Finance

Ggz stopt met investeren

Ggz stopt met investeren

Als gevolg van de financiële druk op de sector zijn de investeringen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) drastisch teruggelopen. In totaal is het investeringsvolume in 2014 met 38 procent gedaald. Gaat het om investeringen in bedrijven en terreinen, dan is de daling 45,7 procent. Dit constateren inkoopcoöperatie Intrakoop en Verstegen accountants en adviseurs op basis van de analyse van 200 jaarverslagen.

De ggz haalt ook op andere terreinen de broekriem stevig aan. Zo hebben de ggz-aanbieders in 2014 12 procent bespaard op de totale inkoopuitgaven. De ggz laat daarmee de sterkste daling van de Nederlandse zorgsector zien. Ter vergelijking: de verpleeg- en verzorgingshuizen bezuinigden 5,0 procent op deze uitgaven, de gehandicaptensector 1,9 procent en de ziekenhuizen een half procent. 

Geen investeringen

De ggz is goed voor een totaal van 1,9 miljard euro aan inkoopuitgaven, waarvan het merendeel (1,6 miljard euro) tot de exploitatiekosten wordt gerekend. Het overige deel betreft 242 miljoen aan investeringen. De investeringen in bedrijven en terreinen vormen met 124,3 miljoen euro de belangrijkste investeringscategorie. Deze investeringen zijn in 2014 met een daling van 45,7 procent bijna gehalveerd. De sector anticipeert hiermee op de diverse transities die in de sector plaatsvinden waarmee het aantal cliënten de komende jaren verder zal dalen. Naar verwachting blijven grote investeringen uit en blijft de investeringsbehoefte beperkt tot gerichte vervangingsinvesteringen. "Ggz-instellingen doen er alles aan om het zorgaanbod te garanderen en hebben daarvoor extreem gesneden in overhead en investeringen in gebouwen", stelt branchevereniging GGZ Nederland in een korte reactie. 

Weerstandsvermogen

De solvabiliteit van de ggz-organisaties is gestegen van 19,6 procent in 2013 naar 21,1 procent in 2014. Gemiddeld genomen is het weerstandsvermogen van de ggz-sector daarmee voldoende. De verbetering van de financiële positie is vooral gerealiseerd door beheersing van de kosten. Het totaal van de bedrijfskosten ligt 142 miljoen euro lager ten opzichte van 2013. Dat de sector als geheel positieve resultaten laat zien, wil niet zeggen dat alle individuele organisaties het goed doen. Een aantal organisaties heeft te maken met een structurele negatieve exploitatie. Van de 59 organisaties die in 2013 een verlies rapporteerden, hebben er 22 ook in 2014 nog een verlies gerapporteerd. De overige organisaties zijn er in geslaagd de exploitatie bij te sturen.

Liquiditeit

Positief is ook de verbeterde liquiditeit van de sector. De veranderingen in de bekostiging, waaronder  de invoering van dbc’s, hebben de afgelopen jaren een fors beslag gelegd op het werkkapitaal. Instellingen zagen zich door de gereserveerde opstelling van financiers genoodzaakt om zelf voorte financieren. Ook groeiden de kosten voor het aantrekken van extern kapitaal. Inmiddels hebben de instellingen de financiering, mede dankzij aanvullende bevoorschotting van verzekeraars, op orde gebracht. De liquiditeitsratio is daardoor gegroeid van 1,2 naar 1,3. De liquiditeit ligt gemiddeld genomen boven de norm van 1,0, maar is nog altijd niet riant. Toch zijn de liquiditeitsrisico’s in de ggz niet al te groot, stellen Intrakoop en Verstegen.

Zijden draad

Toch is er geen reden tot juichen, vinden Intrakoop en Verstegen. Door de aanhoudende financiële druk hangt de financierbaarheid van de sector hangt aan “een zijden draad”, aldus Intrakoop en Verstegen. "Ondanks bezuinigingen blijft er weinig financiële ruimte over op de balans: de ggz heeft nauwelijks vet op de botten", vindt ook GGZ Nederland.

Minder patiënten

Dit gegeven is zorgelijk aangezien verdere bezuinigingen en transities, waaronder jeugdzorg, basis-ggz en Werken naar Vermogen, zorgen voor grotere risico’s, in concreto: flinke budgetkortingen en een dalend aantal cliënten. Het totaal aantal cliënten is in 2014 met 12,4 procent gedaald, van 502.000 cliënten begin 2014 naar 440.000 cliënten aan het eind van het jaar. GGZ Nederland pleit er voor om de door Intrakoop en Verstegen genoemde daling van het aantal patiënten in de ggz nader te verkennen. GGZ Nederland constateerde in haar Sectorrapport ggz 2013 eerder ook een grote daling in het aantal patiënten in de specialistische ggz, namelijk van ruim 100.000 patiënten tussen 2011 en 2013.

De late totstandkoming van de jaarrekeningen is volgens Intrakoop en Verstegen tekenend voor de problemen waar de ggz mee worstelt. Onlangs werd duidelijk dat twintig procent van de circa 40 curatieve ggz-instellingen er niet in is geslaagd om voor 1 december 2015 de jaarrekening over 2014 te deponeren, ondanks eerder uitstel van minister Schippers van VWS van de gebruikelijke datum van 1 juni.

 

5 Reacties

om een reactie achter te laten

Adrie Kok

14 januari 2016

Dit is wel een erg huilerige opinie. Ik zie om mij heen nieuw gebouwde klinieken, ik zie externe adviseurs die over "upcoding" komen vertellen en ik zie massa's directeuren. BoumanGGZ Rotterdam is zo'n organisatie. Circa 1000 medewerkers, 23 directeuren per december 2015 plus 3 leden RvB. Bouman heeft een nieuwe kliniek gebouwd en maken t.o.v. eerdere jaren wederom gebruik van een toenemend aantal (ook in kosten) externe adviseurs. Ik beweer niet dat inzet onrechtmatig is, maar constateer slechts dat de feiten niet overeenstemmen met de strekking van dit artikel. Ik vermoed dat de GGZ een heel ander probleem heeft. Ik constateer dat de GGZ niet althans onvoldoende is staat is om het rendement van de geïnvesteerde euro helder te maken (ook in besparing van maatschappelijke kosten). Bij een rendement dat klinkt als een klok zal ieder minister graag willen investeren. Ook in de GGZ.

Jan Alberts

15 januari 2016

A. Kok,
het is wat wankel geredeneerd om van 'ik zie om mij heen' naar 'de feiten stemmen niet overeen' te springen. Ja, er zijn instellingen die misschien een nieuwbouw hebben maar over het algemeen zie je toch vergane glorie. Oude afdelingen, meubelair uit de eighties. Ik zie de externe adviseurs ook, die werken niet voor niets en de adviezen gaan vaak over afslanken van personeel en 'slim declareren' . Management verdwijnt op grote schaal, het 'zelfsturend team', toch een mooie eufemisme voor 'zoeken jullie het zelf maar uit' is helemaal in. Het betalingsrisico is door de wirwar van contractregels en eisen aan verwijzingen sterk toegenomen. De tarieven per behandeling dalen en omzetbudgetten dalen. De overheid voert daarbij een wankel beleid, volgend jaar kan het allemaal weer anders zijn, zo is het overheersende gevoel in de GGZ. Het is alles bij elkaar niet gek dat men op zijn minst erg terughoudend is om investeringen te doen, mocht men daar al feitelijk toe in staat zijn.

V. Valk

15 januari 2016

Geachte meneer Kok. De investeringen richting cliënt, de werkvloer zijn gestopt. Inderdaad voor het overige zorgt men wel dat men de schaapjes op droge houdt.

Frits Bosch

15 januari 2016

De GGZ-instellingen hebben veel te lang geprobeerd om de eerste lijn "af te romen" met eigen dochterbedrijven. De meeste patiënten en huisartsen zaten daar niet op te wachten en omdat zij voorkeur hebben voor een meer kleinschalige persoonsgerichte benadering. Laten de GGZ-instellingen vooral doen waar zij goed in zijn: het bieden van specialistische hulp aan patiënten met complexe problematiek. Ik ben het helemaal eens met oud hoogleraar Guus Schrijvers die vandaag een aantal voorzetten gaf voor zorgparagrafen in verkiezingsprogramma's in Zorgvisie. "De basis-ggz wordt onderdeel van de eerste lijn en aangestuurd door eerstelijnsorganisaties. Zo ontstaat in Nederland een eerstelijns-ggz die nauw verweven is met de overige eerstelijnsvoorzieningen.
Uitgangspunt voor de eerstelijns-ggz worden de klachten van cliënten zoals stress, verdriet en angst en niet het opplakken van psychiatrische ‘etiketten’. Als de GGZ-instellingen ook weer gaan samenwerken met vrijgevestigden dan komt het ook snel weer goed met de financiën!

Sef van Ments

18 januari 2016

Een van de gevolgen van de ingrijpende transities in de GGZ, zijn de problemen die de nieuwe financieringssystemen en -vormen voor veel GGZ instellingen met zich meebrengen. Kennelijk roepen deze problemen nog steeds emoties en wantrouwen op over de vraag of de euro’s echt wel naar de zorg gaan. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld naar het schrikbeeld dat het zuurverdiende geld in stenen en externen zou blijven hangen in plaats van dat het aan de zorg besteed wordt.
Helaas is de realiteit wat ingewikkelder en zou het debat volgens mij genuanceerder moeten verlopen. En zouden we er vooral op gericht moeten zijn om de zorgverlener in staat te stellen die zorg te verlenen die zijn patiënt of cliënt nodig heeft. Ik mis die invalshoek nog wel eens in het debat over de transities of de financiering daarvan.

Top