ACTUEEL

'Beleg opsporing zorgfraude niet bij NZa'

Het opsporen van fraude in de zorg moet in de toekomst ondergebracht worden bij de Inspectie SZW. Dit betekent dat de opsporingsfunctie buiten het takenpakket van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moet blijven. Dat staat in een verkennend rapport van onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van het ministerie van VWS.

De NZa heeft in het huidige stelsel twee taken. De toezichthoudende en de regulerende taak. Om hier ook de opsorende taak aan toe te voegen gaat volgens AEF te ver. “De NZa is als regulator en toezichthouder verantwoordelijk voor het ‘maken en bewaken’ van de zorgmarkten. Het toevoegen van opsporing aan het takenpakket zou betekenen dat de NZa een zeer breed takenpakket krijgt toebedeeld, waarbinnen ook spanningen kunnen optreden.” Met name marktwerking en innovatie zouden daardoor soms moeilijk van de grond kunnen komen.

Capaciteit

AEF stelt dat de Inspectie SZW de komende jaren in eerste instantie zo’n 50 FTE nodig zal hebben om de opsporing van zorgfraude te kunnen uitvoeren. Daarnaast heeft de FIOD ook nog capaciteit om aan opsporing te doen. AEF sluit niet uit dat er in de toekomst meer capaciteit nodig is.

De Inspectie SZW heeft nu al de opsporing van PGB-fraude onder haar hoede.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

r. m. dalmijn

23 juli 2014

Prachtig rapport, leesbaar, correcte bronvermelding, imposante en relevante lijst van gesprekspartners. Na die 79 bladzijden , een aanrader overigens , dringt zich de vraag op " is ons mooie landje als enige in Europa wat verschrijf gevoelig of tobben we/ze er elders ook mee?". En wat doen die dan vervolgens. De buitengrenzen context ontbreekt. Daarnaast valt op dat de argumenten om de situatie te houden zo die is bedenkelijk weinig aandacht krijgen. En meer algemeen " de kippenboer (FIOD of Iszw) weet niet altijd met het gereedschap van de timmerman om te gaan. Nog meer algemeen de sunami van wetten en regels , die weleens veranderen en ook niet altijd in elkaars verlengde liggen maakt het voeren van een integere administratie niet heel eenvoudig. En ongetwijfeld zal de gesuggereerde transformatie aanvullende regelgeving vereisen. Misschien toch aan het andere eindje van het touwtje beginnen.

Freek de Bruijn

24 juli 2014

Het rapport zal - zonder dat ik dat uit eigen had kan bevestigen- theoretisch goed in elkaar steken. Dat is echter niet het werkelijke issue. De primaire vraag moet zijn: wat is 'zorgfraude' en hoe sporen we dit op? In veel te veel gevallen wordt nu de term fraude gebruikt waar het gaat om de interpretatie van vaak schimmige en grijze regels. Wanneer instellingen deze regels 'gedeeltelijk' interpreteren volgen haar eigen kaders, is naar mijn idee geen sprake van fraude. Hooguit van misinterpretatie. De grens tussen misinterpretatie en fraude is echter heel dun. Zowel de NZa als DBC onderhoud verwijzen steeds vaker naar de afspraken in de 'markt': tussen aanbieders en verzekeraars. In die ongelijke strijd leggen aanbieders het steeds vaker af tegen de macht van verzekeraars. Niet in de laatste plaats door het ongelijke speelveld. Een voorbeeldje: aanbieders moeten binnen 3 maanden declaraties indienen na afsluiten van een DBC. Verzekeraars hebben 5 jaar de tijd om de regelgeving te interpreteren en met terugwerkende kracht declaraties te beoordelen in het licht van, zoals gezegd, evoluerende grijze en schimmige regelgeving.
De NBA alerts moeten serieus genomen worden. Het is tijd dat regelgeving en handhaving opnieuw worden ontwikkeld. dat moeten we nadrukkelijk niet doen door 'weer' een nieuwe partij een rol te geven in de handhaving. Ik ben voorstander van een onafhankelijke toetsende partij van regelgeving en contracten op uitvoerbaarheid en interpretatie! Deze partij kan DBC-O, NZa en ZiN aanwijzingen en in het ergste geval boetes geven wanneer regels onduidelijk zijn. Eerst eenduidigheid, dan handhaving!

Top