ACTUEEL

Marcel Levi: pak extreme prijzen medicijnen aan

Bestuursvoorzitter Marcel Levi van het AMC in Amsterdam vindt dat farmaceuten voor sommige geneesmiddelen extreme prijzen vragen. De overheid zou moeten ingrijpen.

Dat schrijft Levi in een opiniestuk in de NRC.

Ontwikkelkosten

Levi stelt dat de ontwikkelkosten onterecht veel te hoog zijn. Hij ziet vaak dat geneesmiddelen waarvan allang duidelijk is dat ze niet succesvol zullen zijn toch eindeloos onderzocht worden. Bovendien heerst er veel bureaucratie bij grote farmaceutische bedrijven en die drijft de kosten nog eens extra op. Daar komen kosten voor de ingewikkelde registratieprocedure nog eens bij.

Zinloos

Ook bestempelt Levi marketing in de farmaceutische industrie als een ‘zinloze activiteit’. Maar alleen ontwikkelings-, marketing- en productiekosten verklaren de extreme prijzen van medicijnen niet. Ze worden vooral bepaald door wat de producent denkt te kunnen vragen. Dus worden geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten extreem duur ten opzichte van de werkelijke kosten. Levi spreekt zelfs van “woekerprijzen” en “chantage van wanhopige patiënten”.

Budgetten

Levi trekt aan de bel omdat de kosten zijn geëxplodeerd en enorm drukken op de budgetten van ziekenhuizen met veel patiënten die afhankelijk zijn van dure geneesmiddelen. En overheid zorgverzekeraars houden de geldkraan gesloten, aldus Levi.

Vrije markt

De ziekenhuisbestuurder pleit ervoor het vrije markt-model los te laten en voortaan te onderhandelen op nationaal, of liever nog Europees, niveau. Daarnaast moet het gebruik van goedkopere alternatieven door ‘biosimilars’ worden gestimuleerd. En medicijnen moeten sneller door de registratieprocedure heen.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

HuibHezemans.nl quality projects, process quality

8 oktober 2014

Terecht vraagt Marcel Levi in zijn artikel ‘Medicijnen horen niet op de vrije markt’ aandacht voor de doorligwonden in de gezondheidszorg, veroorzaakt door een vrije markt.
Maar de zorgverleners mogen ook in de spiegel kijken.

‘Bureaucratie met talloze functionarissen en onnavolgbare procedures’ moet juist niet verbazen. Het frame ‘bureaucratie’ als nodeloos regel- en papiercircus is niet terecht. Afspraken over wie, wat en hoe en controle daarvan, kwaliteitsmanagement kortom, is een kerncompetentie in de farmaceutische industrie.

In de persoonlijke gezondheidszorg beperkt een medische misser zich meestal tot één of enkele slachtoffers (Jansen Steur). Maar de maatschappij zal geen genoegen nemen met een vergelijkbare gammele kwaliteits- en veiligheidscultuur in de farmacie. Want bij een ontwikkel- of productiemisser bij medicijnen kunnen slachtoffers al gauw in de (honderd)duizenden lopen (softenon).

Navolgen van procedures in de farmacie wordt afgedwongen door audits en inspecties van (buitenlandse) overheden met consequenties. Dit in tegenstelling tot de 1e en 2e lijns-zorg waar procedures vaak niet worden gevolgd (handjes wassen).

Nutteloze marketing stopt zodra medici zich niet lenen voor de zoveelste trial voor een iets aangepast toepassingsgebied, waarvoor al alternatieven bestaan. Promoties op middelen voor onbegrepen klachten, met belangenverstrengeling, is even laakbaar.

Of geneesmiddelenontwikkeling (malaria) en -handel een overheidstaak moet zijn, is een politieke keuze – met grote internationale belangen en invloeden. Diezelfde vraag over het zorgaanbod in Nederland is eenvoudiger te beantwoorden. De ontwikkeling van supermaatschappen tot regionale zorgmonopolisten is het antwoord niet, lijkt mij. Maar Levi is dan ook in loondienst bij een UMC. Goed voorbeeld doet goed volgen?

Top