ACTUEEL

KNMG legt vast dat arts voor en tijdens werk nuchter moet zijn

De regels in de medische beroepsuitoefening voor het drinken van alcohol en het gebruik van psychoactieve middelen zijn vanaf vandaag formeel opgenomen in de KNMG-gedragsregels. Hiermee heeft de artsenfederatie naar eigen zeggen "een lang bestaande set ongeschreven regels geformaliseerd voor alle artsen en coassistenten die patiëntgebonden werkzaamheden uitvoeren".

Het initiatief voor het formaliseren van deze beroepsnorm over middelengebruik komt vanuit de KNMG en haar federatiepartners zelf. Uitgangspunt is de nulnorm, dus dat artsen hun werk nuchter verrichten en dat er geen sporen van alcohol of psychoactieve middelen in het lichaam aanwezig zijn tijdens het werk. Voor artsen met een bereikbaarheids- of crisisdienst, waarin zij fungeren als eerste aanspreekpunt, geldt eveneens de nulnorm.

Voor artsen die de rol van tweede aanspreekpunt vervullen tijdens een bereikbaarheids- of crisisdienst, geldt de verkeersnorm van maximaal 0,5 promille. Het betreft artsen die kunnen worden opgeroepen wanneer zowel de dienstdoende arts als het eerste aanspreekpunt met een bereikbaarheidsdienst zijn uitgevallen, bijvoorbeeld in het geval van een calamiteit. De verkeersnorm geldt ook voor artsen die als enige specifieke deskundigheid bezitten op een bepaald medisch terrein.

Handhaving

Implementatie van de norm is volgens de KNMG een taak van collega’s onderling, de beroepsverenigingen en de werkgevers. Het ministerie van VWS steunt deze gedragsregel vanuit haar belang om kwaliteit van zorg te waarborgen. Handhaving is in uiterste gevallen een taak van de inspectie of de tuchtrechter, aldus de artsenfederatie.

Het kan voorkomen dat een arts medicijnen gebruikt die voorkomen op lijst I en lijst II van de Opiumwet. Het gebruik van deze geneesmiddelen is dan toegestaan, maar alleen op voorschrift van een behandelend arts of in het kader van een behandelingsovereenkomst.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

bisschop

14 januari 2018

Zoals vaker probeert een belangenbehartiger in de zorg haar leden te verplichten weer eens het beste jongetje uit de klas te zijn, zonder de realiteit te onderkennen. Iedere arts weet en praktiseert deze norm al, op wellicht een publiek breed uitgemeten incident na. De KNMG zou dat moeten weten, en dat moeten uitdragen, om de discussie hierover te normaliseren. De KNMG doet echter het tegenovergestelde: zij doet alsof de dokter nog een lesje moet leren. Zij stelt zelfs dat iemand met bijzondere skills ook nog eens 24/7 paraat moet staan : “..De verkeersnorm geldt ook voor artsen die als enige specifieke deskundigheid bezitten op een bepaald medisch terrein….” Het standpunt van deze belangenbehartiger is tekenend voor veel belangenbehartigers. Zij zijn het contact met het veld en de realiteit kwijt geraakt in de wens politiek relevant te blijven. Jorinde Bisschop

Top