ACTUEEL

NZa: ‘Ziekenhuismarkt voor 85 procent vrij'

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelt dat de markt voor ziekenhuiszorg voor mogelijk 85 procent kan worden vrijgegeven. De marktmeester in de zorg verbindt wel enkele randvoorwaarden aan dit percentage.

Verkenning

De NZa heeft op verzoek van minister Schippers van VWS een theoretische verkenning gedaan naar de mate waarin de markt voor ziekenhuiszorg verder kan worden vrijgegeven. "Die verkenning wijst uit dat mogelijk voor 85 procent van de omzet die ziekenhuizen in diagnosebehandelingcombinaties (DBC's) declareren vrije prijzen kunnen gaan gelden", aldus de NZa. Dit percentage ligt vijftien procent hoger dan het percentage dat minister Schippers nu voor ogen heeft bij de verdere introductie van prestatiebekostiging. De NZa hanteert Schippers' beleidsstreven van zeventig procent als ondergrens in de verkenning.

Niet geschikt

Volgens de NZa kunnen de prijzen worden vrijgegeven wanneer de zorg als herkenbare en vergelijkbare zorgproducten (DBC's) gedefinieerd is, zodat verzekeraars en aanbieders over een prijs kunnen onderhandelen. Daarnaast moet de markt voor deze producten in evenwicht zijn zodat een zorgaanbieder geen onredelijke prijs kan bedingen. Rond de 15 tot 20 procent van de DBC-omzet leent zich volgens de NZa niet voor vrije prijsvorming. Het gaat om bijzondere zorg, die alleen door vergunde instellingen geleverd wordt of zorg waarbij de kosten per patiënt zo variëren dat een tarief geen goede afspiegeling vormt van de werkelijke kosten. Dat betreft voornamelijk zorg die valt onder de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen en topklinische zorg.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Jansen

17 maart 2011

Vrij? Lees de stukken erop na, inclusief de toelichtingen en stel vast dat van vrije prijzen geen sprake is. Er wordt zelfs een macrobeheersingsinstrument in de vrije markt geïntroduceerd. Met terugwerkende kracht worden overschrijdingen op het BKZ per sector teruggehaald op de onderliggende zorgaanbieders. En dat middels een heffing naar rato van de zorgaanbieders: hoe groter, hoe meer de bijdrage. Gekker kan je het niet verzinnen.

Add ons worden geïntroduceerd: Dure Geneesmiddelen worden toegevoegd aan behandelingen, echter de NZa komt met een berekening van de te verkrijgen kortingen met een extra taakstelling. En er zijn per 1 januari 2012 heel wat meer dure geneesmiddelen bij de ziekenhuizen dan nu.

Van de voorgestane wijzigingen in de WMG wordt de burger ook niet vrolijk. De zorgverzekeraars moeten er nu ook aan geloven middels afschaffing van de ex poste. De Minister ziet niet in of wil het niet in zien dat verzekeraars de risico's zullen afwentelen op de verzekerden; direct of indirect. Zo werkt dat in de wereld.

De beide artikelen in het NRC van 16 maart 2011 zijn ware eye openers. De ontboezeming van W Bos over het CPB doet de bek open vallen: Marktwerking zou de zorg goedkoper moeten maken volgens de systeemmodel van het CPB. In de praktijk zijn de prijzen van de behandeling wel gedaald, maar is het aantal gestegen waardoor de kosten toch zijn gestegen. Zou nu geen enkele econoom in Nederland hebben voorzien dat mensen hun inkomen willen veilig stellen en zich niet lijdzaam het kaas van het brood laten eten? Alain Enthoven had dat in 1984 al voorzien. Organiseer een symposium en laat die man, samen met mensen van Kaiser Permanente, eens vertellen hoe het ook kan. En dan ook maar een OESO expert. Ondanks 2 rapporten worden die in Nederland totaal genegeerd. Ten onrechte. "Stuck in the middle' is geen beter bewijs van het ongelijk van de Nederlandse experts. En de Minister graaft nu een flink gat. Volgende evaluatie laat zich uittekenen: "stuck in a hole". En zie dan maar eens uit het zelf gegraven gat te klimmen.

Bottom line is en blijft dat de schadelast zorg in Nederland tot de laagste van de OESO landen behoort en ook in 2040 bij ongewijzigd beleid geen enkel probleem is. Volgens de prognose wordt dan 14% van het BNP uitgegeven aan zorg. Op dat percentage zitten de omringende landen al jaren, zonder enig probleem. Het is een kwestie van goed huisvaderschap door de Overheid zelf: geen vaste budgetten per Ministerie, maar aanpassen aan gewijzigde maatschappelijke, demografisch bepaald, veranderingen.

Flexibiliteit is geen criterium om te worden aangenomen bij het Rijk. Bij VWS is kennis van de volksgezondheid geen criterium. Op het Ministerie zijn dan ook geen artsen of apothekers meer werkzaam en dat is te merken.
Dat is bij andere landen wel anders.

Top