HRM

Verpleegkundigen willen snel duidelijkheid over beroepsprofielen

Verpleegkundigen willen snel duidelijkheid over beroepsprofielen

De regieverpleegkundige moet het antwoord zijn op de vraag naar hoger opgeleid verpleegkundig personeel. Er is echter nog veel onduidelijkheid over wie zich straks regieverpleegkundige mag noemen. Minister Bruins (Medische Zorg) laat een nieuwe commissie onderzoek doen. Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) vindt dat er al genoeg onderzoek is gedaan en vraagt de minister om snel duidelijkheid te geven.

In de praktijk van verpleegkundigen en verzorgenden is de afgelopen tien jaar veel veranderd, met name doordat de zorgvraag van veel patiënten complexer is geworden. Daarom is in 2016 besloten dat de beroepsprofielen op de schop moesten. In 2017 kwam toenmalig minister Schippers met een wetsvoorstel voor een nieuwe indeling in mbo-verpleegkundigen en hbo-verpleegkundigen. De hbo-verpleegkundige zou een aparte registratie als regieverpleegkundige in het BIG-register krijgen.

De beroepsgroep kon tot februari 2018 reageren op het voorstel. Volgens minister Bruins lopen de reacties sterk uiteen. "De standpunten variëren van de visie dat de mbo- of inservice-opgeleide verpleegkundige (ook met een aanvullende opleiding) niet zou mogen instromen in het register van regieverpleegkundigen tot de visie dat elke mbo- of inservice-opgeleide verpleegkundige met een aanvullende opleiding zou mogen instromen in het register van regieverpleegkundig", schrijft de minister aan de Tweede Kamer. Een internetconsultatie onder verpleegkundigen en verzorgenden gaf volgens de minister een zeer divers beeld.

Bruins stelt dat er op dit moment ook geen enkele geschikte instantie is die de verpleegkundige vervolgopleidingen zowel op inhoud als niveau kan beoordelen. "Sommige instanties kunnen wel het niveau van de opleiding vaststellen, maar niets zeggen over de inhoud en vice versa", schrijft de bewindsman.

Intussen deed bureau Panteia wel een poging tot onafhankelijk onderzoek naar 137 verpleegkundige opleidingen om te bepalen welke mbo-verpleegkundigen qua niveau en inhoud gelijkwaardig zijn aan het hbo- opleidingsprofiel om daarmee mogelijkerwijs toegang te krijgen tot het register van regieverpleegkundigen. Maar ook dat geeft volgens de minister evenmin een eenduidig beeld. 

Niet nodig

De minister heeft daarom besloten dat er een commissie komt die nader onderzoek moet doen. De commissie moet uiterlijk 30 november met een advies komen. Volgens beroepsvereniging V&VN is het echter de vraag "of nóg langer praten met nóg meer deskundigen nieuwe en betere inzichten oplevert".

"V&VN heeft in de Regiegroep Beroepsprofielen uitgebreid geadviseerd over het niveau van de verschillende opleidingen en de vergelijkbaarheid daarvan met de hbo-v-opleiding. Ook heeft V&VN alle extra rechtstreekse vragen van het ministerie uitgebreid beantwoord. Het overzicht van V&VN staat goed vermeld in het rapport. Wanneer dit het uitgangspunt is, is nóg een ronde praten met een commissie helemaal niet nodig", stelt de vereniging.

Met het oog op het tekort aan verpleegkundigen vindt V&VN het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over de beroepsprofielen. “Daarom vragen wij de minister om alles op alles te zetten om iedereen aan boord te houden. Mensen die voor de overgangsregeling in aanmerking willen komen, hebben al heel veel geduld moeten tonen", aldus V&VN. "Binnenkort zullen directeur Sonja Kersten en voorzitter Henk Bakker van V&VN namens de beroepsgroep dan ook nog eens in een persoonlijk gesprek met minister Bruins aandringen op snelheid."

Werkervaring

Werkgeversvereniging ActiZ laat ook weten dat duidelijkheid op korte termijn "voor alle partijen zeer gewenst" is. "ActiZ heeft, samen met de andere brancheorganisaties in de zorg (BoZ), een duidelijk standpunt geformuleerd en zal zich hiervoor hard blijven maken."

ActiZ vindt, samen met de brancheorganisatie in de zorg (NVZ, NFU, VGN en GGZ), dat medewerkers die voldoen aan het beroepsprofiel van de regieverpleegkundige toegang moeten krijgen tot het register van de regieverpleegkundigen. "Medewerkers met veel werkervaring en bijscholingen moeten via een EVC-traject kunnen aantonen in hoeverre zij voldoen aan de eisen voor het register voor regieverpleegkundigen en op welke onderdelen eventueel nog scholing nodig is om toegang te krijgen. Daarnaast vinden wij dat er verkorte scholingen beschikbaar moeten komen om snel aan de nieuwe beroepsprofielen te kunnen voldoen", aldus de werkgevers.

3 Reacties

om een reactie achter te laten

Richard Jansen

4 augustus 2018

Gevaar van professional licensing ligt erg op de loer. Door niet op inhoud maar op gilde te sorteren kunnen de kosten van zorg al snel 20% toenemen, zonder aantoonbare toename van kwaliteit van zorg. Zorgvuldigheid is dus zeker op zijn plaats. Alternatief kan zijn om de afschaffing van de beperkte aansprakelijkheid in de zorg terug te draaien en ziekenhuizen meer ruimte te geven om hierarchie en bevoegdheden zelf te bepalen, waarbij ruimte komt voor passende oplossingen voor iedere situatie.

Peter Koopman

6 augustus 2018

De HBO verpleegkundige kwam in 1976 op de “zorgmarkt”. Nu gaan we in NL een passende plaats tussen de erkende beroepen (wet BIG) regelen. Er komt dus iets bij ( er gaat niets af)! Vanaf 1977 werden 5 soorten verpleegkundigen in het wettelijk register opgenomen: A, B, Z, MBO-V en HBO-V. Van de laatste twee is de onderwijsgraad helder: MBO-V is niveau 4 en HBO-V is niveau 6 ( Europese/NL kwalificatie ). Lang geleden heeft een mbo-adviesbureau (Calibris) vastgesteld dat het A, B of Z diploma dezelfde rechten in onderwijsland bieden als het MBO-V. Daarmee is niet gesteld dat A,B of Z een mbo diploma is ( was een staatserkend diploma van een erkende bedrijfsschool ). Er is dus nu onduidelijkheid over de BIG-inpassing van verpleegkundigen met dit staatsdiploma ( ca 50% van het huidig totaal ?) Er zijn veel verpleegkundigen met twee van deze opleidingen en ook is een aantal in bezit van erkende aantekeningen daarop ( tot 1997 ). Daarenboven volgden velen profielopleidingen als intensive care enz. Maar ook werden aanvullende onderwijstypen “geconsumeerd”, vaak gefinancierd door de werkgever en verplicht gesteld voor bepaalde functie-uitoefening. Ook bij taken die in de functiewaardering meetelden was dergelijke nascholing soms voorwaarde. Al deze mensen hebben ook actuele beroepservaring ( eis voor herregistratie ) en moeten nu al lang wachten op hun plek in het nieuwe bouwwerk. De Minister is het niet duidelijk en stelde recent een commissie in ( met zeer wijze mensen ). Laten we hopen dat, nu we sinds 1976 al “ over tijd “ zijn, de bevalling goed zal verlopen. Wachten we op deze wijsheid; een paar maanden moet kunnen !

Peter Koopman

6 augustus 2018

Een aspect lijkt al niet meer veranderbaar: de nieuwe titel wordt “regieverpleegkundige”, zo de brief van de Minister. Nu is “spelverdeler” een krachtige term, maar in het vak van verpleegkundige zijn zowel op mbo- als op hbo niveau de zgn CanMedsrollen aan de orde. Het aanbod lijkt bij “regie” minder verpleegkundig en meer aanwijzend van aard te worden. Daarenboven heeft in de GGZ en bij zorgverzekeraars “regie” een andere lading. Vraag is of patiënten bij “regie” ook het gevoel kunnen hebben “ dit is mijn eerstverantwoordelijk verpleegkundige “ en zij/hij biedt mij positieve, preventieve, curatieve en andere verpleegkundige hulp, die ik/wij het beste acht(en) in deze. Het lijkt een gelopen traject, maar deze titel zou nu nog aandacht behoeven. ( vgl België bijvoorbeeld ). Overigens kan “regie”-verpleegkundige ook achter de naam ( verplicht ? ) aangeduid worden met “RV”, hetgeen ook kan verwijzen naar de registratie. Dat zou voor patiënten e.a. helder genoeg kunnen zijn. Dit dossier is voor de 206.000 verpleegkundigen op dit moment zeer relevant.

Top