Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Marian Jager – 82

Marian Jager, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorginstellingen (NVTZ), buigt haar hoofd over de maatschappelijke legitimatie van de toezichthouder. Verantwoording afleggen blijft voor toezichthouders lastig, vindt ze, instrumenten zijn vaak gekunsteld. Als toezichthouder bij Stichting Novo en voorheen GGZ Friesland staat ze zelf ook voor die uitdaging.

Kwaliteit van zorg en vermaatschappelijking

De maatschappelijke legitimatie van de toezichthouder is haar voornaamste hoofdpijndossier. “Hoe moet je een toezichthouder verantwoording laten afleggen? Eenmaal per jaar de stakeholders bijpraten, is niet de oplossing. Bij Stichting Novo zijn we denk ik op de goede weg als het gaat om vermaatschappelijking. Zo voeren we een actief vrijwilligersbeleid, een actieve Stichting Vrienden en hebben we contracten met bijvoorbeeld FC Groningen. We willen niet functioneren als een eiland in een omgeving, maar onderdeel uitmaken van de omgeving. De speerpunten zijn daarbij de kwaliteit van zorg en verdere vermaatschappelijking. Als toezichthouder moet je zorgen dat je die punten op de agenda zet.”

Professionalisering toezichthouderschap

Eén van de belangrijkste speerpunten voor de NVTZ in 2010 is de verdere professionalisering van het toezichthouderschap. De vereniging is op zoek naar antwoorden op tal van vragen. Moeten toezichthouders zich registreren? Hoe moeten toezichthouders werken met een visitatiesysteem? En hoe kan de vereniging de toezichthouders het beste ondersteunen?

Instrumenten ontwikkelen

Jager constateert dat de rol van de toezichthouder de laatste jaren steeds groter is geworden. Daarnaast worden er meer eisen aan toezichthouders gesteld. Het is aan de NVTZ om hier ‘handen en voeten’ aan te geven en instrumenten te ontwikkelen. Belangrijke punten zijn daarbij tijd, bijscholing, kwaliteit van zorg en werkgeverschap.

Tijd

De discussie over tijd is al langer gaande. Moet er een wettelijke beperking komen op het aantal toezichtfuncties per persoon? Jager juicht de discussie toe, maar voelt zelf meer voor een afweging gebaseerd op tijd in plaats van op het aantal functies. “Je moet rekening houden met wat iemand verder doet. Het ligt simpelweg anders voor iemand met een fulltime baan die daarnaast een aantal functies vervult dan voor iemand die enkel een aantal toezichthoudende functies uitvoert.” Volgens Jager is het de taak van de raad van toezicht om het over tijd te hebben bij benoemingen, zowel bij bestuursfuncties als bij toezichthoudende functies. Ze is hier zelf gedurende de jaren kritischer en harder in geworden. “Het aanvaarden van een functie brengt consequenties met zich mee, het betekent dat je tijd moet kunnen en willen investeren. Uit eigen ervaring bij GGZ Friesland en Stichting Novo weet ik dat het toezichthouderschap bij bijvoorbeeld een bestuurswisseling of een crisis veel tijd opslokt.”

Jager is druk met de keuze voor een nieuwe accountant bij Stichting Novo en met de wervingsprocedure voor een opvolger van Jacques Gerards, de scheidend directeur van de NVTZ. Gerards legt zijn functie neer omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Tijdens de algemene ledenvergadering in juni hoopt de vereniging bekend te kunnen maken wie de nieuwe directeur wordt.

Kennisverbreding

Toezichthouders moeten open staan voor bijscholing en inhoudelijke kennisverbreding, stelt Jager. Zij vindt het het daarom essentieel dat de NVTZ de brancheorganisaties betrekt bij de ontwikkelingen in het toezicht houden op de kwaliteit van zorg. “De NVTZ is natuurlijk een zorgbrede vereniging. Binnen dit werkgebied bestaan echter veel verschillen. Een gehandicaptenzorg instelling functioneert anders dan een UMC. Daar moet je rekening mee houden en daarom zoekt de NVTZ ook contact met brancheorganisaties die kunnen helpen inhoudelijk de kennis te verbreden.” Per branche zijn er volgens Jager wezenlijke verschillen in het toezicht houden op kwaliteit, waar de NVTZ geen antwoord op kan geven zonder de brancheorganisaties.

Beloningscode

In 2010 gaat de vereniging door op het spoor van de beloningscode. De beloningscode, ontwikkeld in samenwerking met de NVZD, is slechts het begin van het traject van goed werkgeverschap, meent Jager. De overheid werkt echter ook aan een wettelijke bepaling voor beloningen in de zorg. “Dat blijft maar in de lucht hangen”, vindt Jager, “er is een publieke discussie gaande, maar er zit maar weinig schot in. Wij zijn druk bezig ons instrument, een adequaat instrument overigens, erkend te krijgen. De val van het kabinet brengt helaas weer opnieuw vertraging met zich mee.”

Gemeentewerk

Jager heeft per 1 januari 2010 haar werkzaamheden als voorzitter van de raad van toezicht bij GGZ Friesland gestaakt. Haar statutaire termijn zat erop. Omdat het bij haar benoeming in de Friese gemeente Boarnsterhim niet om een politieke benoeming gaat, maar om een zakencollege ad interim, heeft de combinatie van deze twee functies geen belangenverstrengeling opgeleverd, stelt ze. Het college van burgemeester en wethouders in Boarnsterhim stapte in februari 2009 op, omdat de gemeente niet op eigen kracht uit de financiële problemen kon komen. Jager stapte op 1 april 2009 in het interim-college dat de financiën van de gemeente weer op orde zal stellen. De portefeuille zorg is een ander toebedeeld.

Het voornaamste verschil tussen een gemeente en een zorginstelling is volgens Jager de transparantie. Alles wat de gemeente doet is open voor het publiek. In de zorg wordt weliswaar ook transparantie nagestreefd, zegt ze, maar staat,  behoudens enkele incidenten, verder van de publiciteit af. Gemeenten  hebben een overzichtelijke en eigen structuur en cultuur. “Tussen de care en de cure bestaan echt verschillen. Daarbij denk ik dan vooral aan cultuur, structuur en mensen.”

Erfgoed in de zorg

Jager heeft zojuist het boek ‘Liefdewerk en oud papier’ van Christa Carbo en Max Paumen gelezen. Dit boek roept de vraag op hoe er moet worden omgegaan met erfgoed in de zorg. Het beeld dat in het boek over de geschiedenis van de gehandicaptenzorg die in schoenendozen op zolderkamers ligt opgeborgen, schreeuwt om aandacht. De taak voor de toezichthouder hierin is echter lastig, vindt Jager. “Maar de toezichthouder kan wel zeggen:  hoe zit dat bij ons, hoe gaan wij er mee om?”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top