HRM

'Kader Zorginstituut biedt te weinig verbetering verpleegzorg'

'Kader Zorginstituut biedt te weinig verbetering verpleegzorg'

Het Zorginstituut heeft een stap gemaakt naar betere verpleeghuiszorg. Maar het Kwaliteitskader Verpleegzorg biedt nog te weinig garanties dat die zorg daadwerkelijk beter wordt, vindt Patiëntenfederatie Nederland.

Het Zorginstituut presenteerde het kwaliteitskader op 1 januari 2017. Daarmee toont het de wil om te verbeteren, vindt de Patiëntenfederatie. Maar er staat nog te weinig in over de cliënt en zijn of haar naasten. En juist door naar die mensen te luisteren kan de kwaliteit van leven voor cliënten echt verbeteren. Personeel moet dus vaker de dialoog aangaan met cliënten.

Leren

In het Kwaliteitskader Verpleegzorg legt het Zorginstituut de nadruk op het begrip 'leren' als belangrijk middel om de verpleegzorg te verbeteren. De Patiëntenfederatie erkent het belang, maar vraagt zich af of dit zorgt voor de benodigde veranderingen. Toezicht op het behalen van leerdoelen zou in ieder geval een aanvulling zijn op de tekst van het kwaliteitskader, denkt de federatie.

Daarnaast zou er in het Kwaliteitskader Verpleegzorg ook een evaluatie moeten worden opgenomen.

12 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

3 januari 2017

Het neologisme "verpleeg-"zorg suggereert verpleegkundige zorgverlening. In verpleeghuizen werken weinig verpleegkundigen en in de verdunning met vooral verzorgenden en helpende is dat werkzame accent niet echt terug te vinden. Gezien de huidige teammix moet van verzorgingshuizen gesproken worden. Een norm die in de teammix verpleegkunde accentueert ontbreekt. Dit terwijl veel cliënten CIZ geïndiceerd zijn voor "verpleging" en derhalve verpleegkundige standaarden en protocollen deskundig toegepast zouden moeten worden. Waarom dan hiervoor geen toetsbare norm stellen? Alleen een beschikbaarheid binnen 30 minuten bij acute medische problemen is veel te dun en ontkent de professionaliteit inzake planmatige positieve en preventieve verantwoordelijkheid voorafgaand aan planmatige verzorging, verpleging, begeleiding en participatie in multidiciplinaire behandeling. ( art 33 Wet BIG ). Ook de rol daarenboven van de verpleegkundig specialist langdurige zorg bij somatische aandoeningen of de verpleegkundig specialist ggz ( bijv gedragsproblematiek, depressie, delier of dementie enz.) ontbreekt. Waarom?

Jan Kremer

4 januari 2017

Een belangrijke correctie:
In dit stuk staat dat het Zorginstituut het Kwaliteitskader gepresenteerd zou hebben op 1 januari 2017. Dat is onjuist.
Er is in december een concept-versie verstuurd naar de relevante veldpartijen voor wettelijk voorgeschreven consultatie. De feedback wordt nu verwerkt, waarna het Zorginstituut het definitieve Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg definitief zal vaststellen.

Jan Kremer, voorzitter Kwaliteitsraad van het Zorginstituut

Jan Kremer

4 januari 2017

Een belangrijke correctie:
In dit stuk staat dat het Zorginstituut het Kwaliteitskader gepresenteerd zou hebben op 1 januari 2017. Dat is onjuist.
Er is in december een concept-versie verstuurd naar de relevante veldpartijen voor wettelijk voorgeschreven consultatie. De feedback wordt nu verwerkt, waarna het Zorginstituut het definitieve Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg definitief zal vaststellen.

Jan Kremer, voorzitter Kwaliteitsraad van het Zorginstituut

Jan Kremer

4 januari 2017

PS Het definitieve Kwaliteitskader zal naar verwachting maandag 9 januari vastgesteld worden.

Peter Koopman

4 januari 2017

De voorzitter Kwaliteitsraad Zorginstituut wijst terecht op de procedure. Anderen klaagden over de korte reactietermijn en dit in deze periode van het jaar. Procedures zijn belangrijk. Maar het gaat om de inhoud! Na 9 januari ( de TK na haar reces ) zullen we pas echt mogen oordelen over dit "kwaliteitsproduct", dat door het NZi moest worden opgesteld omdat " de polder " er zelf niet in slaagde. En nu komt er een kader. Geen kader is erger dan dit kader, maar naar mijn mening zou (met dezelfde inspanning en kosten) meteen een beter product aangeboden kunnen worden, dan nu de inhoud van het concept doet vermoeden. De reacties spreken boekdelen. Op een aspect wil ik nog wijzen: er zou onvoldoende wetenschappelijk onderzoek beschikbaar zijn! Nu is algemeen bekend dat inzake verpleegkunde en verplegingswetenschap een gapend gat qua financiering van onderzoek bestaat sinds we in 1980 met deze wetenschap in Nederland zijn gestart ( er ligt bij ZonMw een rapport hierover klaar ). Het is krenkend naar deze beroepsgroep om dit argument nu aan te voeren. Immers, waar een wil is, is een weg. Want is er wetenschappelijk onderzoek over bijv. de meest passende samenstelling van de kwaliteitsraad NZi, of over de optimale samenstelling van de ambtelijke ondersteuning van onze gekozen staatssecretaris enz? Er zijn blijkbaar ook mogelijkheden als het "weten" in gebreke blijft toch verantwoord tot uitspraken over waarden en normen te komen. Het gaat immers niet alleen om de hedendaagse operationele praktijk, maar om de beleidsmatige toekomst ( strategisch beleid en passende implementatie ). Dat snapt iedereen en zet bestuurders van verpleeghuizen niet op het verkeerde been door vooral over de huidige middelen ( boter bij de vis ) te adviseren, maar ontwikkel een toetsbaar normatief tactisch kader. In de hoop dat het nog goed komt, wens ik het NZi wijsheid.

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

4 januari 2017

Geef ik nog even (aan de Patiënten-federatie!) mee, dat als ‘leren’ ontstaat door ‘permanent verbeteren’, zoals o.a. volgens Lean denken en doen kan ontstaan, elke medewerker permanent bewust is van haar bijdrage aan de door patiënten gewenste zorg en wat daar dagelijks beter in kan.
Dat is een cultuur, dus houding en gedrag van iedereen in de organisatie. Als een verzorgings- of verpleeghuis (of welke andere organisatie dan ook) ‘permanent verbeteren’ als stijl heeft, hoef je niet weer een draak van een afvinklijstje te introduceren om te controleren op leerdoelen. Daarmee zet je de controle en het wantrouwen, met alle bureaucratie daarvan juist weer in gang.
In een organisatie waar permanent verbeteren bon ton is, merkt iedereen dat elk moment van de dag als hij op bezoek is, daar woont, verblijft, of werkt.
Dat kun je dus gewoon merken door er af en toe langs te gaan, zonder leerdoelen-resultaten te willen zoeken en meten.

Trudie Severens

4 januari 2017

De reactietermijn voor het conceptkader was inderdaad te kort. Actiz heeft gereageerd en ik onderschrijf het standpunt van Actiz.
Het is jammer dat het document is opgezet vanuit traditioneel denken over verpleeghuiszorg. De prominent in de titel opgenomen term ‘verpleegzorg’ is daar het slechte voorbeeld van. De essentie is niet de nadruk op verplegen en verzorgen, maar op de positieve beleving van de woon- en leefomgeving.
De verantwoordingsdruk zoals opgenomen in hoofdstuk 4 slaat door met ongewenste bureaucratie tot gevolg. De nadruk ligt weer op controle en verantwoording en leidt af van de dingen die er echt toe doen.

Ik deel de mening van de Patiëntenfederatie dat er te weinig in staat over de cliënt of zijn of haar naasten en de rol van zijn of haar naasten. Personeel moet vaker de dialoog aan gaan met de cliënten. Helemaal mee eens. Aanvullend mag de rol van de naaste prominenter worden opgenomen. Naaste zijn stopt niet bij de deur van het verpleeghuis.

De zorg verbeteren is een continu proces. Deze verantwoordelijkheid hebben we met z’n allen. Dit wil echter niet zeggen dat de verpleeghuiszorg in alle gevallen slecht is. We blijven hangen in hetzelfde frame. Laten we stoppen om dit voortdurend te roepen. Als wij willen dat jongeren massaal voor de zorg kiezen en onze zorg- en welzijnsmedewerkers, die nu bij ons werken, bij economische voorspoed voor de zorg blijven kiezen, dan moeten we niet voortdurend alleen maar zuur produceren.

Sandra Schoppers

4 januari 2017

Maak het niet (weer) te ingewikkeld, mensen. Want dat kunstje kunnen we al. Aan de dialoog tussen cliënten en personeel mankeert niets; je kunt alleen maar in de weg lopen. Het juiste personeel op de juiste plek is een HR-vraagstuk. Een POP-traject, voor zover de betreffende zorgwerkgever die ambitie heeft, doet de rest. Pas op voor de beheers- en registratiedrang als het gaat om de interactie tussen cliënt en zorgmedewerkers. Meet de kwalitatieve uitkomst van de verleende zorg, maar blijf van de relatie tussen cliënten en personeel af.

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

4 januari 2017

Er blijven verschillende meningen staan Sandra. Daar moeten we samen uit komen. In wederzijds gesprek, onderzoekend naar wat wij elk bedoelen. Ja, onze verpleeghuizen iets om erg trots op te zijn. Tegelijkertijd blijven er wensen om dat elke dag weer beter te maken. Niet omdat het slecht is, maar omdat dat kan en leuk is! Nieuwste inzichten daarbij zijn dat wij verzorgende hebben opgeleid, die dat met de beste bedoelingen doen en dat er een nieuw inzicht in de zorg is ontstaan, die Positieve Gezondheid heet. Dat vraagt wel degelijk ander omgaan tussen bewoners en personeel. En dat doe je niet van de ene op de andere dag. Én er is een inzicht ontstaan dat zelfsturing en zelforganisatie beter werkt. Dat doe je weer zonder HRM en POP-gesprekken.

Sandra Schoppers

4 januari 2017

Preken voor eigen parochie mag altijd. Goede (zorg)zaken in 2017!

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

5 januari 2017

Dank voor je aanmoediging Sandra!
Nog mooier is de geloven van die parochies met elkaar in gesprek brengen. Laat 2017 daar meer over gaan!

Sandra Schoppers

5 januari 2017

Misschien moet ik eens vier jaar gaan prediken voor de kansel in de Thorbecke-kerk.

Top

Skipr is een uitgave van Bohn Stafleu van
Loghum, onderdeel van Springer Media.