ACTUEEL

Oud-V&VN voorzitter had 'deze impact niet verwacht'

'We kregen de geest niet meer in de fles', zegt Henk Bakker over de commotie over de wet BIG II in een interview met Zorgvisie. Deze week stapte het volledige bestuur op.

De verpleegkundigenorganisatie steunde aanvankelijk het omstreden wetsvoorstel BIG II, waarin de functiedifferentiatie tussen mbo- en hbo-opgeleid personeel formeel wordt geregeld. Vanuit het werkveld kwam veel weerstand, maar toen de V&VN de steun weer introk was het eigenlijk al te laat. "Met de kennis van nu hadden we in juni aan de bel moeten trekken", zegt Bakker daarover in het interview. "We hadden deze plannen voor Wet BIG II en de overgangsregeling opnieuw moeten voorleggen aan onze leden. Deze impact hadden we niet verwacht." Ook gaat de oud-voorzitter in op het opreden van minister Bruins in talkshow Jinek, dat hij "niet handig" noemt.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Koos Dirkse

29 augustus 2019

Waarom zit zo’n bestuur er. Je kunt dit volstrekt visieloos te noemen! Je zit er tenslotte voor en namens de leden en niet voor jezelf. En dan achteraf nog verbaasd zijn?!

Peter Koopman

30 augustus 2019

Het is pijnlijk dit te lezen en ofschoon ik overtuigd ben van de goede bedoelingen van deze parttime bestuurders op enige afstand is het bestuur verantwoordelijk. Blijft natuurlijk de vraag open en hoeverre is het bestuur adequaat geïnformeerd door directie en MT. Mij viel de weinig cultuurverwante reactie van de organisatie op. Andere onderwerpen “liepen gewoon door” terwijl het huis op haar grondvesten trilde. Een vereniging bestaat uit en voor leden en het bureau is daaraan dienstbaar. Een koepel-c.q. Nationale beroepsvereniging poogt naast klankbord ook spreekbuis te zijn voor de beroepen die zij vertegenwoordigd. We kunnen formeel van buiten naar het bestuur kijken, maar “in huis” zal ook lering getrokken moeten worden uit deze fundamentele misrekening. Het bestuur moet ook kunnen vertrouwen op adequate informatie en ondersteuning vanuit de organisatie. We zullen zien wat en hoe “onze” nationale vereniging zich hersteld en dat de “therapie” effectief bleek. Naast de snijdende ingreep door aftreden van het bestuur zal ook een beschouwende benadering niet mogen uitblijven.

Top