ACTUEEL

Toezicht moet in ‘spiegel van de buitenwereld’ kijken

Toezicht moet in ‘spiegel van de buitenwereld’ kijken

Toezichthouders en commissarissen moeten meer werk maken van de evaluatie van hun eigen functioneren. Door het ontbreken van externe input is deze evaluatie vaak te vrijblijvend. Dat constateren governancedeskundigen Mijntje Lückerath en Auke de Bos op basis van het jaarlijkse Nationaal Commissarissen Onderzoek.

Lückerath en De Bos pleiten met name voor meer externe deskundigheid bij de beoordeling van toezichthouders en commissarissen. Toezichthouders en commissarissen zouden bij de evaluatie meer input moeten vragen van buiten de eigen gelederen. Hierbij valt te denken aan bestuurders, aandeelhouders, de ondernemingsraad en andere belanghebbenden. “Het is belangrijk dat er in de spiegel van de buitenwereld wordt gekeken”, aldus Lückerath en De Bos.

Externe expertise

Ook in de zorgsector maken toezichthouders relatief weinig gebruik gemaakt van externe expertise bij de zelfevaluatie. In 56 procent van de zorginstellingen wordt hier geen gebruik van gemaakt. Woningcorporaties lopen in dit opzicht voor; 39 procent van de corporaties maakt geen gebruik van externe expertise. Bij onderwijsinstellingen komt dit percentage daarentegen uit op 69 procent uit. Toezichthouders in de zorg blijken het eigen functioneren wel op regelmatige basis te toetsen.  Driekwart van de toezichthouders heeft het eigen functioneren korter dan een jaar geleden geëvalueerd. Toch blijkt 7 procent het eigen functioneren nooit te evalueren.

Dialoog

Om het proces van zelfevaluatie te verbeteren maken Lückerath en De Bos zich ook sterk voor schriftelijke vastlegging van de evaluatie. Bovendien zouden de uitkomsten moeten worden omgezet in concrete verbeterpunten. Lückerath en De Bos wijzen in het Nationaal Commissarissen Onderzoek op enkele specifieke aandachtspunten bij de zelfevaluatie. Er dient volgens beide governancedeskundigen specifiek aandacht te zijn voor nieuwe ontwikkelingen, zoals maatschappelijk verantwoord ondernemen en de dialoog met de stakeholders.

Netwerk

Uit het Nationaal Commissarissen Onderzoek 2011 komen enkele opvallende bevindingen naar voren. Ondanks het groeiende belang van openbare selectie geeft nog altijd zo’n 60 procent van de commissarissen en toezichthouders aan dat de toezichthoudende functie is verkregen via het eigen netwerk. Het percentage dat heeft gereageerd op een advertentie is ten opzichte van 2010 gegroeid van 16 naar 20 procent.  Twaalf procent heeft de functie via een intermediair verkregen.

Tijdsbesteding

Gemiddeld besteden commissarissen en toezichthouders dertien uur per maand aan hun toezichtfunctie. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2010 (14 uur), maar nog steeds meer dan in de jaren ervoor 2007 (12 uur).

Beloningstevredenheid

Gemiddeld verdient een commissaris iets meer dan 15.000 euro per jaar. De beloning loopt per sector sterk uiteen. Commissarissen bij beursondernemingen verdienen bijna  40.000 euro per jaar, in maatschappelijke sectoren als woningbouw, zorg en onderwijs is dat met gemiddelden van  respectievelijk 11.000 euro, 8600 euro en 6200 euro substantieel minder.  Wel is de gemiddelde beloning bij beursgenoteerde bedrijven in een jaar tijd met 9000 euro verminderd. Twee en veertig procent van de commissarissen en toezichthouders vindt de vergoeding te laag. In de zorg ligt de beloningsontevredenheid met 46 procent zelfs iets hoger. Het minst tevreden over hun beloning zijn toezichthouders in het onderwijs en de cultuursector. In het onderwijs is 96 procent ontevreden over de hoogte van de vergoeding, in de cultuursector zelfs 100 procent.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

20 januari 2012

Wie gelooft er nou dat RvT leden in de zorg 26 uur bezig zijn per bijeenkomst (6 in het jaar)? Dit onderzoek is onzin.

Top