ACTUEEL

VWS stelt voorwaarden aan extra budget verpleeghuizen

Zorgorganisaties moeten een kwaliteitsplan en meerjarenbegroting opstellen om aanspraak te kunnen maken op het extra budget voor verpleeghuiszorg dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) beschikbaar stelt de komende jaren. VWS stelt voor de implementatie van het kwaliteitskader in 2019 600 miljoen euro beschikbaar, in de vorm van een kwaliteitsbudget per zorgaanbieder.

Dit schrijft minister Hugo de Jonge in een brief aan de Tweede Kamer.

Het kwaliteitsplan en de meerjarenbegroting vormen de basis voor de gesprekken tussen het zorgkantoor en de zorgaanbieder over de besteding van de extra middelen. Aanbieders moeten vastleggen wat ze gaan doen met het geld, hoe ze dat willen bereiken en hoe dit gemonitord wordt. Op landelijk niveau is vastgesteld dat het kwaliteitsbudget voor 85 procent bestemd is voor personeel en 15 procent is bedoeld voor de implementatie van ‘overige zaken’, zoals innovaties en arbeidsbesparende maatregelen.

Extra budget

Om in aanmerking te komen voor het extra budget van VWS voor 2019 moeten zorgaanbieders uiterlijk 31 december 2018 een kwaliteitsplan inclusief begroting bij het zorgkantoor indienen. Als het zorgkantoor dit goedkeurt, kunnen zorgaanbieders geld krijge van VWS voor de implementatie van het kwaliteitskader. Het ministerie trekt hiervoor in 2019 600 miljoen euro uit, als onderdeel van een structureel beschikbaar totaalbedrag van 2,1 miljard euro.

Bovenop de 2,1 miljard euro trekt het ministerie voor de periode 2018-2021 nog eens 200 miljoen euro uit als ontwikkelbudget. Jaarlijks gaat het om 50 miljoen, bedoeld ter ondersteuning van de uitvoering van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Deze middelen kunnen zorgkantoren gericht inzetten voor specifieke knelpunten bij de invoering van het kwaliteitskader, zoals knelpunten op het gebied van personeel, technologie en vastgoed.

Voor verbetering vatbaar

Om te beoordelen of de kwaliteitsplannen een goede basis vormen voor gesprekken over de besteding van de extra middelen heeft KPMG een analyse van de kwaliteitsplannen voor het jaar 2018 gemaakt. Hieruit blijkt dat de inhoud van de kwaliteitsplannen nog voor verbetering vatbaar is. KPMG signaleert grote verschillen tussen de kwaliteitsplannen, zowel qua vorm als in mate van detail. Brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland stelt daarom dat er winst valt te behalen in de mate van concreetheid.

De personele opgave waar de verpleeghuizen de komende jaren voor staan met betrekking tot het kwaliteitskader, moet gerealiseerd worden in een krappe arbeidsmarkt. Zorgorganisaties zullen samen met het zorgkantoor op moeten trekken om deze uitdaging te realiseren. Het is de bedoeling dat in 2018 en 2019 in alle zorgkantoorregio’s concrete prestatieafspraken zijn gemaakt tussen verpleeghuizen, opleidingsorganisaties en zorgkantoren over de arbeidsmarkt, zodat de beoogde extra zorgverleners ingezet worden. De bewoners moeten merken dat er genoeg zorgverleners zijn die tijd en aandacht voor hen hebben.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Monique van Doorn

26 juni 2018

Deja vu. Er wordt weer heel wat geld uitgetrokken voor zaken die moeten passen in een kwaliteitskader dat veronderstelt met prestatieafspraken de zorg te verbeteren.
Leidt dit tot waardevolle zorg en goed werk? Lost dit de problemen op waar medewerkers en bestuurders nu mee te maken hebben en houden? Het is de bekende aanpak van weleer. Groot geld rondstrooien en veel mensen aan het werk zetten. Ondertussen veel geld besteden aan werving en opleiding van handen die kennis van gisteren leren terwijl de ervaren handen aan het bed niet worden voorbereid op de snel veranderende context. Het gaat niet om meer handen, het gaat om andere handen en andere verdelingen.
Wat weerhoudt VWS er van om met dit geld innovatie te stimuleren via outcome indicatoren? Bijvoorbeeld: Hoe draagt de vernieuwing bij aan opleiden voor de toekomst (lees het advies van de commissie Kervezee, anders denken, anders doen voor meer inhoud), en ook hoe is de implementatie van nieuwe technologie verbeterd? Of nog dichter op de huid van de medewerkers, wat is het effect op de duurzame inzetbaarheid van ervaren medewerkers en kan dit benut worden bij jongere collega's? Laten we kantelen van prestatieafspraken (inspanning) naar outcome indicatoren (resultaat). Kunnen we stoppen met geld strooien en dat steeds te verbinden aan kantoortaal? Laten we concreet aan de slag gaan met de kennis en kunde die er al is en die schreeuwt om opschaling. Kennis en kunde die bewezen sociale impact heeft, gebaseerd is op eerdere resultaten en toekomstgericht is.
Terzijde, door de uitkomsten meteen te delen en te verrijken, en dat kan gewoon door de mensen zelf op hun eigen manier via learning communities, ontwikkelen we meer, sneller en goedkoper. Daarmee wordt meteen een belangrijk onderdeel van het kwaliteitskader namelijk de vorming van lerende netwerken geregeld. Online en over domeinen heen.
Waarom blijft VWS vooraf kaders en regels stellen (terwijl de schrapsessies nog na smeulen) terwijl het om uitkomst indicatoren zou moeten gaan? Raken organisaties zo beter in staat om personeel te behouden en te inspireren voor de zorg? Zakt met die aanpak het aantal medewerker dat na hun 60 ste in de WIA komt (nu 20 %)?
Zakt dan uberhaupt het ziekteverzuim in de sector? Vast niet.
Het is heel fijn dat er middelen beschikbaar zijn om ons voor te bereiden op de toekomst, maar kan de inzet doelgerichter en passend bij de praktijk van morgen?

Top