HRM

V&VN verkoopt Rinnooy Kan definitief nee op BIG-II

V&VN verkoopt Rinnooy Kan definitief nee op BIG-II

Verpleegkundige beroepsvereniging V&VN heeft Alexander Rinnooy Kan, die in opdracht van minister Bruins de steun voor de Wet BIG-II verkent, laten weten dat er onder verpleegkundigen geen basis is om door te gaan met de Wet BIG-II noch voor overgangsregeling. Uit een ledenpeiling onder ruim zeventienduizend duizend leden blijkt dat het draagvlak voor beroepsdifferentiatie onvoldoende groot is, laat staan voor een bijhorende wet.

Van de respondenten steunt niet meer dan 21 procent een nieuwe wet, 5 procent staat achter de huidige overgangsregeling. De peiling laat zien dat er geen absolute meerderheid is vóór onderscheid op de werkvloer tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen (functiedifferentiatie). Weliswaar is 46 procent voorstander van een vorm van functiedifferentiatie, 42 procent is tegen. Nog eens 12 procent heeft geen mening.

 

Het draagvlak voor functiedifferentiatie is groter onder verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten dan onder verzorgenden. Van de eerste groep is 48 procent voorstander (40 procent tegen). Van de verzorgenden was 58 procent tegen functiedifferentiatie en 28 procent voor. Driekwart (76 procent) van alle respondenten steunt het besluit van V&VN eind juli om de steun voor Wet BIG-II en de overgangsregeling in te trekken.

Voorstanders

Niet verrassend zijn de meeste voorstanders van functiedifferentiatie te vinden onder verpleegkundigen met een hbo-opleiding. Van hen steunt 73 procent het onderscheid op de werkvloer tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen . Bijna de helft van hen (48 procnet) zou dit vastgelegd willen zien in een wet.  Onder verpleegkundigen met een mbo-opleiding is 51 procent tegenstander van functiedifferentiatie en 37 procent voorstander.

De voorstanders onderbouwen hun keuze voor functiedifferentiatie door te wijzen op het verschil in opleidingsniveau. Tegenstanders wijzen er juist op dat verpleegkundigen hetzelfde werk doen. Echte alternatieven voor een wettelijke regeling komen er uit de enquête niet naar voren. Twaalf procent wil het regelen via de cao, 6 procent in de afzonderlijke instellingen en 3 procent ziet het als iets tussen individuele werkgevers en werknemers.

Openheid

Gerton Heyne, interim-voorzitter van het V&VN bestuur, vindt het positief dat zo veel leden zich in zo korte tijd hebben uitgesproken. Maar hij constateert ook dat geen draagvlak is voor differentiatie, laat staan voor een wet die dat gaat regelen. “Er wordt verschillend gedacht over functiedifferentiatie tussen verschillende groepen leden. Dat moeten we in alle openheid met elkaar gaan bespreken. Wij gaan de komende tijd dan ook met deze uitkomsten in de hand het gesprek aan met onze leden."

V&VN was de laatste partij die met Rinnooy Kan sprak tijdens zijn verkenning. Ook de andere partijen – werkgevers, vakbonden en de actiegroep – hebben tegen Rinnooy Kan gezegd dat zij geen wettelijke verankering willen van beroepsdifferentiatie.

3 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

2 oktober 2019

Duidelijk is dat bij het toepassen van de verpleegkunde in de patiëntenzorg ( “werkvloer”) de huidige individuele beroepsverantwoordelijkheid, teamsamenstelling en hoeveelheid inhoudelijke en hiërarchische leiding bij een belangrijk deel van de leden van VenVn geen verandering behoeft. Nu is de “functiemix” een aangelegenheid van de lokale werkgever in afstemming met OR en VAR, en het is dus wonderlijk dat de werkgevers en vakbonden wettelijke “Functiedifferentiatie” vooral op basis van startkwalificatie via eerste fase van beroepsonderwijs hebben ondersteund. Het is iedereen duidelijk dat de vier niveau’s in deze (mbov, bedrijfsopleiding/inserviceABZ, Bachelor/HBOV, Master/verpleegkundig specialist) zeer ongelijk zijn hoewel ieder op haar niveau wel gelijkwaardig! VenVn gaat niet over functiedifferentiatie, maar over de basis daarvan: Beroepsdifferentiatie die ook basis is van opleidingsprofielen. Dus of de functie-inhoud nog correspondeert met de reguliere opgaven en bevoegdheden van een huidige verpleegkundige is af te meten aan de relatie van deze functie-inhoud met het nationaal beroepsprofiel. Nu is de startkwalificatie slechts in de eerste fase van de loopbaan zeer maatgevend. Veel verpleegkundigen volgen daarna, naast bijscholing, ook vervolgopleidingen en ...ook de beroepspraktijk is zeer leerzaam, dus beroepservaring speelt eveneens een grote rol. Een en ander komt mij voor als een bundeling van ongelijksoortige invalshoeken, die tot deze onverkwikkelijke situatie hebben geleid. Hopelijk neemt VenVn binnenkort weer haar inhoudelijk eigen invalshoeken op ( wetenschappelijke en praktische verdieping in de verpleegkunde, beroepscode, beroepsprofielen, erkenning vervolgopleidingen, bevordering excellente zorg enz.) en leren alle partijen van deze BIG2 route.

Olaf Wijman

2 oktober 2019

Peter Koopman slaat de spijker precies op zijn kop! 'Nu is de startkwalificatie slechts in de eerste fase van de loopbaan zeer maatgevend'. Dit was vanaf het begin al overduidelijk en het is betreurenswaardig hoeveel tijd/geld er is weggegooid.

Catharina Walma

2 oktober 2019

Peter, wat fijn dat je, als ‘oud' gediende en inhoudsdeskundige V&V, je zo constructief mengt in de social media! Het inspireert mij ter gedachtevorming hoe er met elkaar uit te komen.
Herstel van de gemanifesteerde verdeeldheid in ons prachtige beroep kunnen we mijns inziens alleen vinden in ÉÉN BEROEP. Want inderdaad de beroepsgroep gaat niet over functiedifferentiatie maar over de basis daarvan, dat dient uitgangspunt te zijn!
Zolang we blijven opleiden op 2 niveau’s in 1 beroep, zal er nooit echt sprake van herstel kunnen zijn.
We hebben getracht onze denkrichting gisteren in een petitie vorm te geven, als oproep voor verbinding aan en waardering van alle verpleegkundigen!

https://petities.nl/petitions/een-beroep-verpleegkundige-een-opleiding?locale=nl

Top