ACTUEEL

‘Concentreer intensive care in 50 kernziekenhuizen’

‘Concentreer intensive care in 50 kernziekenhuizen’

Om de kwaliteit van de intensive care te waarborgen moet deze geconcentreerd worden in vijftig ‘kernziekenhuizen’. Dit betekent dat circa de helft van de huidige ziekenhuizen deze functie moet opgeven. Dit stelt de Regieraad Kwaliteit van Zorg in het rapport ‘Concentratie, specialisatie en samenwerking van ziekenhuiszorg’.

Uit het onderzoek, uitgevoerd door Kiwa Prismant en CBO,  komt naar voren dat het huidige IC-aanbod versnipperd is en kwalitatief sterk uiteenloopt. Momenteel heeft bijna ieder Nederlands ziekenhuis een intensive care (IC). De meerderheid (46 ziekenhuizen) beschikt over een IC van het relatief lichte niveau 1. Twee en twintig ziekenhuizen beschikken over een niveau 2 IC en 23 ziekenhuizen hebben een ‘zware’ niveau 3 IC. De grootte van deze IC’s wisselt sterk. De kleinste heeft twee bedden en de grootste meer dan 50. Ook varieert het aantal intensivisten en IC-verpleegkundigen per bed sterk. Daarbij hebben veel ziekenhuizen een relatief lage bedbezetting.

Kritische functie

Hoewel het onderzoek zich in strikte zin richt op de herverdeling van IC-functies, wordt daarmee in feite de hele ziekenhuiskaart opnieuw ingetekend. Een kritische functie als de IC bepaalt in hoge mate welke andere zorgfuncties een ziekenhuis kan aanbieden. Zonder IC zijn ook een groot aantal andere hoogcomplexe specialismen niet mogelijk.

Laagcomplex

Uitgaand van de behoefte per regio schetst de Regieraad een scenario waarin de IC geconcentreerd is in 51 volledig geoutilleerde kernziekenhuizen. Daaromheen zijn een of meer satellietziekenhuizen of ziekenhuiscentra gegroepeerd die laagcomplexe zorg met een hoog volume verlenen. Een dergelijke herverdeling heeft niet alleen consequenties voor de huidige ordening van het ziekenhuisaanbod, maar ook voor de reistijden van patiënten met hoogcomplexe en acute aandoeningen. Eén op de 40 patiënten moet na herverdeling langer dan 45 minuten reizen naar een ziekenhuis met een IC -voorziening.

Regie

Ook voor de ziekenhuizen heeft in herindeling grote consequenties. Door het verleggen van patiëntenstromen zullen veel ziekenhuizen inkomsten verliezen. Ook verliezen ze opleidingsfuncties. Gelet op deze ingrijpende gevolgen is strakke regie noodzakelijk, zo stelt de Regieraad. Weliswaar is er als gevolg van de introductie van volumenormen al sprake van een herindeling van de ziekenhuiszorg, maar volgens de Regieraad gaat dit proces veel te traag. “Doordat de regie op deze herindeling ontbreekt leiden de noodzakelijke veranderingen tot veel discussie en vertraging”, aldus de Regieraad. “De patiëntenzorg ondervindt hiervan grote nadelen.” De Regieraad laat onvermeld wie de regierol bij herindeling op zich zou moeten nemen.

 

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

25 januari 2012

Kiwa Prismand en het CBO? Dan moet het waar zijn...

Rietman

26 januari 2012

De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie heeft destijds al gesteld:

”Het bestuur van de NVA wenst enkele kanttekeningen te plaatsen bij de uitzending van NOVA d.d. 28 november 2008 aangaande de kwaliteit van zorg op IC’s niveau 1. Alhoewel de NVA het belang van de media in de bewaking van de kwaliteit van de gezondheidszorg onderschrijft, vond zij de bewuste uitzending van NOVA kortzichtig, ongenuanceerd en wel erg gemakkelijk. Aan de hand van enkele kwaliteitsindicatoren en één patiëntencasus werd in erg emotionele bewoordingen gesteld dat het met de kwaliteit van zorg in IC’s niveau 1 in Nederland rampzalig gesteld is. De NVA betreurt dat er in de uitzending voorbijgegaan werd aan de goede zorg die wel degelijk geleverd wordt in meerdere IC’s niveau 1 en aan de inspanningen die de laatste jaren door de beroepsgroepen en IGZ gedaan werden om het verbetertraject middels de CBO Richtlijn “Organisatie en Werkwijze op Intensive Care afdelingen voor volwassenen” (NVA, 2006) sneller dan de geplande datum van 2011 af te ronden.?De bewuste uitzending van NOVA suggereerde dat de kwaliteit van zorg in IC’s niveau 1 veelal slecht is en in IC’s van niveau 3 blijkbaar altijd goed. Tevens werd gesuggereerd dat de oplossing om tot kwaliteitsverbetering te komen gezocht moet worden in het verminderen van het aantal IC bedden niveau 1, dan wel het laten sluiten van IC’s niveau 1 ten voordele van een uitbreiding van het aantal IC bedden niveau 3. De NVA betreurt ten zeerste dat al de, in deze uitzending geïnterviewde, intensivisten blijkbaar deze mening deelden. De NVA vindt het echter incorrect en laakbaar zoals de kwaliteit van zorg in IC’s niveau 1 werd voorgesteld in de media. De NVA meent dan ook dat een meer genuanceerd en positiever beeld moet worden geschetst van de kwaliteit van zorg in IC’s niveau 1. Immers, er zijn sterke aanwijzingen dat vele IC’s van niveau 1 uiterste inspanningen leveren om zo snel als haalbaar te voldoen aan alle voorwaarden voor verantwoorde zorg conform de CBO Richtlijn IC. Daarnaast hebben kwaliteitsvisitaties aangetoond dat meerdere IC’s van niveau 1 werken conform de CBO Richtlijn IC en daarbij aan alle voorwaarden voldoen om kwalitatief goede zorg af te leveren. De NVA vreest dat ziekenhuizen met een IC niveau 1 te zeer de zondebok dreigen te gaan worden van een aantal problemen in de huidige gezondheidszorg in Nederland. ?Te weinig wordt benadrukt dat “voorwaarden voor verantwoorde zorg” niet hetzelfde is als “goede zorg”. Met andere woorden: niet helemaal voldoen aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg betekent niet automatisch dat er slechte zorg geleverd wordt.?Te weinig wordt benadrukt dat IC’s van niveau 3 (en 2) in Nederland nog niet onderzocht werden voor wat betreft voorwaarden voor verantwoorde IC zorg. Het uitspelen van IC’s niveau 1 tegen IC’s van een hoger niveau is derhalve incorrect. Bij het uit elkaar drijven van ziekenhuizen zijn trouwens zowel patiënt als ziekenhuis veelal verliezers.?In de CBO Richtlijn IC 2006 werd de lat erg hoog en wellicht ook scheef gelegd voor IC’s niveau 1. De snelle evolutie in de zorg, voortschrijdend inzicht en recente wetenschappelijke inzichten (Ann Intern Med 2008; 148: 801-809) laten vermoeden dat de kwaliteit van zorg afmeten aan de hand van de CBO-richtlijn opnieuw ter discussie mag worden gesteld. Een aanpassing van de CBO Richtlijn kan hierbij aangewezen zijn. De NVA onderschrijft dat er een toename van het aantal IC-bedden noodzakelijk is in Nederland (Behoefteraming Intensive Care voor Volwassenen 2006-2016, NIVEL 2008). De NVA is het echter niet eens met de mening van NOVA en de intensivisten die daarin aan het woord kwamen, dat met name minder bedden IC 1 en meer bedden IC 3 hierbij nodig zijn. Dit zou een gevaarlijke situatie kunnen doen ontstaan in de kleinere ziekenhuizen en wel om volgende redenen. ? De Nederlandse bevolking kent een steeds hogere levensverwachting die onvermijdelijk gepaard gaat met een hogere morbiditeit. Dit betekent dat bij deze mensen relatief onschuldige nieuwe aandoeningen snel kunnen leiden tot zeer ernstige en levensbedreigende ziektebeelden. Deze moeten, minstens in elk ziekenhuis, snel en adequaat aangepakt kunnen worden. Wetenschappelijk is aangetoond dat de snelheid waarmee de behandeling geïnitieerd wordt immers bepalend is voor de uitkomst (Crit Care Med 2008; 36: 296-327). Dit impliceert dat de initiële behandeling niet toelaat dat er eerst gezocht wordt naar een IC bed van hoger niveau dan wel dat een dergelijke zieke patiënt in de eerste instabiele fase van het ziektebeloop op transport kan worden geplaatst. De NVA pleit er dan ook voor dat elke ziekenhuislocatie over voldoende en volwaardige acute en intensieve zorg bedden kan beschikken.?In het verlengde hiervan moet ook gesteld worden dat de operatiepatiënt steeds ouder wordt, met steeds hogere morbiditeit. Een onderscheid maken tussen kleine operaties met lage morbiditeit/mortaliteit versus grote operaties met hoge morbiditeit/mortaliteit is dus niet langer afdoende om het operatierisico in te schatten. Een kleine operatie, zoals bijvoorbeeld een appendectomie, bij een zeer oude patiënt met veel co-morbiditeit betekent al snel een hoogrisico ingreep. Het is logisch te veronderstellen dat deze ingrepen bij deze patiënten ook in de toekomst in de kleinere ziekenhuizen zullen moeten plaatsvinden. Het is ook aannemelijk dat vele van deze patiënten postoperatief intensieve zorg nodig kunnen hebben op een bewaakte beademingsafdeling. Ook hier weer pleit de NVA ervoor dat op elke ziekenhuislocatie voldoende en competente postoperatieve intensieve zorg kan geboden worden.”

De adviseurs van dit rapport komen met name uit het OLVG. Is dit marktwerking of marketing?

Anoniem

26 januari 2012

Concentratie van zorgdelen, versnippert de ervaring van allen. Nog even door-concentreren van zorg en een ' gewone zieke' moet langs 5 ziekenhuizen om op elk terrein van zijn of haar lijf de goede, toegestane, of vergoede zorg te krijgen. Welkom Big Brother, in Moskou aan de Rijn.

Alles moet anders terwijl dit land in de breedte de beste zorg voor t laagste prijskaartje bied. Exporteren van dat produkt lijkt me een beter idee, dan het huidige exporteren van patienten.

Anoniem

27 januari 2012

De IC OLVG lijkt een eigen agenda te hebben. Na telemedicine (mislukt!) nu een nieuwe poging ten koste van kleinere IC's de eigen hut overeind te houden onder het mom van kwaliteit en efficientie.
Hoe dit alles logistiek gerealiseerd zou moeten worden laat men in het midden (de Nederlandse ambulancezorg is hier niet op ingericht) en wat de consequenties zijn voor het zorgprofiel en de spoedopvang van de betreffende ziekenhuizen is ook niet goed beredeneerd.
Concentratie en specialisatie is an sich een prima ontwikkeling, maar het kan niet zo zijn dat er vanuit de NVIC of aanpalende groepen indirect wordt besloten waar welke zorg kan en mag gaan plaatsvinden. Ziekenhuizen zullen zelf, in overleg met ketenpartners, deze beslissingen moeten nemen en daaruit volgt dan vanzelf of er behoefte is aan een volwaardige IC, een High Care voor primaire opvang en stabilisatie of geen van beide.
De stelling van de NVA, hierboven door Rietman gepost, is onveranderd relevant in deze.
Het zou de NVIC sieren onder leden te rade te gaan om te polsen wat de visie van intensivisten in deze werkelijk is, in plaats van telkenmale weer dezelfde afvaardiging op pad te sturen met een visie die niet breed en landelijk wordt gedragen door de eigen beroepsgroep.

Brinkman

27 januari 2012

Een mooi en lijvig rapport. De adviezen (mits opgevolgd) zullen een enorme impact hebben op ziekenhuizen, patienten en kwaliteit. Overigens niet per definitie altijd ten goede.

Wat mij verbaasd is het volgende; er is ongetwijfeld heel veel tijd, geld en kennis gestoken in dit stuk. Want het is een belangrijk stuk. Hoe kan het dan zijn dat op pagina 18 staat dat er 10 ziekenhuizen zijn met een level 2 ICU met MINDER dan 12 bedden, en dat er zelfs 2 ICU's zijn met een level 3 IC met MINDER dan 12 bedden (zelfs 1 level 3 met slechts 8 bedden!).
De levelindeling loopt via de vigerende CBO richtlijnen, en die stellen duidelijk dat level 2 en 3 IC's minstens 12 operationele bedden moeten hebben.

Zo'n klungelige fout, gevoed door een externe bron die blijkbaar niet deugt, toont aan dat aangeleverde informatie niet op accuraatheid is geverifieerd. Dat belooft niet veel goeds voor de andere informatie en data waarop dit rapport is gebouwd.

Het is bekend dat IC's zich graag een maatje groter voordoen dan dat ze daadwerkelijk zijn. In het recente verleden hebben meerdere afdelingen dan ook hun levelnormering naar beneden moeten bijstellen op grond van de eerder genoemde CBO richtlijn.
Blijkbaar klopt de normering echter nog steeds niet, en gaan rekenen met dit soort getallen (er wordt gesteld dat er 48 level 2 en 3 ziekenhuizen zijn op dit moment, dat klopt dus aantoonbaar niet) is, zeker als hier beleid op gemaakt moet gaan worden, onverantwoord.

Rietman

30 januari 2012

“Schaalvergroting is doorgeslagen”



BIJLAGE De Volkskrant zaterdag 28 januari 2012

Special nadelen schaalvergroting

Wilco Dekker



De schaalvergroting in Nederland is doorgeslagen. De reeks fusies in onder meer de zorg en het onderwijs zouden meer efficiency moeten opleveren, maar leiden in de praktijk tot meer ziekteverzuim, minder betrokkenheid en hogere salarissen. Desondanks wordt schaalvergroting verder doorgezet, zoals nu bij de rechtbanken.



Dat zegt Mark Huijben van het adviesbureau Berenschot, die gespecialiseerd is in de “overhead” in de publieke sector. De afgelopen decennia werden tal van onderwijsinstellingen, zorgorganisaties en gemeenten samengevoegd.



“Veel mensen denken dat zulke schaalvergroting leidt tot efficiencyvoordelen in de bedrijfsvoering, maar dat is meestal niet zo. Terwijl er wel allerlei nadelen zijn. Kijk naar de grote scholen, met hun parkeerproblematiek, met de anonimiteit en de teruggelopen betrokkenheid en de afgenomen sociale controle”, zegt Huijben. “Het is onbegrijpelijk dat het in allerlei sectoren maar doorgaat, vaak zonder goede onderbouwing.”



De zorg en het onderwijs zijn de afgelopen kwart eeuw aanzienlijk grootschaliger geworden, vooral door overheidsbeleid, met onder meer het invoeren van marktprikkels. Het aantal ziekenhuizen daalde tussen 1985 en 2007 met meer dan 40% tot ruim negentig. Vooral streekziekenhuizen verdwenen. Het gemiddeld aantal werknemers verdubbelde in dezelfde periode. Het aantal scholen in Nederland liep tussen 1990 en 2010 met een derde terug tot achtduizend. Het aantal leerlingen en studenten steeg in dezelfde periode 14 procent, waardoor scholen in doorsnee anderhalf keer zo groot werden. Het aantal HBO scholen halveerde bijna, eerst door overheidsbeleid, later ook door ambitieuze bestuurders.



Volgens Huijben kan schaalvergroting wel zinvol zijn, bijvoorbeeld als een ziekenhuis zich kan gaan specialiseren. Maar meestal zijn de nadelen veel groter. Zo is volgens onderzoek het ziekteverzuim bij grote gemeenten met 5,4% een procentpunt hoger dan bij kleine. Uit CBS cijfers blijkt verder dat salarissen bij grote organisaties flink hoger zijn.



Het pleidooi van Huijben is opmerkelijk, omdat Berenschot geregeld betrokken is bij fusies. “Er moet eerst een goede analyse van de voor- en nadelen worden gemaakt, ik ben ervan overtuigd dat mijn collega’s dat doen”, zegt Huijben.

Top