Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Rob Florijn - 65

Wat Rob Florijn betreft verloopt het bezuinigingsproces te langzaam. VWS heeft het nog steeds niet aangedurfd om met minder ziekenhuizen verder te gaan. Florijn suggereert daarom dat VWS samen met de NVZ vereniging van ziekenhuizen randvoorwaarden moet gaan opstellen voor ziekenhuizen. Als ziekenhuizen de criteria voor bijvoorbeeld omvang niet halen, dan moeten zij saneren.

Daar zal het Diakonessenhuis in Utrecht en Zeist niet toe behoren, denkt bestuursvoorzitter Florijn. “Het Diakonessenhuis wordt door de buitenwereld gewaardeerd als een bovengemiddeld goed ziekenhuis”, aldus Florijn. De komende tijd wil hij het ziekenhuis verder ontwikkelen en verbeteren. Hierbij staat voorop dat het ziekenhuis een betrouwbare partner wil zijn voor andere zorgverleners, zorgverzekeraars en patiënten.

Middelen schuiven

Het Diakonessenhuis heeft voor wat betreft het behandelaanbod duidelijke speerpunten geformuleerd. Het ziekenhuis zet extra geld en personeel in op oncologische zorg, vrouw en kind vraagstukken, ouderenzorg en KNO. Deze prioriteiten brengen automatisch met zich mee dat er op andere gebieden minder geïnvesteerd wordt, de samenwerking wordt opgezocht of activiteiten worden afgestoten. Door middelen schuiven en slimmer te werken is het mogelijk om in krappe tijden te excelleren, meent Florijn.

Specialiseren

Het Diakonessenhuis is gespecialiseerd in een aantal soorten kankers. Kankersoorten die minder dan twintig of dertig keer per jaar worden ‘gedaan’, stoot het ziekenhuis af. Zo verwijst het  ziekenhuis patiënten voor bijvoorbeeld kinderkanker en bijzondere vormen van nierkanker door naar andere ziekenhuizen. Ook ontwikkelt het ziekenhuis zorgpaden in samenwerking met andere ziekenhuizen, zoals het UMC Utrecht. Het kan zo voorkomen dat de diagnostische fase plaats vindt in het Diakonessenhuis, maar de uiteindelijke operatie in het UMC Utrecht. Florijn vindt het niet lastig om patiënten te moeten verwijzen naar de concurrent, omdat het uiteindelijk gaat om het bieden van kwaliteit. En dat is op deze manier ook gewaarborgd.
 
Alhoewel er in de regio Utrecht veel goede ziekenhuizen ‘op een kluitje’ zitten, vreest Florijn niet voor een Limburgse situatie met een overcapaciteit aan ziekenhuiszorg. Juist door het onderscheidend vermogen van het Diakonessenhuis op de vier speerpunten voorziet Florijn geen gevaar voor het voortbestaan van de organisatie. Zulke strategische keuzes zorgen ook voor marktverschuivingen in de regio. “Door je te onderscheiden van andere ziekenhuizen op bepaalde specialismen, stel je hen ook voor de vraag om te kijken naar hun eigen speerpunten”, gelooft Florijn. “Zetten we allemaal in op hetzelfde specialisme of differentiëren we juist? Het St. Antonius ziekenhuis is uitzonderlijk goed in open hart operaties. Daar gaan we niet op concurreren.”

Gebrek aan daadkracht

Bang voor bezuinigingen in de zorg is Florijn niet, maar wel voor het gebrek aan daadkracht bij het ministerie van VWS. “Ik vrees dat het ministerie, zoals zo vaak, geen keuzes durft te maken. Het ministerie legt maar al te vaak een last op en zegt dan ‘zoek het maar uit’.” Door die opstelling is het inmiddels heel ‘normaal’ dat SEH’s zijn opgescheept met ondermeer activiteitenbegeleiding, psychologische hulp en zorgverlening aan daklozen. Nu doet zich een soortgelijke situatie voor met het budgetplan voor medisch specialisten van demissionair minister Ab Klink. “Klink moet de raden van bestuur niet opzadelen met de onderhandelingen met medisch specialisten. Er is nu een battle field tussen de Orde en VWS en het is aan Klink om nu visie en ruggengraat te demonstreren.”

Marktwerking en ondernemerschap

Rob Florijn juicht marktwerking toe. Binnen het Diakonessenhuis geldt voor veertig procent van het behandelaanbod vrije prijzen tegenover een landelijk percentage van 35 procent. Wat Florijn betreft kan dit worden opgeschroefd naar negentig procent. “Laten we het gewoon doen. Aanvaard de consequenties. Ja, dan gaan er ziekenhuizen failliet. Ja, bepaalde specialismen verdwijnen uit sommige ziekenhuizen. Maar dan ga ik als patiënt toch gewoon naar een ander ziekenhuis?”

Binnen zijn ziekenhuis vindt Florijn in radioloog Floris Sanders een gelijkgestemde. Oud-RVZ-voorzitter Sanders is ook fervent voorvechter van marktwerking. Florijn waardeert deze houding en is blij dat er in zijn ziekenhuis ondernemende mensen werken. Het Diakonessenhuis stimuleert ondernemerschap. Specialisten in loondienst zijn ‘gepusht’ zich aan te sluiten bij maatschappen. Voorheen was een derde van de specialisten in loondienst, nu is dat nog een enkeling. “Om alert te kunnen schakelen is slagvaardigheid een vereiste. Die slagvaardigheid kun je bereiken door een eenheid van leiden bij een loondienstsituatie, maar ook door specialisten de concurrentie te laten aangaan. Vrijgevestigde specialisten zijn alert op veranderingen in de markt en spelen in op kansen. Daar heeft het Diakonessenhuis voor gekozen.” 

Van praten naar poetsen

Toch is marktwerking voor Florijn geen doel, maar een middel. Zijn diepste motivatie komt voort uit het werk dat hij ooit als hulpverlener verrichte, namelijk mensen in nood, soms zelfs in levensbedreigende situaties helpen. “Daar een onderscheid in kunnen maken, is het meest wezenlijke werk wat ik me kan voorstellen. In een bestuurlijke rol kun je soms een groter verschil maken. Je kunt het grotere geheel aansturen en de mensen op de werkvloer positief ondersteunen.” Hiervoor moet de overheid echter wel ruimte creëren. Het advies van Florijn aan de nieuwe minister van VWS is dan ook dat plannen maken weliswaar belangrijk is, maar dat het nu tijd is voor de uitvoering. “Van praten naar poetsen.”

Troubleshooter

Rob Florijn staat op de 65e plaats op de Skipr 99, de ranglijst van de invloedrijkste zorgbeslissers. Alhoewel hij dergelijke lijstjes met de nodige voorzichtigheid bekijkt, constateert hij dat hij in goed gezelschap verkeert. Maar, zegt hij, een hogere notering op de lijst betekent niet per se dat die persoon een betere zorgmanager zou zijn dan een laag genoteerde collega. Met een zestal toezichthoudende functies in ondermeer de thuiszorg en de jeugdzorg leidt Florijn een druk bestaan. Zijn reputatie als troubleshooter heeft hem een toezichthoudende functie bij gehandicaptenzorgorganisatie Philadelphia bezorgd. Daarnaast was Florijn al bekend met de organisatie vanuit zijn vroegere functie als voorzitter van de raad van bestuur van VitaValley waar ook Philadelphia onderdeel van uitmaakte.

Toekomst van Philadelphia

Florijn is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg en de financieel economische portefeuille van Philadelphia. Hij is voorgedragen door cliënten en ouders/belangenbehartigers omdat hij zijn onvrede met de voormalige raad van bestuur nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Nu zijn er volgens hem voldoende waarborgen voor de organisatie gecreëerd om op de goede weg verder te gaan. Zo heeft Philadelphia zich losgemaakt van Espria. Daarnaast zijn bijna alle veelbesproken vastgoedprojecten verkocht, is het statutair reglement herzien en hebben de cliëntenraad en participatieraad opnieuw een belangrijke rol binnen de organisatie gekregen. Daarnaast zijn er reglementen opgesteld voor zowel de raad van toezicht als de raad van bestuur over ondermeer omgangsvormen en criteria voor besluitvorming. “De randvoorwaarden zijn er, nu is het een kwestie van in de gaten houden.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top