ACTUEEL

Ook huisartsen in verzet tegen 'protocolitis' bij inspectie

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de medische tuchtcolleges slaan door met hun richtlijnen en protocollen. Deze worden vaak gebruikt om met artsen af te rekenen en leiden bovendien tot slechtere zorg. De inspectie leidt aan 'protocolitis', stelt de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen woensdag in de Volkskrant.

Uit kwalitatief onderzoek dat woensdagavond in Utrecht wordt gepresenteerd komt naar voren dat de regels en de praktijk niet altijd even goed op elkaar aansluiten. Ervaren huisartsen kiezen er geregeld voor om protocollen te doorbreken omdat zij het belangrijker vinden goede zorg te leveren. Het onderzoek vond plaats op kleine schaal, maar huisartsenverenigingen LHV en VPH zeggen zich te herkennen in het geschetste beeld, schrijft de Volkskrant.

'Goed verhaal'

De inspectie zegt dat richtlijnen belangrijk zijn, maar dat elke arts daarvan mag afwijken 'als hij daar een goed verhaal bij heeft'. Een woordvoerder wijst erop dat de regels ook door artsen zelf zijn opgesteld.

Bij de IGZ is volgens de woordvoerder wel al een cultuuromslag gaande. Zo wordt er binnen de ouderenzorg niet alleen meer naar de richtlijnen gekeken, maar onderzoek de inspectie ook of er liefdevolle zorg wordt geleverd.

Verzet tegen regels

Uit onderzoek van het NIVEL bleek onlangs dat specialisten het registreren van de zorg die zij leveren weliswaar belangrijk vinden, maar dat zij de zorg voor de patiënt voor laten gaan. Ook in de VVT klinkt de roep om het terugdringen van regels en protocollen.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

RaadvoordeOuderenbescherming

30 november 2016

De Raad voor de Ouderenbescherming is van mening dat de werkwijze en taken van de Inspectie voor Gezondheidszorg snel en grondig op de schop moeten.

Naar de mening van de Raad voor de Ouderenbescherming zou de huidige IGZ zich uitsluitend moeten bezighouden, dus beperken (!) tot onderzoek van niet strafbare feiten. Het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten hoort naar de mening van de Raad voor de Ouderenbescherming uitsluitend toe aan het Openbaar Ministerie. Het huidige strafrecht biedt hiertoe alle mogelijkheden.


Naar de mening van de Raad van Ouderenbescherming dient er een nieuwe onafhankelijke toezichthouder in het leven te worden geroepen, waarbij de bevoegdheden veel verder gaan dan de huidige bevoegdheden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
De Raad voor de Ouderenbescherming geeft ter overweging mee bij hervorming van de taken van de Inspectie voor de Gezondheidszorg de naam van het orgaan te veranderen.

Top