Artikel

Zorgbalans en de moed der wanhoop

Een mislukte fusie, berichten over wantoestanden in verpleeghuizen, een enorme boete van de NMa en een mislukkend nieuwbouwproject. De ellende houdt niet op voor Zorgbalans. Maar de organisatie vecht verbeten door. Door Christa Carbo. Uit: Skipr magazine 5, mei 2010.

Zorgbalans, de Haarlemse exploitant van thuiszorg, verzorgings- en verpleeghuizen, trekt al jaren de aandacht met tumult en slecht nieuws. Dat was al zo voordat de huidige bestuursvoorzitter Roelof Jonkers twee jaar geleden aantrad, maar ook sindsdien is het voor Jonkers en zijn medebestuurders een oefening in damage control.

Een slechte fusie, gouden handdrukken voor vertrekkende (falende) bestuurders terwijl er miljoenenverliezen op de balans staan, berichten in de media over wantoestanden in verzorgings- en verpleeghuizen, tonnen boete van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens kartelvorming, een Cliëntenraad die bij de inspectie aan de bel trekt, een HKZ-certificaat dat niet doorgaat, luidruchtig vertrekkend personeel en tenslotte een grootschalig vastgoedproject dat al een blok aan het been is nog voordat er één steen gemetseld is.

Men zou van minder de moed verliezen, maar Zorgbalans schrijft  in haar jongste jaarverslag onverstoorbaar over ‘onze ambitie om over drie jaar te behoren tot de top van de Nederlandse instellingen voor Verpleging, Verzorging en Thuiszorg’. De moed der wanhoop?

Feit is wel dat de organisatie na een periode van miljoenenverliezen in 2008 weer nipt zwarte cijfers schreef. “Zorgbalans heeft de opgaande lijn te pakken”, zei Jonkers vorig jaar. Ook in 2009 verwachtte hij een positief resultaat. Of dit gelukt is, staat nog niet vast. De cijfers over vorig jaar zijn nog niet beschikbaar.

Volgens bestuurder André Agterberg van NU’91, beroepsorganisatie van verpleegkundigen en verzorgenden, is het nog geen koek en ei bij Zorgbalans. Sinds eind vorig jaar heerst er weer onrust onder het personeel. Steen des aanstoots is de hoge werkdruk. Deze zou nog zijn toegenomen als gevolg van de invoering van de zorgzwaartepakketten en een lopende reorganisatie die meer verantwoordelijkheid legt bij de teams op de werkvloer. Zorgbalans erkent desgevraagd de klachten over werkdruk en schrijft deze toe aan de organisatorische gevolgen van de in 2009 ingevoerde zorgzwaartefinanciering, maar ook aan een hoog ziekteverzuim en vacatures. Een actief wervings- en verzuimbeleid moet soelaas bieden.

Fusieleed

In 2006 raakt de middelgrote zorgaanbieder, werkgever van tussen de drie- en vierduizend mensen, in grote moeilijkheden. Oorzaak is een fusie. Een operatie die de organisatie sterker had moeten maken, brengt haar juist aan de rand van de afgrond. Doordat twee bedrijfsculturen aanvankelijk niet goed mengen (de officiële lezing), doordat dat het niet klikt tussen de tot elkaar veroordeelde bestuurders, mogelijk ook doordat zij de omvang van de klus hebben onderschat. Feit is dat onderling gekrakeel het besturen van de onderneming een poos onmogelijk maakt, met grote gevolgen.

Groei lijkt een logische strategie tegen de toenemende tucht van de markt wanneer de Haarlemse ZorgBalans Groep op 1 januari 2006 de veel kleinere Stichting Ouderenzorg Velsen (SOV) overneemt. Samen zullen ze verdergaan als Stichting Zorgbalans, een onderneming met een jaaromzet van zo’n honderd miljoen euro. Opvallend detail is dat de ZorgBalans Groep in het jaar voor de fusie al licht verliesgevend is.

In het jaarverslag over 2005 presenteert de ZorgBalans Groep – eerder al partij bij een reeks van fusies  – de samenvoeging simpelweg als een staaltje risicomanagement. De toekomst is onzeker en fusie biedt in theorie louter voordelen, namelijk ‘versterking van de financiële basis, verbreding van het aanbod van producten en diensten, evenals verbetering van de concurrentiepositie’. In theorie. In  werkelijkheid blijkt de fusie zelf het risico.

Binnen een jaar vechten bestuurders van beide fusiepartners elkaar de tent uit. De raad van toezicht krijgt de zaak niet onder controle en stapt op. Het eerste jaarverslag van de nieuwe organisatie over 2006 is pijnlijk duidelijk over de chaos in de bestuursburelen. Halverwege 2006 ‘ziet de raad van bestuur zich genoodzaakt de raad van toezicht te melden dat de raad van bestuur (…) niet in staat was om de organisatie goed te besturen’. In haar eigen deeljaarverslag laat de raad van toezicht weten in juli te zijn verrast door een onderzoeksrapport ‘Raad van Bestuur Zorgbalans’. De raad van bestuur blijkt een extern adviseur te hebben ingehuurd in een poging de ruzies te bezweren, terwijl de toezichthouders geen idee hebben dat de zaken al zo uit de hand zijn gelopen. Het jaarverslag: “Aan de raad van toezicht was de ernst en omvang van de samenwerkingsproblemen binnen de raad van bestuur niet eerder gemeld.”

Na bestudering van het onderzoeksrapport willen de toezichthouders alle bestuurders individueel op hun competenties laten onderzoeken. Dat weigeren zij. Ook een ultieme lijmpoging in oktober 2006 mislukt. Dan houdt de raad van toezicht het voor gezien, een nieuw team moet de klus overnemen.
Onder de streep is het resultaat van het eerste rampzalige fusiejaar een verlies van dik drie miljoen euro. Het jaar daarop zal financieel nog aanzienlijk slechter aflopen, met een verlies van bijna negen miljoen.

Stoelendans

Met het fusiedebacle komt de onvermijdelijke stoelendans rond de bestuurszetels. Het merendeel van de oudere garde,  Harry Scheeper, Ad van de Nes, Frans Smit en Theo Razenberg, vertrekt met ziekteverlof of vervroegd pensioen. Prijzige interimmers als  Tineke Eckhardt en André van Oorschot  komen en gaan. Al met al een kostbare periode. In 2008 zal bij de publicatie van het jaarverslag over 2007 blijken dat in dit zwaar verliesgevende jaar nog 1,4 miljoen euro wordt uitbetaald aan al lang niet meer werkzame bestuurders. In het Haarlems Dagblad reageert Lesha Witmer van de nieuwe raad van toezicht op de maatschappelijke verontwaardiging: “Deze mensen zijn ingehuurd op hun kwaliteit voor de sector. In de zorg is marktwerking ingevoerd en dus heeft dit ook consequenties voor de beloning: ze krijgen normaal betaald.”

De enige bestuurder die de fusie ‘overleeft’ is oud-SOV-bestuurder Erna van der Pers. Zij is nog steeds lid van de raad van bestuur van Zorgbalans. Voorjaar 2008 treden naast haar twee nieuwe bestuurders aan. Roelof Jonkers, voormalig eerste man van het Eindhovense Catharinaziekenhuis wordt voorzitter; Eduard van Bockel, voorheen directielid van de Rijnland Zorggroep, is de nieuwe financiële man.

De weergekeerde rust aan het bestuurlijke front luidt niet direct een nieuwe lente in voor Zorgbalans. Grote problemen blijven de kop opsteken. In juli 2008 stuurt de Cliëntenraad een brandbrief naar de raad van bestuur,  een kopie gaat naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Een citaat: “Sinds de fusie per 1 januari 2006 tussen de ZorgBalans Groep en de Stichting Ouderenzorg Velsen is het bergafwaarts gegaan en blijft essentiële verbetering uit.(…) We bevinden ons in een neerwaartse spiraal.” Er is sprake van leegloop van gekwalificeerd personeel en het vervangende personeel is slecht, schrijft de raad: “De kwaliteit van deze uitzendkrachten is vaak van een bedroevend laag niveau. Sommigen zijn de Nederlandse taal amper machtig of communiceren bij de uitoefening van hun functie niet in het Nederlands.”

De Cliëntenraad vraagt zich af of de concernleiding wel weet hoe nijpend de toestand is in de tehuizen. En zo ja, wat ze daaraan denkt te doen. Bestuursvoorzitter Jonkers reageert naar buiten toe laconiek. De hele sector heeft last van personeelsproblemen en daar wordt aan gewerkt, is kort samengevat zijn commentaar. Hoe hij de problemen denkt op te lossen, zegt hij niet. Er is sprake van een niet nader toegelicht plan.

Zorgwekkend

De inspectie laat na ontvangst van de brief weten de situatie zorgwekkend te vinden en zegt toe Zorgbalans in de gaten te zullen houden. Dat doet ze opnieuw wanneer begin dit jaar duidelijk wordt dat acht verpleeghuisartsen van Zorgbalans - de helft van het totaal – ontslag hebben genomen. Een aantal van hen is het niet eens met de gevolgen van een reorganisatie in de verpleegzorg, het kleinschalig wonen. Een communicatieprobleem, verklaart Jonkers in de media. André Agterberg van NU’91: “Geen enkele moderne verpleeghuisarts zal tegen kleinschalig wonen zijn. Het gaat erom hoe je het organiseert.” In het Haarlems Dagblad zeggen (anonieme) vertrekkende artsen dat een deel van hun taken wordt overgeheveld naar het toch al zwaar belaste zorgpersoneel, waardoor zij niet meer kunnen instaan voor de veiligheid van de bewoners. André Agterberg: “Tegen de specialisten zou zelfs gezegd zijn dat verpleeghuisartsen misschien helemaal niet nodig zijn.” Zorgbalans laat desgevraagd weten inmiddels vijf nieuwe artsen te hebben gecontracteerd. Aan de overige vacatures wordt nog gewerkt.

Het jaar 2008 brengt nog meer slecht nieuws. De NMa legt een boete op van 800.000 euro omdat Zorgbalans klanten verdeeld zou hebben met de naburige Stichting Viva! Zorggroep, in plaats van gewoon om de klandizie te concurreren. Dat heet kartelvorming en het is verboden. Zorgbalans ontkent en tekent onmiddellijk bezwaar aan, onder de toevoeging desnoods naar de rechter te zullen stappen. De bezwaarprocedure loopt nog.

Bouwplannen

Op papier mag Zorgbalans bezig zijn uit een diep financieel dal te kruipen, de organisatie worstelt tot op de dag van vandaag met de gevolgen van een waarschijnlijk te overmoedig nieuwbouwplan. Een symptoom van de ondernemingszucht die zich in tijden van toenemende marktwerking en economische bloei van meer zorgbestuurders meester maakte. Samen met de gemeente Velsen en in coproductie met projectontwikkelaar Synchroon wil Zorgbalans enkele honderden (zorg)woningen en een multifunctioneel centrum neerzetten op een voormalig ziekenhuisterrein in IJmuiden. Trotse bestuurder Van der Pers twee jaar geleden op de site van een door Zorgbalans geconsulteerd adviesbedrijf: “Als zorgaanbieder neemt Zorgbalans de rol van projectontwikkelaar op zich: we zijn kwartiermaker voor de toekomstige zorg- en welzijnsinfrastructuur van IJmuiden. Daarmee nemen we heel wat financiële risico’s, maar daar staat tegenover dat er iets moois tot stand komt waar alle ogen van Nederland op gericht zijn.”

Dat van de financiële risico’s klopt, de rest is vooralsnog een illusie. De bouwplannen voor de ‘zorgboulevard’ dateren van ver vóór de fusie van 2006, ze kwamen mee met de boedel van de SOV. De bouw is al eerder uitgesteld, had uiterlijk vorig jaar moeten beginnen en volgend jaar af moeten zijn, maar de beoogde locatie ligt nog altijd braak.

Zorgbalans doet pogingen zijn vastgoedbelangen in het project te verkopen, maar nog zonder succes. Dit is mede een probleem omdat het nieuwe complex vervangende woonruimte moet bieden aan de bewoners van Zorgbalans’ verpleeghuis Velserduin in Driehuis, dat verkocht is en over een paar jaar leeg moet.

In de gemeenteraad van Velsen is onrust ontstaan over de aanhoudende onzekerheid rond het project. Bij motie heeft de raad Burgemeester en Wethouders onlangs opgedragen bij Zorgbalans duidelijkheid te vragen. Het Velsens college heeft de raad geschreven dat hij ‘de ontwikkelingen bij Zorgbalans nauwlettend zal blijven volgen’, zonder overigens op de bouwperikelen in te gaan. Volgens gemeentewoordvoerder Edwin van ’t Hart beschouwt de verantwoordelijk wethouder de motie als steun in de rug, maar heeft zij sindsdien geen nadere informatie bij Zorgbalans ingewonnen.
Zorgbalans-bestuurder Erna van der Pers: “Eind 2014 hebben we de huizen nodig voor de bewoners van Velserduin. We willen liefst eind dit jaar met de bouw beginnen, maar dat kan pas als we een vastgoedpartner vinden. Een woningcorporatie die wil investeren in het vastgoedgedeelte, in de huizen dus. Dat is nog niet gelukt, de economische crisis speelt ons parten.”
Feitelijk is de status van de bouwplannen dus uiterst onzeker en wat er gaat gebeuren als geen enkele corporatie wil investeren, is onduidelijk. Het is een mogelijkheid waar Van der Pers niet over wil speculeren.

Van het falen of welslagen van de plannen voor de IJmuidense zorgboulevard hangt voor Zorgbalans veel af. Het gaat niet alleen om de zorgwoningen, de goede naam van de organisatie is ermee gemoeid. Zoals gezegd: Zorgbalans worstelt al sinds haar ontstaan in 2006 met een imagoprobleem.
André Agterberg van NU’91 is ervan overtuigd dat de huidige raad van bestuur doordrongen is van een gevoel van urgentie bij het oplossen van de problemen van Zorgbalans. “Bestuursvoorzitter Jonkers is er sinds 2008 bij betrokken en tot nu toe heeft hij het voordeel van de twijfel. Maar dit jaar moet hij laten zien dat hij het ook echt waarmaakt.”

Zorgbalans doet er alles aan om het negatieve imago af te schudden. In een driejarig Kaizen-verbeterprogramma moeten medewerkers bijvoorbeeld aan kleine en grote verbeteringen werken om kwaliteit van zorg te combineren met slimmer en doelmatiger werken. Erna van der Pers: “De koers is goed, maar we moeten met z’n allen over de finish  komen. We realiseren ons goed dat alle veranderingen flexibiliteit en uithoudingsvermogen van onze medewerkers vragen.  De interne communicatie moet verbeteren en daar werken we hard aan.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top