Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Jacques Gerards - 93

Governance-pionier, toezichthouder in hart en nieren en –misschien een tikje oneerbiedig- ‘Mister NVTZ’, het zijn kwalificaties die Jacques Gerards op het lijf geschreven zijn. Medio 2010 zwaait Gerards af als directeur van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ), de club waar hij sinds 1993 bij betrokken was. Gerards laat een bloeiende vereniging achter, die tegenwoordig meer dan drieduizend leden telt, die weer zo’n 540 zorginstellingen vertegenwoordigen.

Mikpunt van kritiek

Hoezeer de NVTZ zich de afgelopen jaren ook heeft sterk gemaakt voor professionalisering en verbetering van de kwaliteit van het toezicht in de zorg, toch zijn toezichthouders in de zorg misschien wel meer dan ooit mikpunt van kritiek. Ondermaatse zorg, blunderende dokters, royale afkoopsommen of instellingen die financieel op instorten staan, het zijn voor pers en politiek even zovele redenen om de pijlen op de toezichthouders te richten.

Meer regels en extern toezicht

“Toezichthouders zitten tegenwoordig in een glazen huis”, weet Gerards. Niet dat hij heimwee heeft naar de bestuurlijke luwte waarin de toezichthouders van weleer konden opereren, maar wat Gerards betreft is een deel van alle kritiek zo niet ‘kortzichtig’ dan toch zeker ‘gemakkelijk’.  De buitenwacht realiseert zich vaak onvoldoende dat de slagvaardigheid van toezichthouders wordt ingeperkt door de tegenstrijdige reflexen van de overheid. “Bestuurders en toezichthouders zien zich geconfronteerd met een overheid die de eigen governance niet op orde heeft”, aldus Gerards. “De overheid is een veelkoppig monster, dat de zorg enerzijds richting markt duwt en anderzijds stevig aan de boezem drukt. Toezichthouders merken vooral wanneer er incidenten zijn dat de overheid in de aloude valkuil trapt van meer regels en meer extern toezicht.”

Effectief toezicht

Ook het beeld dat toezichthouders als het erom spant lijdzaam toekijken en geen lering trekken uit het verleden, klopt volgens Gerards van geen kanten. De affaires rond de IJsselmeer ziekenhuizen, Meavita, Philadelphia en Orbis, zijn voor de NVTZ in ieder geval aanleiding geweest voor kritische zelfreflectie. “Of het nu worst case scenarios of best practices zijn, uit beiden valt wat te leren”, gelooft Gerards. “Je kunt bijvoorbeeld de vraag stellen tot welke schaal er nog effectief toezicht kan worden uitgeoefend op een organisatie. Moet een organisatie almaar groter groeien of bereik je vanuit het oogpunt van governance en aansturing een grens? Dat is één van de vele vragen waar we binnen de NVTZ over nadenken.”

Groeiende complexiteit

Niet alleen de trend van schaalvergroting, maar ook de introductie van marktwerking met de daarbij horende bedrijfsmodellen, heeft het toezicht de laatste jaren complexer gemaakt. “Het kan bedrijfsmatig zinvol zijn om naast de kernactiviteiten andere activiteiten te ontplooien, maar het maakt het toezicht ingewikkelder”, stelt Gerards vast. “Een organisatie kan er voor kiezen bepaalde takken van sport in BV’s onder te brengen, maar een bedrijfsmodel rond BV’s werkt anders dan een pure stichting. De toezichthouder moet daarbij altijd de vraag stellen of zulke constructies nodig zijn of dat het eenvoudiger kan. Je moet niet hele pagina’s nodig hebben om de organisatie uit te tekenen.”

Vanwege de groeiende complexiteit is het volgen Gerards verstandig om het aantal toezichtfuncties te beperken. De NVTZ hanteert als vuistregel een maximum van vijf toezichtfuncties, maar, vindt Gerards, “je moet het wel genuanceerd benaderen. Voor een toezichthouder met een intensief hoofdberoep ligt het anders dan voor iemand die alleen een aantal deeltijdfuncties vervuld.”

Old politicians network

Zeker zo belangrijk voor de effectiviteit en geloofwaardigheid van het toezicht is een duidelijke maatschappelijke verankering. De kritiek dat toezicht in de zorg nog altijd een zaak van het old boys network is, wijst Gerards van de hand. “Als ik naar de ledensamenstelling van de NVTZ kijk, kan ik alleen maar zeggen dat dit old boys network niet meer bestaat”, zegt Gerards. “Het is hoogstens een old politicians network. En laten we wel wezen: daar zitten hele bekwame bestuurders bij. Er is hoe dan ook sprake van een veel scherper maatschappelijk profiel dan voorheen.”

Eenheid van beleid

Gerards is geen voorstander van vaste cliënten- dan wel werknemersvertegenwoordigers binnen raden van toezicht. “Zo’n bindende voordracht is voor de bühne”, vindt Gerards. “Het is strijdig met het principe van onafhankelijkheid. Bovendien gaat het om een enkele toezichthouder. Als het er op aan komt, kunnen voorstellen van de betreffende toezichthouder worden weggestemd. Misschien valt er altijd wel wat te verbeteren aan het borgen van het patiëntenperspectief, maar ik zie dat steeds meer raden van toezicht hier een prominente plek voor inruimen. Opvallend genoeg zie je ook hier weer een tegenstrijdig optreden van de overheid. Minister Klink is tegen bindende voordrachten, terwijl zijn collega van onderwijs wel weer die kant op wil. Over eenheid van beleid gesproken…”

Dubbele signalen

Gerards mag zich dan verbazen over de soms dubbele signalen uit Den Haag, op een dossier lijkt de overheid voor een harde, klare lijn te kiezen. Mede onder invloed van de telkens oplaaiende discussie over de beloning van publieke bestuurders, koerst het huidige kabinet af op een bindende salarisnorm. Het steekt Gerards dat toezichthouders daarbij worden weggezet als kritiekloze, gulle gevers. “De NVTZ is geen vereniging van Sinterklazen”, reageert Gerards. “Soms hebben toezichthouders gewoon te maken met verworven rechten, die nog stammen uit de tijd van ver voor het huidige governance-denken. Ik geloof dat de langstzittende bestuurders er sinds 1971 zit. Ga maar na wat voor rechten zo iemand heeft opgebouwd. Wat toezichthouders bij beloning of ontslag ook doen, wij adviseren om altijd om goed vast te stellen waaruit de verworven rechten wel en niet bestaan en het overleg daarover en de gemaakte keuzes heel goed te beschrijven in het jaarverslag.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top