ACTUEEL

‘Cliënt moet ambassadeur van ggz zijn’

‘Cliënt moet ambassadeur van ggz zijn’

De geestelijke gezondheidszorg (ggz) moet beter en preciezer laten zien waar haar toegevoegde waarde ligt. Belangrijkste ijkpunt daarbij zijn de noden en wensen van de cliënt. “Als onze patiënten niet onze beste ambassadeurs zijn, doen wij het niet goed”, zegt voorzitter Jacobine Geel van branchevereniging GGZ Nederland.

“De hele samenleving is zich aan het organiseren rond consument en cliënt”, constateert Geel. “Wat gebeurt er als er straks bij wijze van spreken een Airbnb van de ggz opstaat? Je moet je dan als sector zo organiseren dat de kwaliteit overeind blijft.”
Waarmee Geel wil zeggen dat de ggz open staat voor nieuwe ontwikkelingen. Anders dan de media vaak willen doen geloven is de sector volop in beweging. “De ggz heeft nog vaak het imago van een sector die naar binnen gekeerd is en weinig proactief, maar de werkelijkheid is een andere. Ik merk een ongelooflijk verlangen naar vernieuwend elan. Het bruist van de initiatieven. Op tal van niveaus zijn we bezig met een verbouwing om ons huis klaar te maken voor een nieuwe tijd, waarin de patiënt leidend is als het gaat om welke zorg hij waar nodig heeft.” 

Lastige klus

Die verbouwing is een lastige klus, zeker ook gezien de vele belanghebbenden, van zorgverzekeraars, gemeenten en aanbieders tot professionals, patiënten en hun naasten. “De winkel wordt verbouwd, maar de verkoop gaat gewoon door. In de beleving van veel mensen worden de middelen schaarser, terwijl de regeldruk groeit... Dat leidt er toe dat professionals zich wel eens afvragen wat zíj nog te zeggen hebben. Ik bespeur vaak een gevoel van onteigening, alsof we ons uitleveren aan alle  verschillende financiers en ons eigen verhaal uit het oog verliezen. Wat het ingewikkeld maakt is dat er een inhoudelijk verhaal is en een kostenverhaal. Wij willen als aanbieders naar zorg op maat in de eigen omgeving. De meeste mensen zijn niet geholpen met een verblijf  in de kunstmatige omgeving van een instelling. Dat is een inhoudelijke overtuiging. Maar die overtuiging kwam in een stroomversnelling door de politieke opdracht om zorg duurzaam betaalbaar te maken.”

Aandacht voor kosten kan wat Geel betreft ook positieve effecten hebben. “Het goede van dat kostenverhaal is dat het ons dwingt om ons  inhoudelijke verhaal op orde te hebben. De ggz heeft jarenlang in betrekkelijke rust kunnen werken. De kosten stegen, terwijl in de beleving van velen niet duidelijk was hoe die kosten gemaakt werden en er grote verschillen tussen regio’s en instellingen waren. De opgave van de bestuurlijke akkoorden was dan ook: maak die uitgavenstroom transparanter. Met onze handtekening hebben we onszelf voor die verplichting verantwoordelijk gemaakt. ”

Pronken

Volgens Geel heeft de ggz op het gebied van verantwoording en transparantie de afgelopen jaren grote stappen gezet. Dus is het moment nu daar om de focus weer meer te leggen bij de  inhoudelijke drijfveren. “Natuurlijk moeten we de moeilijkheden die we tegenkomen aan de orde stellen en aanpakken, maar ik merk bij mijn leden een groeiende behoefte om óók naar buiten te treden met waar we trots op zijn. Niet pruttelen, maar pronken…  En dus zullen we als sector gezamenlijk antwoorden moeten formuleren die de energie geven om obstakels te nemen, in plaats van die obstakels leidend te laten zijn voor de inrichting van het  werk. Systeemdwang, regeldruk, verschillende financieringsstromen –het is er allemaal en het is van betekenis, maar mag niet ons eigen zicht ontnemen op de bedoeling van de ggz.”

Nieuwe GGZ

Eenzelfde soort motivatie ziet Geel terug in het pamflet De Nieuwe GGZ, dat medio oktober verscheen. De betrokkenheid op cliënten en de vakinhoudelijke gedrevenheid die hieruit spreken maken volgens Geel dat ook veel leden van GGZ Nederland hier “enthousiast van worden”. “GGZ Nederland is bezig met een verhaal dat dezelfde grondtoon heeft”, aldus Geel. “Ik hoop dat we elkaar vinden en dat we niet verstrikt raken in een valse tegenstelling tussen nieuwe en oude ggz. Dat zou doodzonde zijn.”
Toch is Geel niet over alle suggesties even positief, zoals bijvoorbeeld het idee om het budget dat nu wordt ingezet voor uitkomstmetingen voortaan te gebruiken voor e-health. “Voor je het weet gaat zo’n idee een eigen leven leiden en schaadt het de sector meer dan het helpt. Het systeem van routine outcome monitoring  kan absoluut verbeterd worden. Het moet geen vinkjeslijst zijn, bedoeld om geld te krijgen. Het kan ook meer gebruikt worden voor waar het ooit voor bedoeld was, namelijk het meten van kwaliteit vanuit de beleving van de patiënt. Maar het zou raar zijn om alles overboord te gooien, dan zagen we poten onder onze eigen stoel vandaan.”

Minder regels

Alle nieuwe aandacht voor de bedoeling ten spijt blijft de groeiende regeldruk wel een apart punt van aandacht. “Er zijn steeds meer partijen die op de één of andere manier zicht willen hebben op de vraag of de zorg doelmatig en gepast is: zorgverzekeraars, inspecties, NZa, en nu ook gemeenten. We willen minder regels, maar door de decentralisaties worden het er vooralsnog meer. Er gaat veel geld naar administratie en regeldruk. Dat vinden wij niet alleen, ook VWS en de zorgverzekeraars maken er inmiddels een punt van. Als sector willen we transparant zijn, maar het is ook zo dat verantwoording de neiging heeft meer te worden, en nooit minder. En de lakmoesproef van goede zorg moet uiteindelijk toch de zorg zelf zijn: is iemand op het juiste moment op de juiste manier geholpen?”

Geel realiseert zich dat de keuze voor zorg dicht bij de patiënt door het grote aantal participanten een forse opgave is. “Het vergt ongelooflijk veel samenwerking. De instellingen moeten zichzelf binnenste buiten keren. Als je mensen in hun eigen omgeving gaat behandelen heb je contacten nodig met de huisartsen, met de woningcorporaties, met de politie, de wijkteams, onderwijs… Om die samenwerking te bewerkstelligen moet je er als instelling zelf op uit, je kunt niet gaan zitten wachten.”

Doorbraak

Geel ziet op dit terrein wel uitgesproken bemoedigende signalen. “De brede samenstelling van het 'Aanjaagteam verwarde personen' is bijvoorbeeld een doorbraak. Sommigen zien de toename van het aantal verwarde personen als een teken van de afbraak van de ggz. Dat is me net te makkelijk. Zeker is het zo dat er nu zoveel tegelijk verandert dat het soms knarst en schuurt. Maar het is ook voor het eerst dat we met zoveel partijen samen – van politie tot ggz, van patiënten tot gemeenten – erkennen dat niemand in zijn eentje de sleutel voor een veilige en gezonde samenleving in handen heeft. Het  is voor het eerst dat we nu in gezamenlijkheid oplossingen bedenken, hoe lastig dat misschien ook is.”

GGZ Nederland houdt op 13 november een algemene ledenvergadering tijdens welke de ggz-aanbieders onder meer in gesprek gaan met een woordvoerder van De Nieuwe GGZ. Later dit jaar wil GGZ Nederland naar buiten treden met een eigen manifest.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Jan Zandijk

11 november 2015

Patiënten en hun naasten moeten ambassadeurs van de GGZ zijn.

Jammer dat Jacobine Geel in haar enthousiast verhaal over de stand van zaken in de GGZ de naasten van mensen die psychisch lijden niet noemt als een van de belangrijkste ervarings- en kennisbronnen van de GGZ. Zeker in tijden van onontkoombare bezuinigingen en de daarmee gepaard gaande systeemveranderingen zijn en blijven directe naasten onmisbaar waar het gaat om het bewerkstelligen van veranderingen in de GGZ. Bij hulp dicht bij huis gaan ze in de nabije toekomst zelfs nog belangrijker worden. Zij kunnen alles zeggen over de geleverde kwaliteit van zorg, die op veel plekken nog middelmatig is. Weg met de middelmaat. Ypsilon pleit al jaren voor het werken in en vanuit de triade: patiënt - familie/naaste - professional met elk een ten opzichte van elkaar gelijkwaardige positie.

Meer weten? Kom naar de landelijke studiedag van Ypsilon waar Andries Baart, Greet Prins en Alina Saers hun licht laten schijnen op de rollen die naasten kunnen pakken bij het bewerkstelligen van goede, betere zorg.

Jan Zandijk
voorzitter Ypsilon
www.ypsilon.org

V. Valk

16 november 2015

Ik ben het helemaal met dhr. Zandijk eens. Mensen met psychische problemen laten regelmatig verstek gaan in adviesraden omdat het de ene dag wel gaat en de andere dag niet. Dat is heel nadelig als het gaat om hun belangen. Naasten kunnen dikwijls hierin ook precies vertellen waar de belangen liggen, waar het fout en goed loopt als het gaat om zorgbeleid.

Top