ACTUEEL

Zorg en voeding combineren is geen 'tomaat op doktersrecept'

Zorg en voeding combineren is geen 'tomaat op doktersrecept'

Het verbinden van voeding, leefstijl en techniek met zorg, kan de zorg beter maken, maar kent ook gevaren. "Geen tomaten op doktersrecept", aldus Norbert Hoogers, divisievoorzitter Zilveren Kruis. "Het is niet goed het dagelijkse leven te medicaliseren. De vraag is hoe zorgen we dat leefstijlkeuzes in het domein van het dagelijks leven blijven en niet in het domein van de zorg belanden."

Toch leidt het volgens Hoogers geen twijfel dat de zorg iets met voeding moet. “We zijn heel goed geworden in het genezen van mensen en ze langer te laten overleven, maar dat is niet in betere gezondheid. Er komen jaarlijks tienduizend nieuwe patiënten met diabetes bij en 70 duizend mensen met hart en vaatziekten. De helft heeft te maken overgewicht en dus met voeding.”

Hoogers deed zijn uitspraken tijdens het congres Health, Food & Technology dat op 15 juni in Zeist werd gehouden. Het idee dat zorg en voeding complementair zijn en elkaar kunnen versterken, vindt steeds breder ingang. Maar lastige vragen zijn er ook nog legio. Als maatregelen op het gebied van voeding en leefstijl bijdragen aan betere uitkomsten van zorg, gelden ze dan niet als medische interventie met dito vergoeding?

Eigen verantwoordelijkheid

“Laten we niet doen alsof het eten van groente niet gewoon een eigen verantwoordelijkheid is”, aldus Jeroen Kemperman, senior manager strategie & business development van Zilveren Kruis. “Het is lekker en gezond en moet niet iets zijn wat je doet voor je dokter. Voor ons geldt: geen declaratie zonder diagnose. Voeding en behandeling moeten elkaar op zijn minst ondersteunen. Maar we streven wel naar meer flexibiliteit in de bekostiging.”
“Misschien moeten we voeding als integraal onderdeel van het behandelplan zien”, aldus Henk Reinen, MT-lid van de directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP) van het Ministerie van VWS. “Dan raken we uit de klem van wat medische voeding is en wat niet.”
“Als zorg en voeding een integraal concept vormen, dan betekent het ook dat het vergoed moet worden”, stelde Ellen Kampman, leerstoelhouder Voeding en Ziekte, Wageningen Universiteit. “De diëtist zou een belangrijker rol moeten krijgen, terwijl die nu juist wordt weg bezuinigd.”

Niet opgeleid

Zo kregen de sprekers op het congres in Zeist meer harde noten te kraken. Waarom weten zorgprofessionals bijvoorbeeld zo weinig over voeding?
“Wat krijgen artsen mee over het belang van voeding tijdens de opleiding?”, vroeg topambtenaar Reinen zich hardop af. “Bijna niks. En huisartsen weten vaak niet dat er voedingsrichtlijnen zijn voor speciale groepen als diabetici.”
“Wij als artsen worden nauwelijks in voeding opgeleid”, erkende Tom van Loenhout cardioloog Ziekenhuis Gelderse Vallei voorzitter Alliantie Voeding in de Zorg. “We denken daardoor al snel in pillen en operaties en gaan vrijwel nooit in gesprek met patiënt over vraag hoe kan voeding helpen bij een betere levensstijl. Maar het tij is aan het keren.”

Gezondheidsdata

Zilveren Kruis ziet hierbij een belangrijke rol weggelegd voor digitale hulpmiddelen. “Wij kiezen voor een digitaal platform om grote groepen mensen te helpen bij het maken van bewuste dagelijkse keuzes”, aldus Hoogers. Zo heeft Zilveren Kruis onder de naam Actify onlangs een eigen app gelanceerd, die al vele tienduizenden  keren is gedownload. Dat roept natuurlijk de vraag op of wat een zorgverzekeraar allemaal wel niet zou kunnen met zulke persoonlijke gezondheidsdata. “We willen geen mensen selecteren op basis van gedrag”, aldus Kemperman. “Dus hebben we gekozen voor harde ontkoppeling met verzekerdengegevens. We zijn wel nieuwsgierig of er een behandelperspectief in zit, dus we moeten informatie wel op groepsniveau kunnen aggregeren.”

Motiveren

Volgens Nicky Hekster, EMEA Technical Sales van IBM, zijn preventie, behandeling, leefstijladvies en big data nauw met elkaar verbonden. “Als je de data van duizenden diabetici kunt ophalen en doorzoeken kun  je leefstijladvies op maat maken. De zorg en voedingsmiddelenindustrie moeten zich realiseren dat anderen beter geëquipeerd zijn om iets met die data te doen.”
“Iedereen kan met big data rommelen, maar in hoeverre is het meer dan we nu weten”, vroeg wetenschapper Kampman zich af. “Ik wil overtuigd worden dat big data gedrag echt veranderen. Als je vraagt naar ouderdom, gewicht en familiaire achtergrond kom je ook een heel eind. Gaan big data me meer motiveren dan de wetenschap dat opa is overleden aan diabetes?”

Interventies

Of big data nu wel of geen tovermiddel zijn, dat de zorg -als het om preventie en leefstijlbevordering gaat- voor een grote opgave staat, bleek uit de bijdrage van Emely de Vet, hoogleraar gezondheidscommunicatie en gedragsverandering aan de Wageningen Universiteit.  “De dichtheid van fastfood is enorm toegenomen. Voedsel is overal te krijgen, ook op plekken waar het vroeger niet was, zoals bouwmarkten, boekwinkels en zelfs apotheken. De afstand tot de supermarkt is in Nederland gemiddeld 500 meter. Er is altijd voedsel in de buurt, overal prikkels die tot voedselkeuzes aanzetten, waarbij ongezonde keuzes vaak goedkoper zijn dan gezonde. Interventies zijn juist vaak gericht op individu en gaan uit van de rationele mens, die weloverwogen beslissingen neemt en onbeperkte wilskracht heeft. Gedragswetenschap toont aan dat het niet zo werkt. Maar 5 procent van alle menselijk gedrag is rationeel, de rest is veel intuïtiever en routineuzer. Die kennis moet het uitgangspunt zijn van interventies. Geen gebod of verbod, maar gedrag ontlokken door gebruik te maken van gedachteloos beslissen.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top