Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Tom van der Grinten - 72

Rond de ‘grabbelton van suggesties’, zoals emeritus hoogleraar Tom van der Grinten de recente heroverwegingsrapporten noemt, moeten veld en politiek uiteindelijk samen komen. De rapporten zijn opgesteld door mensen buiten de sector. Een creatieve oplossing, stelt Van der Grinten, maar oplossingen zonder draagvlak in het veld zijn gedoemd te mislukken.

Adviestaken

Duizendpoot Van der Grinten is, naast gast hoogleraar Beleid & Organisatie Gezondheidszorg bij het iBMG van de Erasmus Universiteit Rotterdam, ondermeer voorzitter van de raad van advies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), lid van de raad van advies van het College voor Zorgverzekering (CvZ), lid van het Wetenschappelijk Adviescollege Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) van het RIVM en voorzitter van de maatschappelijke adviesraad van het NIVEL. Rode draad in zijn adviserende functies is de wisselwerking tussen beleid en onderzoek.

Beleid en onderzoek

Bij het RIVM staat hij bijvoorbeeld voor de vraag hoe onderzoek beter kan aansluiten bij het beleid. Met dit vraagstuk is Van der Grinten in zijn tijd bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ)  ook in de weer geweest. “Als adviseur kun je op je kop gaan staan, maar als er vanuit het beleid  geen behoefte is aan het onderzoek, dan bereik je niets. Onderzoekers kijken nog te weinig voor wie ze schrijven.” Harder roepen is een mogelijkheid, maar Van der Grinten acht het zinvoller om na te gaan waarom beleidsmakers niets met onderzoeken doen en daarop voor zover mogelijk onderzoek en advisering in te richten.

Beleid en veld

Een ander aandachtspunt voor Van der Grinten is het draagvlak voor beleid in het veld. De emeritus hoogleraar pleit voor meer betrokkenheid van het veld bij het publiek debat en beleidsbepaling, met name waar het gaat om de strategische agenda en de uitvoering van beleid. Dat er achter de schermen wordt gesproken over een ‘Stichting voor de zorg’, naar SER-model, waarbij veldspelers en de overheid elkaar ontmoeten, vindt Van der Grinten zeker in deze tijd een pikante en relevante ontwikkeling. “Nederland lijkt even moe van het polariseren. Dat zie je nu ook met de benoeming van Job Cohen bij de PvdA. Misschien is er wel sprake van een golfbeweging waarbij de overheid en het veld elkaar aantrekken en weer loslaten. Maar we gaan zeker niet terug naar de oude situatie waarbij alles van bovenaf wordt opgelegd, dan wel overgelaten wordt aan het veld.”

Heroverwegingen

De heroverwegingen in de zorg juicht hij toe, maar ook hier pleit hij voor betrokkenheid van het veld. “Zeker vanuit academisch oogpunt is het goed om te reflecteren. Het uitzetten van de werkgroepen is een goed mechanisme voor het verzamelen van ideeën. We hebben nu nuttig materiaal in handen. De uitdaging is om dit in te bedden in het beleid en de praktijk.” De eminence grise op het gebied van beleid en bestuur in de gezondheidszorg heeft een advies voor de nieuwe minister van VWS: “Zorg voor veel, heel veel strategische coalities.”

Dit neemt niet weg dat de overheid volgens Van der Grinten hoe dan ook moet ingrijpen. Dat kan op twee manieren. De eerste bestaat uit een nadrukkelijk beroep op de politieke legitimiteit om zo regels ‘door de strot te duwen’. Als de gehele politiek zich hier in kan vinden, dan gaat het in de beslissingsfase nog goed, maar –waarschuwt Van der Grinten- de gevolgen in de uitvoeringsfase zijn niet te overzien. Daarom ziet Van der Grinten meer in de andere optie, die voorziet in het zoeken van commitment in het veld. De vraag is dan hoe het veld besluiten van de overheid met een ruime mate van zelfstandigheid kan uitvoeren? Van der Grinten ziet hierbij een rol voor de ‘Stichting voor de zorg’ in wording.

Effectief toezicht

Als voorzitter van de adviesraad  van de IGZ houdt Van der Grinten zich niet alleen bezig met de rol en effectiviteit van de toezichthouder, maar ook met de manier waarop de IGZ het eigen handelen verantwoordt. Een actuele kwestie, zo blijkt uit recent commentaar van de Nationale Ombudsman. Die stelde in december 2009 dat het toezicht van de IGZ tekortschiet. Volgens de Ombudsman doet de inspectie te weinig met de klachten van familieleden en naasten. De conclusies strekken volgens zowel de IGZ als demissionair minister Ab Klink van VWS te ver, maar ruimte voor verbetering is er. “Wat is effectief toezicht? Die vraag stellen we onszelf ook, maar de vraag stellen, is ‘m nog niet beantwoorden. Recht toe recht aan uitspraken hierover zijn nauwelijks te geven, daarvoor zijn de causaliteiten veel te ingewikkeld. We zullen het wat betreft de effectiviteit van toezicht vooralsnog moeten hebben van waarschijnlijkheden. Als plausibel is wat er werkt bij toezicht en wat niet, kan de inspectie ook effectiever omgaan met klachten van derden.”

Governance-debat

Naast verticaal toezicht, als verricht door ondermeer de IGZ, houdt Van der Grinten zich ook bezig met horizontaal toezicht. Zo was hij jaren lid van de raad van toezicht van het Kennemer Gasthuis, waar hij in januari afscheid nam na het verstrijken van zijn zittingstermijn. De ontwikkelingen in het governance-debat volgt Van der Grinten op de voet. Maar hetzelfde dilemma duikt steeds weer op: het blijft onduidelijk hoe ingezette instrumenten zullen uitpakken en of ze ook daadwerkelijk betere zorg opleveren. “In feite leg je een ring om het primaire proces. Prestatieindicatoren, kwaliteitseisen… Het is allemaal instrumenteel, terwijl het draait om professionele inzet en het vertrouwen daarin. Het vertrouwen van bijvoorbeeld de patiënt in de zorg. Maar ook de motivatie van professionals. En dat kun je uiteindelijk niet met formele regels beteugelen.”

Maximum commissariaten

Eén van de netelige kwesties in het governance-debat is het maximum aantal commissariaten dat een toezichthouder tegelijkertijd mag bekleden. Van der Grinten vervulde diverse toezichthoudende functies, maar niet allemaal tegelijkertijd, benadrukt hij. Hij betwijfelt of een voorafgesteld maximum slim is. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de persoon zelf en de betrokken organisaties , meent hij. Daarnaast willen instellingen bepaalde mensen er juist bij hebben vanwege hun netwerk. Tegenstrijdig, want dit netwerk ontstaat veelal vanuit nevenactiviteiten binnen en buiten de zorg: hoe meer nevenfuncties, hoe aantrekkelijker de kandidaat-toezichthouder kan zijn.

Ontwikkelingshulp

Naast adviserende en toezichthoudende functies zet Van der Grinten zich ook graag in voor ontwikkelingshulp. Zo heeft hij enkele jaren geleden de bouw van een soort Ronald McDonald Huis op het terrein van het ziekenhuis van Tambacounda in Senegal mede geïnitieerd, ontwikkeld en gefinancierd. “Een inferno”, vat Van der Grinten samen wat hij aantrof. “Familieleden werden gedwongen patiënten te verzorgen. Het ziekenhuis kon alleen de absoluut noodzakelijke zorg verlenen, zoals het verstrekken van medicijnen. Familie moest slapen, koken en wassen in de gangen van het ziekenhuis. Een armoedige situatie.” Van der Grinten hoopt het concept ook in andere delen van Afrika te kunnen toepassen.

Inspiratiebronnen

Dergelijke initiatieven vormen voor Van der Grinten een inspiratiebron. “De rijkdom van hier staat in schril contrast met de armoede daar. En wij proberen onze rijkdom eigenlijk alleen maar te vergroten en nog efficiënter te maken.” Daarnaast put hij inspiratie uit het idee deel uit te maken van een academische leeromgeving. Hij begeleidt onderzoek en geeft nog steeds gastcolleges bij het iBMG van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zelf gaat hij geregeld naar muziekles. “Het is stimulerend om ook eens aan de andere kant te zitten”, zegt amateurklarinettist Van der Grinten.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top