HRM

Capaciteitsorgaan: opschalen naar 6000 opleidingsplaatsen per jaar

Capaciteitsorgaan: opschalen naar 6000 opleidingsplaatsen per jaar

Er zijn tweederde meer opleidingsplaatsen nodig om personeelstekorten in ziekenhuizen op te vangen, zo berekent het Capaciteitsorgaan. Dit komt neer op 5945 plaatsen per jaar. Het opleidingsoffensief is nodig omdat bestuurders en beleidsmakers tot voor kort te weinig oog hadden voor het opleiden van nieuw personeel, zegt ziekenhuisbestuurder Marjolein Tasche.

Tasche, bestuursvoorzitter van Franciscus Gasthuis & Vlietland in Rotterdam en Schiedam, doet haar uitspraken in onderzoeksprogramma De Monitor. De lacune is de verantwoordelijkheid van alle partijen in de zorg: ziekenhuizen, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS en andere betrokkenen. Maar niemand wist dat het een verkeerde keuze was, anders was het niet gebeurd, stelt Tasche.

Een aantal jaren geleden konden de ziekenhuizen de zorgvraag goed aan, legt ze uit. "De verwachting was niet dat de zorgvraag en complexiteit van de zorg zó zouden toenemen. We wisten ook niet dat er enorm bezuinigd zou worden op de verpleeghuiszorg, waardoor oudere mensen langer thuis blijven en uiteindelijk een grotere zorgvraag hebben."

Urgentie

De urgentie wordt ook benadrukt door het Capaciteitsorgaan. Dat onderzoekt de opleidingscapaciteit van de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen en rapporteert hierover aan de zorgsector en de overheid. Het orgaan constateerde in 2016 een groot hiaat in personeelsvraag en –aanbod, en die is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. De instroom bleef laag, terwijl de uitstroom verder toeneemt door bijvoorbeeld werkdruk, lage salarissen en pensionering. 

Om de problemen in de instroom op te vangen adviseert het Capaciteitsorgaan om het aantal opleidingsplaatsen uit te breiden met 63 procent ten opzichte van 2016. Dat betekent een verruiming naar 5945 plaatsen per jaar. Dat is niet alleen om de huidige tekorten aan te pakken, maar ook om op middellange termijn tot balans te komen, zo staat in een verklaring bij hun deelrapport over FZO-beroepen en ambulanceverpleegkundigen dat in november verscheen. 

Ziekenhuizen moeten over de hele linie meer gaan opleiden, maar de grootste discrepanties zitten in de aantallen IC-verpleegkundigen, operatieassistenten, seh-verpleegkundigen, anesthesiemedewerkers en kinderverpleegkundigen. In relatieve zin, dus in de verhouding tussen omvang van de beroepsgroep en zorgvraag, zijn de grootste tekorten bij de Kinderoncologie-verpleegkundigen, ic-kinderverpleegkundigen, ic-neonatologieverpleegkundigen, seh-verpleegkundigen en Klinisch perfusionisten. De krapte kan per regio bovendien sterk uiteenlopen. Zo hebben de regio’s Nijmegen en Limburg vooral te kampen met tekorten aan seh-verpleegkundigen. In Noordwest-Nederland en Rijnmond zijn de tekorten aan ic-kinderverpleegkundigen nijpend.

Verantwoord

"Het is onzeker of de forse extra instroom in de praktijk gerealiseerd kan worden", stelt het Capaciteitsorgaan. "Dat vraagt adequate inspanning van de raden van bestuur en directies van de zorginstellingen zelf. Hierbij spelen overwegingen van financiële aard - ondanks de bestaande beschikbaarheidsbijdrage en overige gelden - een belangrijke rol. Daarnaast spelen er ook overwegingen van inhoudelijke aard. Wat is bijvoorbeeld een verantwoorde opleidingscapaciteit?" Want opleiden vraagt veel van een ziekenhuis, geeft Marjolein Tasche aan.

Inmiddels werkt het Franciscus Gasthuis & Vlietland hard aan de instroom van nieuwe verpleegkundigen. Maar opleiden vraagt ook begeleiding vanuit het huidige ziekenhuispersoneel. En dat is zwaar. Tasche pleit daarom voor een andere manier van werken. “Minder een-op-een opleiden, maar meer via traineeships en leerwerkplaatsen”, stelt Tasche voor. Daarnaast wil ze  meer samenwerking tussen instellingen, zoals deRotterdamseZorg. Dat kan voorkomen dat instellingen de mensen bij elkaar wegtrekken. 

Het verminderen van administratielasten biedt ook extra lucht om aandacht te geven aan begeleiding en opleiding. In een interview in het decembernummer van Skipr magazine stelt zij al voor om de stofkam door het aantal keurmerken te halen. Dat kost de ziekenhuizen teveel tijd en geld. Tasche: "We zitten niet te wachten op extra visitaties."

Ontwikkelingen

In de uitzending van De Monitor, op 27 november, hamert Tasche er op dat de ziekenhuisbestuurders scherp blijven op opleiden. “We dachten een aantal jaar geleden dat we het met minder opleiden aankonden. We moeten ervoor waken dat dit in de toekomst niet weer gebeurd. We moeten blijven opleiden. En ook het inschatten van al die ontwikkelingen, die we als we terugkijken niet goed hebben gezien, moet beter”, aldus Tasche.

Lees het interview met Marjolein Tasche in Skipr Magazine 12, december 2018

3 Reacties

om een reactie achter te laten

hans peltenburg

27 november 2018

Ach mw. Tasche zo gaat het al 50 jaar: de varkenscyclus. Bij economische neergang bezuinigen ziekenhuizen weer op de opleidingen! Let maar op bij de volgende crisis!

Dave Willemse

27 november 2018

Inderdaad al langer een probleem. Sommige ziekenhuizen hebben ook gekozen om niet langer als opleidingsplek te fungeren. Dat zorgt voor een flinke verhoging in personeelskosten omdat personeel uitstroomt maar als zelfstandige met hoog uurtarief worden ingehuurd. Oplossing is beginnen met regionaal samenwerken vwb opleiding zoals ook hier wordt voorgesteld.
Ziekenhuizen moeten wel meer gaan investeren om beter te gaan plannen op langere en middellange termijn. En daardoor de behoefte personeel al in een vroeger stadium in te schatten en te blijven monitoren. Anders blijft het je als ziekenhuisbestuur weer overkomen en is het opeens urgent.

Peter Koopman

27 november 2018

Voor een aantal verpleegkundige vervolgopleidingen tot “ geprofileerd verpleegkundige” kan een “kop-“opleiding na de MBO-V en registratie als BIG verpleegkundige een mooi perspectief bieden. Nog mooier is de kans om die profilering op erkend hbo-niveau in twee jaar te bieden ( niveau 5 NLQF ). Omdat er vaak ook een beroepservaringseis wordt gesteld is dat onderwijs niet gericht op beginnend beroepsbeoefenaren en zal de praktische inzetbaarheid snel volgen. Een interessant loopbaanperspectief. En omdat het erkend beroepsonderwijs en geen bedrijfsopleiding is ook van brede nationale betekenis. De beroepsorganisatie kan een en ander in het kwalificatiedossier monitoren en de profielaanduiding erkennen. Immers een bedrijfsopleiding ( lokaal of per branche ) ontbeert deze breedte. Samenwerking is derhalve ook op dit terrein geboden tussen beroepspraktijk en beroepsonderwijs. Misschien ontstaat hiermee beleidsmatig een meer stabiele volumebeheersing en wordt een “varkenscyclus” minder gekozen.

Top