Tech

Ziekenhuis Tiel verliest hoger beroep in OK-zaak

Ziekenhuis Rivierenland Tiel (ZRT) heeft het hoger beroep in een slepende rechtszaak rond de verbouwing van het OK-complex verloren. Volgens het Gerechtshof in Den Haag zijn er geen gronden om eerdere uitspraken in de zaak ten nadele van het ziekenhuis te vernietigen, zoals ZRT wilde.

De uitspraak van het hof is het laatste hoofdstuk in een affaire die in 2006 begon, toen ZRT het OK-complex ingrijpend liet verbouwen. Nadat eind dat jaar de werkzaamheden moesten worden stilgelegd als gevolg van technische problemen, verbrak het ziekenhuis het contract met de aannemer.

Bij het scheidsgerecht, waar het ziekenhuis 1,4 miljoen euro eiste, ving het ZRT ziekenhuis in 2011  bot. De rechtbank in Rotterdam bekrachtigde in 2013 het oordeel  van de arbitragecommissie. Op grond van dit alles moest het ziekenhuis bijna 1,2 miljoen aan de aannemer betalen.

In hoger beroep vroeg ZRT het gerechtshof in Rotterdam om de eerdere uitspraken te vernietigen. Om de grieven te onderbouwen voerde ZRT onder meer aan dat de arbitragecommissie hoor en wederhoor niet zorgvuldig had toegepast. Ook zou het scheidsgerecht zich niet gehouden hebben aan de opdracht of het vonnis en zou er sprake geweest zijn van vooringenomenheid en partijdigheid. Volgens het hof gaat het hier om aannames die op niet meer dan veronderstellingen berusten.

Omkoping

Op de aantijging van omkoping van één van de getuigen door de aannemer gaat het gerechtshof niet in, aangezien ZRT deze beschuldiging niet eerder heeft ingebracht. Wel wil het gerechtshof nog over dit punt kwijt dat het enkele feit dat één van de getuigen van de aannemer een vergoeding dan wel onkostenvergoeding ontving, onvoldoende grond is om van omkoping te spreken.

Alles bij elkaar oordeelt het gerechtshof dat het scheidsgerecht bevoegd was om te oordelen in het dispuut tussen ZRT en de aannemer. Bovendien heeft het scheidsgerecht dit op correcte, voldoende gemotiveerde wijze gedaan. Het  hof oordeelt daarom dat geen van de grieven van ZRT slaagt. Daarmee wordt het eerdere vonnis van de rechtbank in Rotterdam bekrachtigd. Naast de al eerder gedane betalingen aan de aannemer, moet  ZRT de proceskosten van bijna 17 duizend euro betalen.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top