ACTUEEL

Hervorming maakt ggz toegankelijker en goedkoper

Hervorming maakt ggz toegankelijker en goedkoper

Meer patiënten krijgen voor minder geld geestelijke gezondheidszorg (ggz) dicht bij huis en er gaan minder patiënten onnodig in de dure specialistische ggz. Bovendien zijn de gemiddelde behandelkosten per patiënt omlaag gegaan. Dat zijn de belangrijkste constateringen uit de recente monitor Generalistische Basis GGZ. De resultaten liggen in lijn met de doelstellingen van de hervormingen in de ggz.

Aanleiding om te hervormen zijn de stijgende kosten in de ggz. Die kosten zijn in het afgelopen decennium relatief meer toegenomen dan in andere zorgsectoren. Dit komt mede doordat mensen met lichte psychische problematiek vaak in de gespecialiseerde ggz terechtkwamen. Daarnaast keerden mensen na behandeling te langzaam terug naar de 1e lijn (huisarts, POH of EPZ). Hierdoor was de vraag naar gespecialiseerde ggz relatief hoog, waardoor de toegankelijkheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid in gevaar kwamen.

Met de introductie van de generalistische basis ggz (gb-ggz) in januari 2014 is de geestelijke gezondheidszorg anders ingedeeld. Vóór 2014 konden cliënten terecht bij de praktijkondersteuner huisarts ggz (poh-ggz), de eerstelijns psychologische zorg (epz) en in de 2e lijn. Na 2014 werden dat de poh-ggz, gb-ggz en gespecialiseerde ggz.

Het onderzoek naar de effecten van deze herindeling is in opdracht van het ministerie uitgevoerd door KPMG Plexus. De rapportage toont resultaten uit de drie deelnemende regio’s, Friesland, Utrecht en omstreken en Zuid Limburg, in de eerste en tweede helft van 2014, en de eerste helft van 2015, in vergelijking met de jaren ervoor.

Verschuiving

Een van de belangrijkste uitkomsten is dat het totaal aantal patiënten in de generalistische basis-ggz én gespecialiseerde ggz  in 2014 lager is dan in de eerstelijns psychologische zorg én tweede lijn samen in 2012 en in 2013. Deze dalende trend zet door in het eerste halfjaar van 2015.

De afname in de gespecialiseerde ggz en de toename in de gb-ggz sluiten aan bij substitutiedoelstellingen, de bredere doelgroep die de gb-ggz bedient en de toename van zorg die door de poh-ggz wordt geleverd, zo is in de rapportage te lezen.

De kortste weg

Eén van de doelen van de introductie van de gb-ggz is om patiënten via een zo kort mogelijke weg op de goede plek in zorg te laten komen (matched care). Er zijn indicatoren ontwikkeld om de stroom van patiënten door het ggz-systeem te monitoren. Ook wordt er gekeken door wie patiënten worden verwezen naar de gb-ggz of de gespecialiseerde ggz.

Zowel in het eerste als het tweede halfjaar van 2014 is 99 procent van de patiënten in de gb-ggz doorverwezen door de huisarts. In de gb-ggz is het eerste halfjaar van 2015 97 procent van de patiënten door de huisarts verwezen.

Behandelkosten per patiënt

In het eerste halfjaar van 2015 is voor het eerst een lichte daling (16 euro per patiënt) in de gemiddelde behandelkosten per patiënt zichtbaar.
In de gb-ggz is tussen het tweede halfjaar van 2014 en het eerste halfjaar van 2015 een daling van 70 euro per patiënt in de gemiddelde behandelkosten zichtbaar. Bij patiënten met een gb-ggz product liggen de gemiddelde behandelkosten wel hoger dan bij patiënten met een epz product. Die patiënten hebben gemiddeld ook zwaardere zorg nodig dan bij de EPZ.

In de gespecialiseerde ggz liggen de gemiddelde behandelkosten weer hoger dan voorheen in de tweede lijn. Dit kan (deels) verklaard worden door de gemiddeld zwaardere doelgroep). Er is ook een stijging in behandelkosten per patiënt zichtbaar tussen het tweede halfjaar van 2014 en het eerste halfjaar van 2015.

Totale behandelkosten

Omdat er meer patiënten bij de poh-ggz komen, zijn de kosten daar in het eerste halfjaar van 2015 hoger dan in het tweede halfjaar van 2014. De kosten in de gb-ggz liggen hoger dan in eerdere jaren in de epz. De zwaardere doelgroep en toename van het aantal patiënten spelen hierbij een rol. Voor het eerste en tweede halfjaar van 2014 zijn de behandelkosten in de gb-ggz vergelijkbaar. In het eerste halfjaar van 2015 nemen de totale behandelkosten toe met ongeveer 313 duizend euro.

De totale behandelkosten voor de tweedelijns/ gespecialiseerde ggz zijn in het eerste halfjaar van 2014 bij de betrokken aanbieders in de regio’s licht gedaald ten opzichte van 2013. In het tweede halfjaar van 2014 lijken de kosten gestegen. Deze stijging zet zich voort tussen het tweede halfjaar van 2014 en het eerste halfjaar van 2015 (met ongeveer 9 miljoen euro). Mogelijke verklaringen zijn gestegen tarieven, toegenomen kosten door ambulantisering van klinische zorg en de extrapolatie van nog niet afgesloten DBC’s.

Samenwerking

Uit het onderzoek blijkt verder dat partijen het belang van samenwerkingsverbanden en ketenafspraken zien toenemen, zowel voor de verwijsstromen als voor de kwaliteit van de behandeling. Het aantal huisartsen dat met een poh-ggz werkt, is op landelijk niveau gestegen naar 81 procent in het eerste halfjaar van 2015.

Ten opzichte van de afspraken die vorig jaar zijn gemaakt, worden door zorgaanbieders en zorgverzekeraars enkele verbeteringen waargenomen. Zo is er zijn sommige zorgverzekeraars  flexibeler geworden in de vereisten rondom het hoofdbehandelaarschap en rondom de ingezette  productmix. Tegelijkertijd geven met name aanbieders aan nog wel aan te lopen tegen de effecten van de afspraken die zijn gemaakt door zorgverzekeraars. Dat komt met name door de verschillende eisen van zorgverzekeraars, de administratieve lasten en registratiedruk. Ook zien aanbieders weinig ruimte voor innovatie.  Inhoudelijke eisen vanuit zorgverzekeraars kunnen belemmeren in het leveren van goede efficiënte zorg en de zorginkoop sluit nog niet goed aan bij de gerealiseerde productie.

Patiënten geven aan dat de afspraken tussen zorgverzekeraar en aanbieders soms leidend zijn in plaats van de kwaliteit van zorg.

Sector

De resultaten van de monitor zijn inmiddels door de minister met de Tweede Kamer gedeeld en met de sector, waaronder het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Over het geheel herkennen partijen zich in het geschetste beeld. Het NIP heeft zich wel kritisch geuit over de vergelijkbaarheid van de kosten en diensten van de poh-ggz en de gb-ggz.

KPMG Plexus zal rond juni 2016 de volgende rapportage opleveren, waarin de data landelijk zullen zijn gevalideerd. Deze rapportage zal een completer beeld geven, op basis waarvan meer algemene conclusies getrokken kunnen worden. 

KPMG benadrukt dat op basis van deze monitor nog geen algemene conclusies getrokken kunnen worden over de effecten van het ingezette beleid.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Jan Willem Faessen

4 januari 2016

Geven jullie dan ook inzicht in de bereikte resultaten van de transitie ? De outcome ? Ik ben vooral benieuwd of vanuit het perspectief van de patient de weg inderdaad korter en overzichtelijker wordt. En of de juiste behandeling dus sneller begint, korter duurt en betere resultaten te zien geeft. Tenslotte ben ik benieuwd of jullie verwachten dat de zorgvraag in aantallen patienten daadwerkelijk blijft toenemen, en of dat alleen een relatie heeft met de bevolkingsgroei (?) of andere redenen.

Peter Koopman

5 januari 2016

Waarom slechts bedrijfskundige en financiële informatie geven? Ben vooral benieuwd of patiënttevredenheid, gemeten resultaat, kwaliteit behandelingen enz. zijn verbeterd. Dus niet alleen oog voor de (her) vorm, maar de inhoud primair stellen.

Top