ziekenhuis worden opgenomen.  Ziekenhuizen krijgen voor een deel weer de oude gasthuisrol. Niet omdat we dat graag willen, maar omdat de ziekenhuizen onbedoeld het overloopvat van niet opgeloste vraagstukken rond de multidisciplinaire zorg worden. Dit is niet zozeer visionair als wel wat er actueel gebeurt”.

Substitutie

Om adequaat in te kunnen spelen op zulke problemen is een vorm van populatie-gebonden financiering onvermijdelijk, denkt Verbeek. “Met het huidige verzekeringsmodel komen we er niet”, voorziet Verbeek. “Wat  dat betreft geven Scandinavië en Beieren het goede voorbeeld. Hier is op regionaal niveau een soort bestuurlijke autoriteit gecreëerd,  die de bevoegdheid heeft om substitutie tussen de bestaande geldstromen te realiseren.”
In zo’n model is het volgens Verbeek ook veel eenvoudiger om preventie te stimuleren. “Voor een goed gesprek is geen dbc, maar binnen een regiomodel kun je zorgverleners belonen voor het afremmen van de vraag.”    

LangeLand

Niet zonder trots wijst Verbeek op de manier waarop het GHZ actief aan zorgvernieuwing op regionaal niveau heeft bijgedragen, onder meer door samen met zorgaanbieder de Vierstroom een stevig transmuraal netwerk op te zetten in de vorm van Zorgbrug. Binnen deze afzonderlijke rechtspersoon werken ruim 60 transmurale top-verpleegkundigen ten behoeve van het groeiende aantal “ambulante” patiënten. “Ik ben wat dat betreft natuurlijk blij met de Vierstroom “, zegt Verbeek.  “Da’s mijn oude club.” Die persoonlijke band deed bij sommigen de wenkbrauwen fronsen toen De Vierstroom in 2013 als nieuwe eigenaar van het  Langeland Ziekenhuis in Zoetermeer in beeld kwam. Bij datzelfde ziekenhuis vervulde Verbeek als GHZ-topman nog enige tijd de duo-functie van directeur. Verbeek wijst de suggestie van de hand als zou hij makelaar zijn geweest bij de naderhand mislukte overname van het LLZ door De Vierstroom. “Toen ik elf jaar geleden in het GHZ binnenkwam leefde bij sommigen de veronderstelling dat ik De Vierstroom in mijn binnenzak had  meegenomen”, reageert  Verbeek. “Onzin natuurlijk. Ook in geval van het LLZ heeft Vierstroom-bestuurder Jeroen van den Oever zelf het initiatief genomen op basis van de eigen regiovisie.”

Niet uit te leggen

Dat het LangeLand hem door de jaren de nodige hoofdbrekens heeft gekost wil Verbeek best bekennen. Het ziekenhuis in Zoetermeer was jarenlang lid van dezelfde coöperatie waar naast het GHZ ook het Bronovo Ziekenhuis en MC Haaglanden deel van uitmaakten. De precaire financiële positie van het  LangeLand zorgde in deze samenwerking voor het nodige bestuurlijke gepuzzel. “We  hebben met de verzekeraars eerlijk en realistisch gekeken onder welke voorwaarden er een levensvatbaar ziekenhuis in Zoetermeer kon blijven bestaan. Daar kwam een veel lager, bescheidener profiel uit dan het LLZ wenselijke achtte. Uiteindelijk heeft het LLZ zelf besloten om uit de coöperatie te stappen. De vraag is of we daar rouwig over moeten zijn. Het Groene Hart had  natuurlijk nooit 15 tot 20 miljoen euro aan de eigen reserve onttrokken om risicodragend te investeren in een buur die onvoldoende terugverdiencapaciteit heeft. Bij de financiering van onze eigen nieuwbouw zijn we heel voorzichtig te werk gegaan. Zo’n investering zou voor ons een renteopslag van 1,5 miljoen euro per jaar betekend hebben. Dat zijn structureel de loonkosten van 50 eigen verpleegkundigen; zo’n move kun je als bestuur aan niemand uitleggen.” 

Hacker

Hoewel het GHZ naar Verbeeks eigen zeggen altijd rustig en weloverwogen een eigen koers heeft gevaren, met kwaliteit van zorg als belangrijkste coördinaat, was het ziekenhuis in 2012 plotseling middelpunt van een heuse calamiteit. De hacker die een oude server met NAW-data  van bijna een half miljoen patiënten kraakte, heeft het ziekenhuis in ieder geval “een duurzame relatie” met het College bescherming persoonsgegevens (CBP) bezorgd, verzucht Verbeek. “We zijn op dit ogenblik nog altijd het best gevolgde ziekenhuis van Nederland”, zegt  Verbeek. “Wij waren de gebraden haan. Het CBP vraagt tot op vandaag van alles uit tot op microniveau.”

Van nieuwbouwdeskundige tot data-beveiligingsexpert tegen wil en dank verandert Verbeek later dit jaar zonder spijt  in “klusjesman waar nodig, om te beginnen thuis”.  “Ik heb meer dan veertig jaar in zorg en welzijn gewerkt, waarvan de laatste elf jaar als bestuurder van het GHZ”, zegt  Verbeek. “Ik heb al die jaren schadevrij gewerkt, ben niet ontslagen of failliet gegaan. Als je dan 66 bent is het wel een keer mooi geweest.”

  

 

1 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

4 juni 2014

u heeft, vrees ik, gelijk, heer Verbeek, dat de discussie vanuit de verkeerde optiek plaatsvindt. dat de focus op de verkeerde patiënt daarvan een belangrijke oorzaak is, onderschrijf ik. dit komt vooral, omdat de managementoptiek zich vooral bezighoudt met de grote kostenposten, en die hangen onmiskenbaar samen met de (meer) complexe patiënt.
ik zie nog een ander gevolg van de financiële oriëntatie van het management van veel zorginstellingen, de focus op de planbare zorg. door die anders, lees meer geconcentreerd, aan te bieden verwacht men economies of scale. maar in die discussie verdwijnen de kosten die patiënten (en hun naasten) tijdens een opname maken voor contact, uit beeld; juist zij staan voor extra kosten, voor langere reizen die meer tijd vragen.
maar belangrijker nog is, dat daarbij voorbij wordt gegaan aan de acute zorg, die niet alleen niet planbaar is, maar waarin de patiënt vaak niet in staat is een bewuste keuze te maken. van de behandelaars mag verwacht worden dat zij juist in acute situaties het (medische) belang van hun patiënt voorop stellen en zich niet bezighouden met de financierings- en verzekeringsaspecten van de zorg voor hun patiënt (als zij dat al zouden kunnen).

Top