ACTUEEL

Bussemaker laakt ‘graaicultuur’

Staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid laakt  “de graaicultuur”  in de top van de zorg. In haar weblog op de site van VWS noemt ze bestuurders die de eigen salarisnorm overschrijden “een van mijn grootste ergernissen”. Bussemaker wil daarom de nieuwe salarisnorm die het veld ontwikkelt in de wet verankeren.Volgens Bussemaker hanteren de toezichthouders, die de beloning van bestuurders vaststellen, niet zelden willekeurige criteria bij het vaststellen van topsalarissen.  “Eind vorig jaar heb ik de voorzitters bij mij uitgenodigd van de Raden van Toezicht van de tien zorginstellingen die de eigen salarisnorm van de sector het meeste overschreden”, aldus Bussemaker op haar weblog. "Als reden voor het overschrijden van hun eigen norm werd aan de ene kant opgegeven dat het zo slecht ging met de organisatie en dat ze dus iemand nodig hadden die de boel op orde moest brengen. Of het ging juist zo goed dus wilden ze iemand hebben die dat voort kon zetten. Voor zulke goede mensen moet je goed betalen was de redenering.”

VSdB geeft goed voorbeeld

Ook noemden de betreffende toezichthouders marktwerking als reden voor de royale beloning. “Maar op de vraag wat die marktwerking precies inhoudt en wat de complicerende factor van die ‘marktwerking’ is, kwam nooit een eenduidig antwoord”, memoreert Bussemaker.
Als goed voorbeeld noemt de staatssecretaris het beloningsbeleid van de VSdB-groep, een recente fusie van Visio, Sensis en De Brink. De raad van toezicht onder leiding van Saskia Noorman-Den Uyl heeft bonussen en afvloeiingsregelingen van meer dan een jaarsalaris afgeschaft. De fusie is bovendien niet aangegrepen om de bestuurderssalarissen te verhogen, zoals volgens Bussemaker veel gebeurt. De raad van toezicht heeft juist besloten om zich strikt aan de salarisnorm van de sector te houden.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Anonym

24 juni 2009

Top Sanquin Bloedbank ondermijnd bloedvoorziening



In 2007 heeft het donorenblad Bloedverwant uit zichzelf geen enkele aandacht besteed aan de commotie over de megasalarissen noch aan de oprichting van een nieuwe donorvereniging, de Landelijke Vereniging van Bloed- en plasmadonoren (LVB), die de kwestie van de megasalarissen aanzwengelde. De LVB vroeg ten slotte ruimte in Bloedverwant en kreeg een toezegging voor 150 woorden. Daarvan bleven vijf regels over en een adresverwijzing om contact op te nemen met de LVB werd weggelaten! In hetzelfde nummer wél een hele pagina voor dhr. Buunen, voorzitter van de RvB. Hij verdedigde zijn megasalaris door selectief te citeren uit een brief van de minister aan de Tweede Kamer. Buunen: ‘Sanquin heeft aansluiting gezocht bij de honorering van bestuursleden van Universitaire Medische Centra (UMC`s).’ Echter, het salaris van Buunen was niet alleen in 2006 maar ook in 2007 en 2008 een stuk hoger dan dat van bestuurs-voorzitters van de 4 grootste academische zienhuizen (UMC`s), zo blijkt uit onderzoek van de LVB. De meeste UMC`s hebben bovendien een veel grotere omzet, een groter personeelsbestand en een veel groter aantal wetenschappelijke publicaties. Zie: www.lvbdonoren.nl. Buunen sprak in Bloedverwant dus niet alleen voor zijn beurt (voordat de donoren via de aangekondigde enquête zich konden uitspreken, wekt Buunen de indruk dat zijn megasalaris ministeriële goedkeuring heeft), hij geeft ook verkeerde informatie (over de hoogte van zijn salaris in vergelijking met UMC`s).



Representatieve donor-enquête?

Sanquin zegt dat ze de donortevredenheid meet met een steekproef-enquête. Over de vragen in deze enquête is - ondanks keiharde toezeggingen - géén overleg geweest met de LVB en al evenmin met de Landelijke Donorraad (LDR). In juni 2008 kwam Sanquin met de resultaten van de donor-enquete. In de Tweede evaluatie Wet inzake bloedvoorziening in 2008 staat daarover: ‘Een opmerking is op zijn plaats over de methode van het onderzoek naar de mening van donoren. Onduidelijk is, of in de lijst wordt ingegaan op zaken die er voor donoren echt toedoen. Doorgaans leidt tevredenheidsonderzoek in de gezondheidszorg tot zeer hoge tevredenheidsscores. Er zijn kritischer onderzoeksmethoden beschikbaar, zoals gebruikt bij de CQ-index..’ Daar komt nog bij, dat onderzoek naar service-aspecten welhaast vanzelfsprekend leidt tot positieve uitkomsten. Immers, de blijvers zullen vooral de donoren zijn die zich thuis voelen bij de organisatie van Sanquin. De vraag is, of Sanquin voldoende aantrekkelijk zal zijn voor de op termijn benodigde nieuwe donoren. Dat wordt niet duidelijk met het huidige onderzoek naar de mening van donoren.

Top