Tech

Delen van wet uitwisseling patiëntgegevens uitgesteld

Delen van wet uitwisseling patiëntgegevens uitgesteld

Minister Schippers wil zorgverleners meer tijd geven om de gecompliceerde, gespecificeerde toestemming rond elektronische uitwisseling van patiëntgegevens in te voeren. Om die reden stelt zij voor om pas drie jaar na inwerkingtreding van de wet die de elektronische gegevensuitwisseling mogelijk maakt, de bepalingen rond het verlenen van toestemming in te laten gaan. Dit blijkt uit een recente brief van minister Schippers (Volksgezondheid) aan de Eerste Kamer.

Het wetsvoorstel 'Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens' vereist dat patiënten tot op zeer gedetailleerd niveau toestemming specificeren. Daardoor moeten ze mogelijk een groot aantal keren toestemming verlenen en moet de zorgverlener meerdere keren per patiënt om toestemming vragen. Bovendien moet telkens als de patiënt bij een andere zorgverlener komt, nogmaals toestemming worden verleend voor het raadplegen van medische gegevens, ook als de patiënt al toestemming heeft gegeven voor de uitwisseling van gegevens tussen de 'eigen' zorgverlener en een andere.

Over de moeilijkheden rond deze gespecificeerde toestemming lieten deskundigen zich kritisch uit tijdens een bijeenkomst met de minister in april 2014. De aanwezige deskundigen vertegenwoordigden de KNMG, de KNMP, de LHV, de NPCF en NictiZ. Zij vertelden de minister dat gespecificeerde toestemming niet alleen gevolgen heeft voor de wijze waarop de toestemmingsvraag aan patiënten moet worden gesteld, maar ook voor de manier waarop dit wordt geregistreerd. "Dit vergt organisatorische en technische aanpassingen aan de werkwijze en de uitwisselingssystemen van de zorgaanbieders", schrijft Schippers.

Regeldruk

De minister blijkt gevoelig voor de kritiek en stelt voor om bepaalde bepalingen pas drie jaar na de inwerkingtreding van de wet te laten ingaan. Op die manier wil ze het veld in de gelegenheid stellen zich aan te passen aan de eisen van het wetsvoorstel. Ook wijst ze erop dat het geenszins haar intentie is om de regeldruk voor zorgaanbieders te verhogen. Door de bepalingen later in te laten gaan, krijgt het wetsvoorstel volgens Schippers een "aanjagende functie om toe te werken naar het eindperspectief: een goede balans in wat wenselijk is vanuit cliëntperspectief en tevens haalbaar is in de praktijk van de zorgaanbieder".

De KNMG, KNMP, LHV en NPCF hebben volgens haar blijk gegeven van een "gedeelde visie op een veilige en verantwoorde elektronische uitwisseling van gegevens". In hun visie zal de patiënt zelf zijn toestemmingsprofiel kunnen vastleggen, inzien en aanpassen, bijvoorbeeld met behulp van een te ontwikkelen patiëntenportaal. "Juist door het beheer van het toestemmingprofiel bij de patiënt zelf te leggen, is hij in staat om goed te overzien waarvoor hij toestemming geeft en hier regie op te voeren", schrijft Schippers. Volgens haar worden bovendien onnodige administratieve lasten bij zorgaanbieders voorkomen door de regie over het toestemmingsprofiel bij de patiënt zelf te leggen.

De betrokken partijen stellen een gezamenlijk plan op, gefaciliteerd door het ministerie en Nictiz, waarin ze "enerzijds toewerken naar het geschetste eindperspectief en tegelijkertijd concrete stappen zetten om de noodzakelijke veranderingen ten opzichte van de huidige situatie in kaart te brengen, de impact van deze veranderingen voor zorgaanbieders in beeld te brengen en van oplossingen te voorzien".

Recht op inzage

De minister wil ook het recht op digitale inzage in het eigen medisch dossier door burgers uitstellen. Volgens haar is gebleken dat veel zorgaanbieders “op dit moment nog geen adequate en veilige invulling kunnen geven aan het recht op elektronische inzage en elektronisch afschrift”. Daarvoor zijn veilige authenticatiemiddelen op voldoende hoog betrouwbaarheidsniveau nodig waarmee burgers toegang kunnen krijgen tot hun gegevens. Omdat de ontwikkeling van een veilig authenticatiemiddel "minder snel dan verwacht" loopt, stelt zij het recht op digitale inzage in het eigen medisch dossier door burgers uit.

Schippers heeft daarnaast besloten om de nadrukkelijke toestemming aan te scherpen. De patiënt of cliënt krijgt in het wetsvoorstel het recht om bepaalde of alle gegevens voor inzage ter beschikking te stellen aan bepaalde zorgaanbieders. In een eerder versie van het wetsvoorstel stond dat de patiënt met een eenvoudig 'ja' of 'nee' kon antwoorden op de vraag van zorgaanbieders om toestemming tot zijn medische gegevens. Die mogelijkheid is komen te vervallen.

Eerste Kamer

De Tweede Kamer heeft in juli 2014 ingestemd met het wetsvoorstel 'Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens'. Het voorstel moet nog naar de Eerste Kamer. De senatoren gaan in een commissievergadering op 19 januari praten over de nadere procedure. Dan bepalen zij wanneer de plenaire behandeling van het wetsvoorstel kan plaatsvinden.

Het wetsvoorstel dat er nu ligt, is niet de eerste poging om de digitale uitwisseling van medische gegevens mogelijk te maken. Eerder stelde Schippers een wetsvoorstel op, die de verplichte elektronische uitwisseling van gegevens moest regelen. De Tweede Kamer ging akkoord met dit Elektronisch Patiëntendossier in 2009, maar de Eerste Kamer schoot het wetsvoorstel af in 2011. Een CDA-senator riep de minister toen op om met een nieuw wetsvoorstel te komen waarin zaken als beveiliging, privacy en rechten van patiënten goed zijn geregeld.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Wim Jongejan

10 januari 2016

Wat minister Schippers in haar nadere memorie van antwoord aan de Eerste Kamer in het wetsontwerp 33509 voorstelt is een desperate en bizarre poging om dit wetsontwerp door de Eerste Kamer te krijgen. Wat de minister nu voorstelt, is principieel volkomen onjuist en vormt op geen enkele wijze een vermindering van de regeldruk. Immers het vastleggen van de uitsluitingen zou dan na drie jaar gewoon toch plaats vinden. Principieel is het onjuist, omdat de patiënt minimaal drie jaar lang geen enkele beperking kan aangeven welke categorie zorgaanbieders uitgesloten kunnen worden als opvragers van de medische data via het LSP. Het uitsluiten van categorieën van zorgaanbieders was al een slap aftreksel van wat bij medische communicatie de standaard zou moeten zijn, namelijk: op de situatie toegesneden informatie communiceren voor een gekend doel met een gekende derde (niet een categorie van derden). De professionele samenvatting van de huisarts, die via het LSP opvraagbaar is, heeft een te grote reikwijdte om te kunnen spreken van op de situatie toegesneden informatie. Door nu alle beperkingen van opvragende zorgaanbieders voor drie jaar te laten varen wordt de burger elke mogelijkheid onthouden om beperkingen aan te brengen bij opvragers. Bovendien is het de vraag of de nadere specificering überhaupt over drie jaar wel in zal gaan. Het kan bijv. zo zijn dat het beoogde veilige patiëntenportaal niet goed realiseerbaar is of belanghebbenden het niet meer opportuun achten die gespecificeerde toestemming in te voeren.
Daarnaast is het de vraag hoe het ooit te organiseren is dat mensen die met het laatste idee van de minister 3 jaar lang met een generieke toestemming in de LSP-index opgenomen worden, na die tijd allemaal in kennis worden gesteld hoe ze dan de specificatie van de toestemming alsnog kunnen opgeven. Ook het om praktische redenen, op verzoek van apothekers, laten vallen van het per LSP-bevraging vragen om toestemming(de adhoc-toestemming) is principieel volkomen onjuist. De mogelijkheid voor de burger die ooit zijn generieke toestemming gaf, om te zeggen "Nu even niet" verdwijnt hier volledig mee. Wat men doet, is het weglaten van essentiële onderdelen om een steeds moeilijker uitvoerbaar systeem te kunnen laten werken. Dit is de omgekeerde wereld. Het geeft aan hoe slecht nagedacht is over het LSP-systeem. Zie ook : http://bit.ly/1UGTeK0

Top