Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Pieter Vierhout - 88

Interim of een vast dienstverband, vanuit het oogpunt van effectief bestuur maakt het volgens Pieter Vierhout niets uit. In beide gevallen draait het om het winnen van vertrouwen. Vierhout is interim-bestuurder van het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis (ADRZ), voorheen de Oosterscheldeziekenhuizen en Ziekenhuis Walcheren. Het gaat er volgens Vierhout om dat je je als bestuurder vereenzelvigt met de organisatie. “De meeste mensen zien mij ook niet als interim-bestuurder.”

De taal van de specialist

Van april 2008 tot april 2009 was Vierhout interim lid van de raad van bestuur van het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht. In de media werd hij ‘crisisbestuurder’ genoemd;  hij moest de gemoederen tussen de specialisten en het bestuur sussen. Die was verstoord geraakt na de invoering van een nieuw bestuursmodel. Vierhout kijkt tevreden terug op zijn tijd in het ASZ. Zo wist hij het vertrouwen van de medisch specialisten te herwinnen en werd het opleidingstraject in het ziekenhuis nieuw leven ingeblazen. Volgens Vierhout is het van essentieel belang voor de vertrouwensrelatie dat de raad van bestuur verstand heeft van de werkvloer. “Ik vind dat tenminste één lid van de raad van bestuur van ieder ziekenhuis zelf met de klompen in het bedrijf moet hebben gestaan.” Vierhout is zelf twintig jaar werkzaam geweest als chirurg-traumatoloog in het Medisch Spectrum Twente. “Ik spreek de taal van de specialist.” Hij loopt zelf regelmatig een rondje langs de afdelingen.

Ziekenhuis als emotioneel doelwit

Sinds februari 2009 is Vierhout interim-bestuurder van het fusieziekenhuis ADRZ. De fusieperikelen van de Zeeuwse ziekenhuizen zijn niet nieuw voor hem. In 2003 leidde hij de commissie van wijzen die onderzocht wat er nodig was om op drie locaties in Zeeland basisziekenhuizen te behouden. In 2004 concludeerde de commissie dat de ziekenhuizen moeten samenwerken en onderling zorgfuncties moeten verdelen. Na lang getouwtrek beslist de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in maart 2009 dat de ziekenhuizen in Zeeland mogen fuseren. Een belangrijk moment voor Vierhout. Nu wijzen alle neuzen dezelfde kant op. Tegenstanders zijn opeens medestanders in een proces om de kwaliteit van de ziekenhuiszorg in Zeeland te garanderen. Vierhout: “Ziekenhuizen zijn een emotioneel doelwit voor de bevolking. De mensen vrezen voor een verlies van zorg. Het is aan de raad van bestuur om iedere keer dat de onrust de kop op steekt zowel intern als extern uit te leggen wat er aan de hand is.”

Aantrekkingskracht voor specialisten

Vierhout is verheugd dat de belangstelling van jonge medisch specialisten voor het ADRZ groeit. Onlangs heeft het ziekenhuis tien jonge specialisten mogen aantrekken. Volgens Vierhout heeft het multi-lokale ziekenhuis in Zeeland aantrekkingskracht op de jongere generatie vanwege de potentiële groei. “Kleine ziekenhuizen trekken jonge specialisten niet. Door superspecialisatie in de opleiding is er geen ruimte voor hen in de kleine ziekenhuizen. De jonge specialist wil specifieke kennis en kunde ontwikkelen en in de praktijk brengen, dat kan daar simpelweg niet. Tenzij je het gevaar wilt lopen dat je de enige op je vakgebied bent en in feite continu dienst draait.”

Cultuuromslag

De interim-bestuurder wil van het ADRZ een gastvrij ziekenhuis maken, waarbij patiëntvriendelijkheid en patiëntveiligheid voorop staat. Deze ontwikkeling is al gaande, maar ziekenhuizen hebben nog heel wat te leren van bijvoorbeeld de hotellerie en horeca, vindt hij. Hospital Hospitality zou een mooie opleiding kunnen zijn. Vierhout spreekt van een cultuuromslag. “De raad van bestuur staat voor de uitdaging om iedereen in het ziekenhuis mee te krijgen om op een andere manier te gaan werken. De kunst is om een verandering van cultuur over te dragen.” Dat is volgens Vierhout niet alleen intern erg interessant, maar ook op politiek vlak. Daarbij denkt hij aan discussies over eigendom en onroerend goed.

Koppeling eerste en tweede lijn

De heroverwegingscommissies die voor het kabinet bekijken waar er bezuinigd kan worden in de zorg, baren Vierhout geen zorgen. “In mijn hele carrière heb ik nog nooit iets anders gehoord dan dat er bezuinigd moet worden. Maar de kwalitatieve voortgang van de zorg is er steeds gebleven.” De technologische vooruitgang in de zorg roepen bij Vierhout ‘duizelingwekkende gevoelens’ op. Het is onverstelbaar wat een enorme veranderingen de zorg meemaakt, stelt hij. Bezuinigingen betekenen wat Vierhout betreft dan ook vooral een andere manier van werken. Zo is het hoog tijd om de eerste en de tweede lijn aan elkaar te koppelen. Volgens Vierhout zijn er enorme winsten te maken door de huisartsenpost in het ziekenhuis te plaatsen in samenwerking met de Spoed Eisende Hulp, met één ontvangstbalie waar de triage plaats vindt, huisarts of specialist, 24 uur per etmaal, 7 dagen per week. Dit heeft alleen maar voordelen: de kennisoverdracht tussen de huisartsenpost en de spoedeisende hulp wordt beter en de patiënt bewandelt een kortere weg naar de uiteindelijke behandeling. En er kan meer, veiliger en betere zorg gegeven worden voor hetzelfde geld. VWS gaat hoog inzetten op deze koppeling, verwacht Vierhout.

Nut van marktwerking

Daarnaast is het zaak dat ziekenhuizen efficiënter gaan werken. Patiënten zouden wat Vierhout betreft door het ziekenhuis geleid moeten worden via zorgpaden en ziekenhuizen moeten vooral, of eigenlijk alleen maar indien de patiënt verwezen wordt door de huisarts, werken met huisartsen die via directe portals zijn aangesloten op het ziekenhuis. Het is onzin om patiënten steeds te laten terugkomen voor uitslagen, stelt Vierhout. Dit moet en kan efficiënter. Marktwerking kan in dit opzicht volgens Vierhout een belangrijke bijdrage aanleveren. Meer in het bijzonder wijst hij de ZBC’s en het gebruik van internet onder patiënten aan als positieve ontwikkelingen. Tegenstanders van marktwerking hebben volgens hem oogkleppen op en gaan hierdoor voorbij aan de verbeteringen die er zich de laatste jaren hebben voorgedaan. De relatieve concurrentie zet eindelijk iedereen op scherp, en dat hoort zo in de zorg.

Verlengstuk

Pieter Vierhout staat op de 88e plaats van de Skipr 99. Deze ranglijst van de invloedrijkste zorgbeslissers richt zich op individuen, stelt Vierhout. Als voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten verscheen hij destijds ook wel eens op ranglijstjes, “maar dan ben je een verlengstuk van de club. En het is mooi als de club die je vertegenwoordigt die erkenning krijgt." Nu vindt hij de waardering voor zijn landelijke netwerk en de combinatie van functies, zoals het voorzitterschap van de Regieraad Kwaliteit van Zorg, die hij uitvoert ‘aardig’. Als voorzitter van een vereniging als de Orde is het belangrijker om je te profileren, meent hij. 

Bandbreedte voor toezicht

De huidige discussie over een eventueel wettelijk maximum van het aantal commissariaten dat iemand mag vervullen, steunt Vierhout. “Toezichthouders hebben veel verantwoordelijkheid. Er is een grens aan ieders kunnen en tijd.” Hij vindt wel dat er sprake moet zijn van een relatieve beperking: de één loopt harder dan de ander, stelt Vierhout. Hij stelt een regeling met enige bandbreedte voor, zo’n vijf tot tien commissariaten moet te doen zijn, zolang ieder ook zijn eigen verantwoordelijkheid hierin neemt.

Kwaliteit als drive

De drijfveer voor Vierhout is patiëntenzorg. In zijn loopbaan heeft hij ondermeer als chirurg-traumatoloog , Orde-voorzitter en deelnemer aan verschillende commissies samengewerkt met mensen met passie voor de patiëntenzorg. Inspirerend, meent Vierhout, want uiteindelijk is de vraag hoe je wilt dat jouw dierbaren behandeld zouden worden. “Kwaliteit is de absolute drive. Als ik dat niet over kan dragen, als dat niet werkt, dan stap ik direct op.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top