Tech

Zonder verplichte standaard blijft Nederlandse e-health middenmoot

Zonder verplichte standaard blijft Nederlandse e-health middenmoot

Als het op digitale zorg en innovatie aankomt is Nederland internationaal gezien een middenmoter. Hoog tijd voor een verplichte overheidsstandaard voor digitale informatie-uitwisseling, vindt CEO Laurens van der Tang van Philips VitalHealth.

Over nut en noodzaak van een digitale versnelling kan volgens Van der Tang weinig misverstand bestaan. “Wij denken dat je echt betere en goedkopere zorg kunt leveren met digitale hulpmiddelen. Veel zorg die nu nog in het ziekenhuis plaats vindt kun je verplaatsen naar huis. Philips is natuurlijk bekend als leverancier van dure apparaten in ziekenhuizen, maar ontwikkelt zich steeds meer tot een IT-bedrijf. Als Philips VitalHealth zien we het als een uitdaging om die beweging van hospital to home mogelijk te maken. Alles wat buiten het ziekenhuis nodig is om samen te werken, hetzij met andere zorgaanbieders, hetzij met patiënten, willen wij gaan regelen.”

Randvoorwaarden

Van der Tang maakte zijn opmerkingen tijdens de recente HIMSS Europe in Helsinki. Om de stand van zaken rond e-health in Nederland op te maken hield Philips VitalHealth een bijeenkomst met zo’n dertig zorgbestuurders, artsen en beleidsmakers. De deelnemers waren het vrijwel unaniem met Van der Tang eens dat enkele belangrijke randvoorwaarden voor digitale transformatie nog niet zijn ingevuld. Naast kritiek op het gebrek aan standaardisatie en interoperabiliteit werden er onder meer zorgen geuit over de moeizame financiering van digitale zorg en de rem die formele regels op samenwerking zetten.     

“Als je kijkt naar wat er internationaal al beschikbaar is zou techniek geen belemmerende factor hoeven zijn”, aldus CIO Arnaud Kruizinga van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmagen, die als inleider optrad. “De vraag is meer hoe je het laat landen in je organisatie. We moeten het lef hebben om met de dingen die er nu al zijn aan de slag te gaan. Dat betekent anders werken, anders denken, bestaande patronen loslaten. Van nature zijn mensen niet gericht op verandering. Het is daarom zaak om koplopers te zoeken die laten zijn wat de meerwaarde is en wat het betekent voor medewerkers en patiënten.”

Naast cultuur vormt ook financiering wat Kruizinga betreft een belangrijke uitdaging bij de omslag naar digitale zorg. “We hebben in Nederland toch een model dat we pas verzekeringsgeld uitkeren als iemand ziek is. Als onze artsen thuis zorg gaan aanbieden dan is dat niet vanzelfsprekend ook verzekerd. Eigenlijk wil je naar meer preventief werken gericht op mensen gezond houden.”

Gefragmenteerd

“Er is al veel mogelijk. De techniek is er, maar het is erg gefragmenteerd”, aldus Van der Tang. “Het  zijn allemaal kleine deeloplossingen. Er is op het gebied van standaardisatie nog veel te doen. Eén van de dingen die ik persoonlijk onacceptabel vind is dat we in Nederland nog steeds geen standaard hebben op basis waarvan zorginformatiesystemen een patiëntendossier kunnen uitwisselen. Ieder zorginformatiesysteem zou dat verplicht moeten doen.”

Interoperabiliteit

Volgens Van der Tang is hier een cruciale rol voor de overheid weggelegd. “Samenwerken en polderen prima, maar er zijn bepaalde dingen die je als overheid zou moeten regelen”, aldus Van der Tang. “Neem bijvoorbeeld de spoorwegen; iemand moet regelen dat de spoorrails een bepaalde breedte hebben, anders gaat het niet werken. Zo zijn er ook in de zorg een paar dingen die de overheid echt moet regelen. Interoperabiliteit is daar één van.”

Middenmoter

Met problemen als deze staat Nederland niet alleen. “Ook in het buitenland is het niet echt perfect”, aldus Van der Tang. “Er zijn een paar kleinere landen, zoals Estland, die een nieuw begin hebben gemaakt door te kiezen voor één eenduidige centrale infrastructuur en een centrale opslag van patiëntendossiers op een veilige, uniforme manier. Die landen hebben daar een bepaalde voorsprong mee genomen. Maar aan de andere kant doet Nederland het in vergelijking met een aantal grote landen niet goed en niet slecht. We zijn een middenmoter.”

Persoonsgericht

Vital Health was tot eind 2017 een zelfstandige aanbieder van e-health toepassingen. Met de overname profileert Phillips zich nadrukkelijk als aanbieder van geïntegreerde zorgoplossingen. Dat impliceert wat van der Tang betreft meer dan alleen gebruikmaking van digitale data. “Het is belangrijk om data driven te zijn, maar digitale zorg moet ook persoonsgericht zijn en afgestemd op de unieke behoeftes van individuen. Bovendien gaat het niet alleen om het ondersteunen van mensen die ziek zijn, maar ook om ook om de gezonde mensen en de mogelijkheden van de gezonde mensen.”   

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top