ACTUEEL

‘Ziekenhuisfusie dient geen maatschappelijk doel’

‘Ziekenhuisfusie dient geen maatschappelijk doel’

Fusies van ziekenhuizen in Nederland dienen geen enkel doel en zouden alleen in heel bijzondere gevallen moeten worden toegestaan. Schaalvergroting kent namelijk vooral nadelen, zo is de groei van ziekenhuizen ten koste gegaan van efficiency. Dit stelt Jos Blank, bijzonder hoogleraar Productiviteit Publieke Sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In de afgelopen veertig jaar zijn ziekenhuizen vijf keer zo groot geworden als gevolg van fusies. De gedachte achter schaalvergroting is dat de kosten dalen. In het begin treden die weliswaar op, maar volgens Blank is daar inmiddels geen sprake meer van: “De kosten voor behandelingen in grote ziekenhuizen nemen zelfs iets toe.” De bereikbaarheid en toegankelijkheid worden bovendien slechter en de dikwijls geclaimde kwaliteitsvoordelen zijn in de meeste gevallen niet aantoonbaar.

Volgens de bijzonder hoogleraar is minstens de helft van de ziekenhuizen in Nederland inmiddels te groot. De ideale grootte van een ziekenhuis ligt op minder dan driehonderd bedden. Daarboven treden de nadelen van schaalvergroting op, zoals een grotere  span of of control met bijhorende bureaucratie.  

Blank zegt dat het moeilijk is om de neiging tot fuseren te beteugelen en pleit daarom voor meer wettelijke maatregelen. Hij stelt voor om de bewijslast bij fusieplannen om te draaien, waarbij instellingen moeten aantonen dat een fusie maatschappelijke meerwaarde heeft. Nu kan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een fusie alleen tegenhouden als zij aantoonbaar negatieve effecten verwacht.

Blanks betoog sluit aan bij het pleidooi van patiëntenfederatie NPCF. In april betoogde directeur Wilna Wind nog dat de ACM te makkelijk fusies goedkeurt, zonder de belangen van patiënten daarin mee te wegen.  Als het aan haar ligt gaat de ACM fusies inhoudelijk toetsen, en niet meer alleen maar procedureel, zoals nu gebeurt. Haar pleidooi voor een hoorzitting in de Tweede Kamer waar alle betrokkenen tot een oplossing kunnen komen, vond weerklank bij de Kamerleden Lea Bouwmeester (PvdA) en Hanke Bruins Slot (CDA).

Marktmacht

Bijzonder hoogleraar Blank denkt overigens dat kostenverlaging allang niet meer de drijfveer is voor ziekenhuizen om met elkaar te fuseren. “Fusies van ziekenhuizen hebben onder meer te maken met het streven om de marktmacht te vergroten en de onderhandelingspositie met zorgverzekeraars te versterken.” Hij vindt dergelijk strategisch optreden begrijpelijk, aangezien zorgverzekeraars door op hun beurt te fuseren steeds groter en machtiger zijn geworden.

Huisartsenconglomeraten

Blank voorziet dat fusies en schaalvergroting ook in de eerste lijn steeds vaker zullen optreden. Ook hier spelen strategische overwegingen een rol. Huisartsen klagen al geruime tijd over de scheve machtsverhoudingen in de eerste lijn. Daarnaast zijn Nederlandse huisartsenpraktijken aan de kleine kant, vergeleken met de eerstelijnszorgaanbieders in veel andere landen. Hier is daarom nog voordeel uit de schaalgrootte te halen, verwacht Blank. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor harde groei: “We zitten ook weer niet te wachten op conglomeraten van huisartsen. Dan bestaat de kans dat de nadelen van schaalvergroting juist optreden.” Hij pleit voor nader onderzoek naar de optimale huisartsenpraktijk.

Blank aanvaardt op 4 september 2015 de bijzondere leerstoel Productiviteit Publieke Sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn oratietekst is vanaf vrijdagmiddag 17 uur te lezen op de website van het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in het publieke domein CAOP, dat zijn leerstoel mogelijk maakt.

 

1 Reacties

om een reactie achter te laten

D G o

6 september 2015

Gelukkig weer eens iemand die het durft te zeggen. De oorzaak van de fusies bij ziekenhuizen ligt bij de ontoombare fusiedrang bij zorgverzekeraars. De 'onderknuppels' van de zorgverzekeraars worden vervolgens op pad gezonden met een strikt finananciële opdracht.
Slechts bij de kleinere zorgverzekeraars zoals DSW ontmoet een ziekenhuisbestuurder nog een eindverantwoordelijke, die een dergelijk gesprek dan ook aandurft. Dan kan er nog inhoudelijk over strategie gesproken worden en behoeft de discussie niet te worden beperkt tot enkele financiële parameters.

Top