Finance

Klink ontkent subjectiviteit in financiering pgo-veld

Het projectsubsidiesysteem voor pgo-organisaties kent niet alleen subsidies toe aan projecten die in het straatje van demissionair minister Ab Klink van VWS passen. Dat schrijft Klink in reactie op Kamervragen van SP-Kamerlid Renske Leijten naar aanleiding van het artikel ‘Subsidiekraan pgo-organisaties druppelt’ in het aprilnummer van Skipr magazine.

Straatje van Klink

Wim van Minnen, directeur van het CSO, stelde in het artikel in Skipr magazine dat alleen projecten die in het straatje van Klink passen subsidie krijgen. Klink ontkent dit. “De directeur van CSO doelt op projecten zoals het participeren in pensioenfondsen. Deze projecten zijn in de eerste ronde inderdaad niet toegekend, omdat ik van mening ben dat projecten gericht op zorg en ondersteuning de voorkeur verdienen”, aldus de demissionair minister. Klink stelt dat in de tweede tranche op alle doelstellingen het levensbrede terrein volwaardig moet worden meegenomen.

Onafhankelijkheid cliëntenbeweging

Yvonne van Gilse, directeur van LOC Zeggenschap, vindt dat de onafhankelijkheid van de cliëntenbeweging in gevaar komt, omdat de plannen steeds meer moeten bijdragen aan het beleid. Klink deelt die mening niet. Voor projectsubsidies is dit weliswaar het geval vindt Klink, maar voor instellingssubsidies geldt dit niet. De organisaties zijn vrij om deze subsidies naar eigen inzicht te besteden. Wel moet dit achteraf verantwoord worden.

Tijdelijke financiering

In een brief aan de Tweede Kamer laat Klink weten dat het Platform GGz en het Platform VG beiden een tijdelijke financiering is toegekend van ongeveer 300.000 euro. De subsidie wordt gebruikt voor het toekomstgericht werken aan de versterking van de derdepartijrol.

Overbruggingsbijdragen

Klink waarschuwt de Tweede Kamer dat hij geen organisaties in stand wil houden die niet levensvatbaar zijn. Wel is hij bereid de hardheidsclausule toe te passen voor incidentele overbruggingsbijdragen, “wanneer blijkt dat organisaties in zulke onoverkomelijke financiële problemen raken dat zij zich niet meer kunnen kwalificeren voor de tweede tranche projectsubsidies. Over eventuele toepassing van de hardheidsclausule besluit ik per individueel geval”. De overbruggingsbijdragen zijn bedoeld voor organisaties die buiten hun schuld fors gekort zijn op hun subsidie en dit niet hebben kunnen opvangen.

Skipr event: Sustainability Congres en Gala 2010

Kofi Annan, Gerard Kleisterlee, Roger van Boxtel, Lawrence Hutter, André Veneman en de MIT-hoogleraren Prashant Yadav en David Simchi-Levi voeren op woensdag 2 juni 2010 het woord tijdens het Sustainability Congres en Sustainability Gala 2010 in Hotel Huis ter Duin in Noordwijk. Wilt u erbij zijn? Aanmelden voor dit Skipr event is mogelijk via het aanmeldformulier.

Twitteren over het Skipr evenement?  Gebruik #Skiprevent
Volg Skipr ook op Twitter.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Sonneveldt

14 mei 2010

De logica van de markteconoom Klink!



Nog slechts een beperkt deel van het PGO-budget gaat als "instandhoudingsubsidie" rechtstreeks naar de patiënten, gehandicapten en ouderenorganisaties, maar dat is veel minder dan tot voor kort en zeker niet genoeg om de bestaande activiteiten in stand te houden. Geen punt vindt Klink want je kunt budget krijgen voor activiteiten die het beleid van deze minister ondersteunen. In het marktdenken van Klink is dat allemaal heel eenvoudig: wie betaalt bepaalt. En dus bepaalt de minister waar PGO-organisaties zich mee bezig mogen houden. Zoals met "de derde partij rol", maar dan wel zoals het CDA die definieert: het informeren van verzekeraars en "klanten" over de ervaringen bij zorgaanbieders zodat "klanten" scherper kunnen kiezen (alsof het daar bij kwaliteit van zorg alleen om gaat) en verzekeraars scherper kunnen inkopen.

Een onafhankelijke rol voor PGO-organisaties, waarbij men ook kritisch kan kijken naar (de effecten en gevolgen van) het overheidsbeleid past daar niet in, want de overheid betaalt niet voor activiteiten die het eigen beleid niet ondersteunen. Door de veranderde financiering mogen PGO-organisaties "kiezen": aan de leiband van VWS lopen om de marktwerking (de macht van de verzekeraars over de zorg) te versterken of financieel hun eigen broek ophouden, wat gezien de financiële situatie van de meeste zieken, gehandicapten en ouderen zal betekenen dat die PGO-organisaties naar de marge worden gedrongen of failliet zullen gaan. Dat faillissement kan nog even worden uitgesteld door "overbruggingsbijdragen", maar als PGO-organisaties niet in het gareel van de door VWS bejubelde marktwerking in de zorg willen lopen is het einde verhaal.

Het streven naar een sterke PGO-beweging waardoor patiënten, gehandicapten en ouderen echt een stem zouden kunnen krijgen in het zorg- en ouderenbeleid - jarenlang als uitgangspunt van het patiëntenbeleid toch ook door het CDA gesteund - is ingeruild voor de kille hand van het marktdenken, waarbij iedere organisatie die niet bijdraagt aan het "saneren" (= financieel uitkleden) van voorzieningen op het terrein van de zorg nutteloos is en dus niet meer door de overheid hoeft te worden ondersteund. Jammer genoeg heeft een groot deel van de Kamer ooit ingestemd met deze verandering van de PGO-financiering, onder de belofte van de minister dat het zou leiden tot een "eerlijker verdeling" en er meer geld voor PGO-organisaties beschikbaar zou komen. Blijkbaar hebben te weinig Kamerleden toen gezien dat daarvoor de onafhankelijkheid van de PGO-organisaties moest worden ingeleverd.

In dit licht is het ook niet verbazend dat Klink om half vorig jaar weigerde het rapport Wenkend Perspectief van de door VWS zelf ingestelde adviescommissie over de toekomst van de PGO-beweging in ontvangst te nemen. Daarin werd immers ook al onderkend dat de PGO-beweging door de veranderde financiering flink in haar beleidsvrijheid werd gekortwiekt. Voor Klink was deze kritiek onverteerbaar. In het denken van de markteconoom Klink bepaalt hij immers als de financier waar de PGO-beweging zich me heeft bezig te houden. In zijn marktdenken staat onafhankelijkheid immer haakt op de zo bejubelde "tucht van de markt".

Misschien zullen we ons over 10 jaar bij de parlementaire enquête over de verzieking van de zorg nog wel eens afvragen hoe het ooit mogelijk is geweest dat grote partijen in dit land niet hebben willen zien dat zorg geen product is dat op de markt wordt verhandeld, zoals en koelkast, maar dat de inrichting van de zorg een teken is van beschaving. Een opvatting die lang ook verdedigd is door verlichtere CDA-politici.

Top