HRM

‘Verplichte accreditatie verwordt tot formeel toetsje’

‘Verplichte accreditatie verwordt tot formeel toetsje’

Een verplichte accreditatie voor zorgbestuurders, zoals minister Schippers van VWS graag zou zien, schiet zijn doel voorbij. Dat betoogt Thom de Graaf, voorzitter van de accreditatiecommissie van de NVZD, in het lentenummer van Lucide.

Met haar pleidooi voor een verplicht karakter wil Schippers voorkomen dat de bestuurderstoets al te vrijblijvend wordt. Volgens De Graaf dreigt echter precies het tegenovergestelde. “Ik hoop dat de minister zo verstandig is om de druk er niet al te hoog op te leggen. Want als Den Haag dit verplicht gaat stellen, dan wordt het een formeel momentje, waarbij de bestuurder z’n toetsje moet halen”, zegt oud-minister De Graaf in Lucide over het accreditatietraject dat bestuurdersvereniging NVZD recent heeft opgetuigd. “Dan komt het eigenaarschap nooit in de sector zelf te liggen; het idee dat mensen het zelf belangrijk vinden. En dat is in mijn ogen veel belangrijker.”

De afgelopen maanden doorliepen de eerste 70 zorgbestuurders het accreditatietraject. De NVZD mikt op een totaal van 500 voor eind 2018. 2016 Moet wat De Graaf betreft dan ook “echt een bulkjaar worden”. Dit betekent volgens De Graaf tevens dat er nagedacht moet worden over de verdere ontwikkeling van het systeem, inclusief zaken als  logistiek, bemensing, ICT-ondersteuning en het werven van meer auditoren.

Sancties

Verplichte sancties, naar voorbeeld van de beroepspraktijk van artsen en advocaten, acht De Graaf geen zinvol element in de doorontwikkeling van het accreditatiesysteem. De suggestie om bestuurders die de accreditatie niet halen formele toegang tot het ambt te ontzeggen, wijst hij van de hand. “Ik denk dat zoiets niet werkt omdat besturen niet een afgepaste set aan bevoegde handelingen betreft, zoals dat wel geldt voor dokters, advocaten of notarissen. Daarnaast is ultieme sancties in het vooruitzicht stellen bij de start van een proces dat vooral zinvol is als het door de bestuurdersgemeenschap zelf wordt omarmd en waardevol wordt bevonden, niet echt zinvol.”

Geen diploma

De Graaf vindt daarnaast dat de kwaliteit van het accreditatiesysteem niet kan worden afgemeten aan het aantal bestuurders dat struikelt. Van de eerste groep bestuurders is er één niet door de accreditatieprocedure gekomen, hetgeen  de vraag oproept hoe onderscheidend het traject is. “Als straks de bulk door het traject gaat, dan zullen er waarschijnlijk een paar meer uitvallen”,a ldus De Graaf. “Daarmee bewijst het systeem z’n waarde. Maar de minister is wat al te digitaal als ze zegt: ‘Als iedereen wordt geaccrediteerd, dan klopt het niet.’ Alsof het een middelbare schooldiploma betreft waarvan de waarde wordt bepaald door het aantal mensen dat zakt. Ik denk niet dat het logisch is dat er niemand afvalt. Maar ik vind de motiverende werking van het systeem veel belangrijker.”

Net zomin als het accreditatiesysteem een formele eis voor uitoefening van een bestuursambt is, is het een garantie tegen bestuurlijke fouten of wangedrag.  “De accreditatie is een toets op de ontwikkeling van professionaliteit, waarin reflectie op het eigen functioneren centraal staat. Met een accreditatie wordt niet gezegd: ‘Deze mijnheer of mevrouw maakt nooit fouten’ of ‘deze mijnheer of mevrouw deugt als persoon.’ Het is geen integriteitsexamen.”

Schaduwzijde

De eerste geaccrediteerde bestuurders zijn blijkens hun commentaar op de NVZD-website te spreken over hun ervaringen. “Feedback geven is voor de meeste mensen geen favoriete activiteit, zeker niet aan een bestuurder”, stelt Cathy van Beek, lid raad van bestuur van Radboudumc. “Feedback bereikt de bestuurder daarom nauwelijks ongefilterd. Daarom zie ik het accreditatietraject als een mooi proces van feedback vergaren van allerlei mensen om je heen die je zien functioneren. Het verrijkt je enorm. Enerzijds versterkt het datgene waar je je functioneren als het ware al ‘mastert’; anderzijds schemert ook je schaduwzijde helder door.”

Vanzelfsprekend

Bestuursvoorzitter Douwe Biesma van het St. Antonius Ziekenhuis vindt deelname aan het accreditatietraject een vanzelfsprekendheid: “Als wij transparantie vragen aan medische professionals, dan moeten wij er als bestuurders ook voor open staan om verantwoording af te leggen over datgene waarover wij transparant kunnen zijn: onze bestuursstijl.” De meerwaarde zit wat Biesma betreft in de betrokkenheid van “auditoren van buiten de sector, die relatief waardevrij en neutraal, maar wel professioneel bekijken hoe jij bezig bent met het verkrijgen van reflectie.

 

 

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

13 april 2016

Een verplichting tot het regelen van feedback zou opgenomen moeten worden in de arbeidsovereenkomst. De vorm daarvan kan verschillen. Omdat "zorg" een containerbegrip is en "bestuurder" een functie voor diverse beroepsbeoefenaren is ( arts, verpleegkundige, psycholoog, jurist, bedrijfskundige, socioloog etc) is er geen eenheidsworst mogelijk. Een functie heeft vooral lokale betekenis; deze past op de wensen en eisen van die organisatie en is ook verschillend o.a. qua omvang en branche. Dus is naast intern toezicht (RvT) en extern toezicht (IGZ) bevorderen van zelfreflectie wenselijk.

Pieter Vierhout

13 april 2016

Het wordt tijd dat ministers en tweede kamerleden worden geaccrediteerd dat zou aardig wat geld kunnen besparen! De huidige volksvertegenwoordiging is uitstekend het de maat nemen van anderen.
Deze accreditatiegolf binnen de NVDZ gaat een schijnzekerheid geven voor het goed besturen, vraagt om het optuigen van een heel circus en neemt weer geld weg van de zorg aan patiënten. Een product voor de bühne! Pieter Vierhout

Top