HRM

FWG plaatst kanttekeningen bij stijgende vraag naar hbo'ers in zorg

FWG plaatst kanttekeningen bij stijgende vraag naar hbo'ers in zorg

De huidige ontwikkelingen binnen HRM in de zorg leiden tot een sterk toenemende vraag naar hoogopgeleide werknemers. Dit roept vragen op, onder meer over de behoefte aan warme zorg, over de inclusieve arbeidsmarkt en de stijging van loonkosten. Dit komt naar voren in de HR Trendmonitor Zorg 2016 van FWG.

In het rapport beschrijven de onderzoekers de belangrijkste ontwikkelingen binnen HR in de zorg, op basis van interviews met 38 HR-managers van uiteenlopende zorgorganisaties in Nederland. Die ontwikkelingen zijn eigenaarschap, het leveren van zorg op maat, flexibel kunnen meebewegen, zelfsturing en het omgaan met technologie. Nagenoeg alle 38 managers brengen de ontwikkelingen in verband met een hoger opleidingsniveau.

"Tel daarbij op dat de zorg steeds complexer wordt", stelt FWG, "Er is sprake van een toenemend aantal ouderen en chronisch zieken met een complexe zorgvraag en comorbiditeit." Bovendien blijven mensen langer thuis wonen door de hervormingen in de langdurige zorg en komen zij later in een intramurale omgeving terecht. Dit alles leidt ertoe dat er een grote behoefte is aan zorgverleners met een hoog opleidingsniveau, want dit zou de kwaliteit van zorg ten goede komen.

Opwaartse opleidingsbeweging

FWG plaatst kanttekeningen bij deze opwaartse opleidingsbeweging: "Hoe verhoudt de ongebreidelde vraag naar hoog opgeleid personeel zich met de realiteit van haalbare opleidingsniveaus? Wanneer er in de zorg geen plaats meer zou zijn voor de lagere en middelbare niveaus, betekent dit dat het grootste gedeelte van de zorgmedewerkers niet langer actief kan blijven op de arbeidsmarkt?" Volgens FWG hebben lager en middelbaar opgeleide zorgmedewerkers het al niet makkelijk. Hun taken worden in veel zorginstellingen overgenomen door vrijwilligers en er wordt voorspeld dat hun werk zal worden overgenomen door robotisering en automatisering.

De opwaartse opleidingsbeweging binnen de zorg heeft volgens FWG verregaande maatschappelijke consequenties. "Het roept vragen op omtrent de waarde van kennis, over de behoefte aan 'warme zorg' en handen aan het bed, dreigende arbeidsmarkttekorten en stijging van loonkosten." De onderzoekers vragen zich af of HR-managers stelling zouden moeten nemen met betrekking tot de (on)wenselijkheid en de maatschappelijke gevolgen van de opwaartse opleidingsbeweging.

Flexibilisering

Zoals genoemd, is flexibilisering een belangrijke ontwikkeling binnen HR in de zorg. De veranderingen in de sector gaan volgens de HR-managers te snel en zijn te onvoorspelbaar om langetermijnbeleid te kunnen ontwikkelen voor personeelsplanning. Controle en planning hebben dan ook plaatsgemaakt voor flexibilisering en meebewegen. Om zich staande te houden in de veranderende omgeving moeten zorgorganisaties meebewegen.

De geïnterviewde HR-managers onderstreepten in het trendrapport van twee jaar geleden het belang van een strategische personeelsplanning. Wel gaven zij aan dat het lastig was om tot een langetermijnpersoneelsplanning voor hun organisatie te komen. Nu zeggen veel geïnterviewden zelfs dat het onmogelijk is om toekomstvoorspellingen te maken. De focus binnen HR verschuift naar de kortere termijn.

HR-managers richten zich op het ontwikkelen van medewerkers tot wendbare krachten met competenties als eigenaarschap en flexibiliteit. Verder zoeken de managers flexibiliteit met betrekking tot de inrichting van de organisatie en werkprocessen. Tot slot richten zij zich op meer flexibiliteit met betrekking tot de arbeidsrelatie en contractvormen. FWG concludeert dan ook: flexibiliseren is de nieuwe strategische personeelsplanning.

Zelfsturing

Een andere belangrijke ontwikkeling is zelfsturing, die onverminderd populair is. HR-managers zijn kritisch over de invoering ervan in hun eigen organisatie; ze vinden dat er tijd beschikbaar moet zijn voor de overgang naar zelfsturende teams en dat zelfsturing moet worden ingevoerd als visieverandering en niet als bezuiniging. FWG signaleert een beweging waarbij HR-managers vooral waarde hechten aan de principes achter zelfsturing zoals eigenaarschap en ruimte voor vrijheid van zorgmedewerkers.

Een nieuwe ontwikkeling die uit de interviews naar voren komt, is dat HR-managers bij de uitoefening van hun werk de cliënt van de zorgorganisatie centraal stellen. Twee jaar geleden zeiden zij nog dat hun belangrijkste klant de zorgmedewerker of de raad van bestuur was. Volgens FWG is het feit dat HR de cliënt centraal stelt onderdeel van een cultuurverandering in zorgorganisaties waarbij meer aandacht is voor menselijkheid.

3 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

11 november 2016

HR management is facilitair van aard; de beoordeling van de aard en complexiteit van zorgvraagstukken is primair een aangelegenheid van erkende zorgprofessionals. Ook oa bij banken en verzekeraars zien we snelle veranderingen in de wenselijke functiemix. Het siert HR managers dat men een sociaal hart toont, echter zorgorganisaties zijn geen werkgelegenheidsprojecten, maar het doel is veilige en kwalitatief verantwoorde zorg te verlenen. HR managers behoren primair de thans gewenste functiemix te faciliteren om aan hogere eisen tijdig te gaan voldoen. Ik vond de FWG reactie conservatief en klagerig van aard, vandaar deze reactie. We zitten niet te wachten op het problematiseren maar verwachten oplossingen in deze; ook van HR managers!

Henk Bakker

14 november 2016

Geheel eens met Peter Koopman. V&VN is voor een verantwoorde functiemix in de zorg die recht doet aan de complexiteit van de zorgvraag. Zowel verpleegkundigen als verzorgenden vervullen hierin een belangrijke rol. De strategische personeelsplanning dient zich op de huidige en toekomstige zorgvraag te richten.

Lucien Engelen

14 november 2016

Aanvullend aan wat FWG aangeeft merk ik dat de ontwikkeling van technologie, het gebruiksgemak er van (door goed ontwerp zoals met de iPad), veranderende zorgvragers (de eerste Rolling Stones-fans verhuizen nu naar verzorgingshuizen) in het geheel genereert wordt. Ik verwacht juist dat door dat technologische ontwikkelingen kansen bieden voor lager opgeleiden ipv hoger opgeleiden. Ik sprak hierover Maart dit jaar (https://www.skipr.nl/evenementen/conferentie-zorg-en-welzijn-in-beweging.html) wat zo ongeveer leidde tot een complete verontwaardiging van groot deel van de daar aanwezigen (beleidsmakers) . Hier lijkt zich een aanzienlijk probleem te gaan vormen door de discinsect tussen beleidsmakers en de realiteit van alle dag. Op mijn vraag wat zij meenden hieraan het gaan doen was 'een' antwoord uit de zaal "dan gaan wij als hoger opgeleiden toch het werk van de lager opgeleide doen"...

Top