HRM

Meeste zorgverleners zijn klaar voor complexere zorgvraag

Zorgverleners zien een toename in het aantal cliënten met complexe problematiek. Over het algemeen voelen zorgverleners zich voldoende competent om met deze veranderingen om te gaan.

Dit blijkt uit een enquête van het NIVEL onder bijna 1900 verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners.

Een meerderheid van de zorgverleners ziet een toename in cliënten met vragen die zich uitstrekken over verschillende levensgebieden. Het betreft bijvoorbeeld cliënten die naast lichamelijke zorg, ook psychische, of sociale ondersteuning behoeven, of ondersteuning op het gebied van wonen. Dit maakt zorg extra complex.

Uit het NIVEL-onderzoek blijkt dat de meeste zorgverleners vinden dat ze voldoende competent zijn om deze zorg te bieden. Er zijn wel verschillen tussen de verschillende sectoren: zo vindt maar iets meer dan de helft (53 procent) van de medewerkers in de thuiszorg zichzelf competent genoeg om complexe zorg te bieden, terwijl dit onder verpleegkundigen 60 procent is. Ongeveer een kwart van de zorgverleners in de onderzochte sectoren voelt zich minder competent voor deze complexere zorgvragen. De onderzoekers pleiten voor extra ondersteuning voor deze zorgverleners.

In het onderzoek komen ook op andere vlakken verschillen naar voren tussen sectoren. Zorgverleners in de gehandicaptenzorg ervaren, in vergelijking met zorgverleners in andere sectoren, relatief  weinig veranderingen in de zorgvraag. Zorgverleners in de gehandicaptenzorg zien bijvoorbeeld minder vaak een toename in cliënten met comorbiditeit en cliënten die eigen regie belangrijk  vinden. Verpleegkundigen in ziekenhuizen ervaren op hun beurt minder veranderingen in hun taken dan zorgverleners in andere sectoren.

Administratie

Niet alleen de zorgvraag verandert, ook bijkomende taken veranderen. Minstens vier vijfde vindt de hoeveelheid administratie toegenomen. Ook ervaart meer dan de helft een toename in het werken met richtlijnen en protocollen en het gebruik van ICT voor communicatie met cliënten. Daarnaast ervaart een meerderheid  een toename in het werken met gestructureerde zorg(leef)plannen. Voor het communiceren via internet of andere ICT-toepassingen voelen relatief veel zorgverleners zich (nog steeds) minder competent.

De meeste zorgverleners voelen zich gesteund door hun werkgever in het omgaan met veranderingen in hun werk. Zij krijgen steun via onder meer deskundigheidsbevordering, en informatiebijeenkomsten binnen de organisatie. Ook putten zij steun uit regelmatige functioneringsgesprekken, een duidelijke visie op wat goede zorg is en duidelijkheid over wat wel en niet tot het takenpakket hoort. Een meerderheid van de zorgverleners wil dat de werkgever hen steunt door het verminderen van administratieve taken en door minder regels en meer vrijheid van handelen.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

13 juni 2016

Onderzoekbericht hier roept enkele vragen op. Tussen competent "voelen" en competent "zijn" zit naar mijn mening nog wat "lucht". Zo is niet duidelijk of toenemende complexiteit voor verzorgenden, begeleiders, praktijkondersteuners en verpleegkundigen dezelfde inhoud heeft en of aan de "noodzakelijke toerusting" dezelfde eisen worden ( of behoren worden) gesteld. En naast de petsoon zelf; wie is bevoegd en vooral bekwaam om deze vaststelling te doen?
Ik weet dat bij de diverse aspecten van het generalistisch verpleegkundig handelen verschillende invalshoeken van toenemende complexiteit een rol spelen. Bijvoorbeeld " in hoeverre worden actuele verpleegkundige standaarden in de beroepspraktijk gehanteerd?" ( vb standaard verpleegkundig handelen na beroerte in contexten ziekenhuis, verpleeghuis of thuis. ) Kortom er zijn nogal wat vragen naar aanleiding van dit Vilans onderzoek. Hoewel, toch goed van Vilans om met deze relevante vraagstelling " de nek uit te steken ".

Peter Koopman

13 juni 2016

Correctie: ik bedoelde het Nivel als onderzoeksinstelling. Sorry voor de fout Vilans !

Top