ACTUEEL

'Jeugdzorg teruggeven aan het Rijk niet de oplossing'

Dreigen met stakingen en ultimatums om de hele jeugdzorgopdracht terug te geven aan het Rijk is niet de oplossing, vindt René Meuwissen, vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. ‘Het lijkt me beter om te kijken waar de oorzaak ligt van de problemen.’

Jeugdzorg Nederland is het met de vakbonden en Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) eens dat er meer geld naar de jeugdzorg moet, maar de branchevereniging denkt dat ultimata en dreigementen dat de hele jeugdzorgopdracht wordt teruggeschoven naar het Rijk niet de beste onderhandelingsstrategie zijn. Dit zegt vicevoorzitter René Meuwissen in een interview met Zorg&Welzijn: “De opdracht teruggeven is het somberste scenario. Dat moeten we niet willen. Het lijkt me beter om te kijken waar de oorzaak ligt van de problemen en te onderzoeken wat we eraan kunnen doen.”

Werklast jeugdzorgmedewerker

Een van de problemen is de enorme bureaucratie in de jeugdzorg, vindt Meuwissen: “Elke gemeente heeft andere formulieren en andere regels. Het is gekmakend.” De vicevoorzitter staat positief tegenover het aangekondigde programma ‘Ontregel de Zorg’:  “Maar we moeten niet denken dat het daarmee allemaal koek en ei is. Bureaucratie is een veelkoppig monster.” Naast minder regeldruk en een hoger salaris, is ook een verlaging van de werkdruk van groot belang, stelt Meuwissen: “In de cao hebben we afgesproken dat de maximale caseload ligt op gemiddeld 17 casussen. Dat blijft ongewijzigd. Ik wil niet dat jeugdzorgwerkers meer casussen op zich nemen. Als er werkdruk ontstaan door meer casussen, dan kom je in een negatieve spiraal terecht van werkdruk, ziekte verzuim en uitstroom.”

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Kim Lieuwen

16 mei 2019

Alle zorg teruggeven aan het Rijk. Anders niks.

Hoek

17 mei 2019

Meer geld voor de jeugdzorg? Over echte oplossingen!

De Jeugdzorg is de laatste tijd veel in het nieuws. Tekorten bij de gemeentes die in de vele miljoenen lopen, wachtlijsten die op lopen door een tekort aan vakkrachten en cao-partijen die gezamenlijk in actie komen. Een aantal onderzoeken die de recent gepubliceerd zijn maken dit hard. Denk aan het CBS rapport en ook aan het rapport dat door significant opgesteld is op vraag van de Minister. En als klap de vuurpijl de open brief van de VNG die vandaag gepubliceerd is.

In de relatie gemeente-zorgaanbieder zien we de reactie dat de gemeente al snel aan de knop ‘prijs’ wil draaien. De gemeente wil dezelfde zorg afnemen, maar dan voor een lager uurtarief. Een reflex die we helaas ook zien is dat gemeentes toewijzingen geven voor (de goedkopere vorm) begeleiding in plaats van (de duurdere) behandeling. Nog triester is het om te zien dat gemeentes nog meer controle willen en de focus richten op de rechtmatigheid van zorg. Op zich is het allemaal logisch te verklaren. De financiën van de gemeentes geven een noodzaak tot ingrijpen en natuurlijk hebben we vorig jaar gemeenteraadsverkiezingen gehad en de nieuwe wethouders willen in hun eerste volle jaar uiteraard daadkrachtig voor de dag komen.

De zorgaanbieders hebben een fair tarief nodig om daarmee goede zorg te kunnen bieden waarbij aanbieders hun medewerkers goed kunnen belonen, opleiden en bijscholen in een uitdagende omgeving.

Maar wat was de bedoeling ook al weer van de transitie in de jeugdzorg. Het is een van de vele uitwerkingen van de participatiesamenleving. Nederland plaatst de zorg in een breder perspectief, er komt meer verantwoordelijkheid bij de burger en er wordt gedelegeerd naar decentrale overheden.

Het is nu jammer om te moeten constateren dat er eigenlijk maar 1 oplossing naar voren komt. En masse wordt er geroepen om meer geld uit Den Haag dat naar de gemeentes zou moeten. Wat niet gebeurd is een vorm van beschouwing. Een beschouwing waarin we bijvoorbeeld al heel snel zouden constateren dat er nu veel meer geld in het systeem van de gemeentes en aanbieders blijft hangen ten opzichte van de periode met provinciale financiering. Aan de gemeente kant zit dit o.a. in de wijk- en buurtteams, maar ook in de vele ambtenaren die lokaal regels opstellen en per gemeente verschillende verplichtingen bij instellingen neerleggen. De aanbieders aan hun kant hebben te maken hebben met allemaal unieke gemeentelijke regio’s (en soms ook nog met gemeentes die weer uit hun eigen zijn gestapt) met weer eigen regels en aanbestedings- en controlevoorschriften. Dit terwijl de ene gemeente echt niet zoveel anders is dan een andere. Het geld dat met deze regeldrift gepaard gaat blijft helaas allemaal hangen in het systeem in plaats van dat het aan zorg besteed wordt. Meer geld in de jeugdzorg pompen als de oplossing zonder te kijken naar de efficiency lijkt mij daarom meer dan jammer en ongepast.

Naar mijn idee zouden we een in ieder geval een viertal punten moeten doen waarmee we deze problematiek voor een belangrijk deel oplossen.
1. De nieuwe Jeugdautoriteit zou een bevoegdheid moeten krijgen bij de vaststelling van de tarieven voor jeugdzorg. De NZA heeft deze bevoegdheid nu in de WLZ en voor onderdelen in de ZWV. In de Jeugdzorg zouden we naar analogie van de WLZ (de relatie van de NZA met de zorgkantoren) de Jeugdautoriteit op basis van een deugdelijk kostprijsonderzoek een tarief met OVA systematiek moeten laten vaststellen waarbij de lokale gemeente maximaal 10% mag afwijken. De aanbieder kan dan nog ‘inverdienen’ richting de 100% als hij aan bepaalde door de gemeente vast te stellen extra’s voldoet.
2. Onder het motto meten is weten zouden we in Nederland alle transacties van de jeugdzorg vast moeten willen leggen bij een trusted third party. Vanuit meten is weten komt immers ook denken en doen. In de ZWV wordt dit door Vektis gedaan. Deze organisatie speelt een cruciale rol binnen ons zorgstelsel en geeft uiterst waardevolle inzichten gebaseerd op big data over de zorgverlening in Nederland. De huidige systematiek waarbij geredeneerd wordt vanuit CBS cijfers is aardig maar heeft een veel te hoog gehalte van appels met peren vergelijken.
3. Naar analogie met de ZVW en de WLZ zou Nederland ook in de jeugdzorg moeten gaan werken met een kwaliteitskader. Een kwaliteitskader wordt door partijen opgesteld (bv Jeugdzorg NL, NJI, VNG, IGJ), krijgt daarmee draagvlak en zou ingediend moeten kunnen worden bij het zorginstituut. Een van de basis taken van het zorginstituut is immers het bevorderen van kwaliteit en inzichtelijkheid van de zorg. Zodra de kwaliteit vastligt kan hierop getoetst worden door bv de gemeente of de inspectie, maar de norm voor kwaliteit ligt wel landelijk vast.
4. Tot slot zou het uiterst behulpzaam zijn in de verantwoording achteraf als gemeentes, aanbieders en mogelijk ook de cliënt in een soort van gemeenschappelijk grootboek de administratie van de zorgverlening bij zouden houden. In de wereld van de moderne ICT heet dit een blockchain. Hier zal een forse investering voor nodig zijn waarbij naast de gemeente en de aanbieders ook de leveranciers betrokken zijn. Het zou goed zijn als VWS hier een pilot zou starten zodat gemeentes en aanbieders op basis van vertrouwen de kinderen in de jeugdzorg kunnen helpen.


Deze maatregelen hebben niet de vorm van een stelselwijziging. Het is ook zeker niet de klok terugdraaien. Wel is het gebruik maken van elementen die werken in de ZVW en de WLZ. Ze zijn ook in lijn met de evaluatie van de Jeugdwet op basis waarvan het actieplan Zorg voor de Jeugd geschreven is. Gemeentes leveren met deze maatregelen leveren een stukje lokale autonomie in, maar er blijft meer geld beschikbaar voor zorg. De oorspronkelijke doelen van de hele transitie zoals eerder (jeugd)hulp bieden, samenhangende hulp voor gezinnen en meer ruimte voor jeugdprofessionals en vermindering van de regeldruk worden hiermee mede haalbaar.

Met deze maatregelen is het niet morgen al geregeld. Ook deze maatregelen hebben tijd nodig voordat we daar de effecten van zien. Dus is er ook geld nodig om nu te zorgen voor faire tarieven in de jeugdzorg.

Geschreven op persoonlijke titel

Maarten H.J. Hoek MBA

Top