Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: John Kauffeld - 63

Hoe moet de zorg in tijden van extreme krapte omgaan met de verdeling van gelden en tegelijkertijd kwalitatief verantwoorde zorg voor kwetsbare groepen handhaven? Dat is de vraag waar John Kauffeld zich mee bezig houdt. Hij doet dit met twee petten: vanuit een toegespitst perspectief als bestuurslid bij Espria en een breder perspectief als bestuurslid bij ActiZ.

Resultaat van zorg

Meer dan ooit is de betaalbaarheid van de gezondheidszorg een punt van zorg. Daarom moet de kwaliteit ‘in extremo’ meetbaar zijn, vindt Kauffeld. Hij is in het verleden als bestuurslid bij het kwaliteitsinstituut HKZ betrokken geweest bij de ontwikkeling van normen en meetinstrumenten en constateert dat de aandacht verschuift van het proces van zorg en dienstverlening naar het resultaat van de dienstverlening. “Met resultaat bedoel ik de beleving van de klant. Hoe beleeft en waardeert de klant de zorg? Als bestuurder moet je ook het processtuk borgen.” Het gaat dan bijvoorbeeld om brandveiligheid en verantwoord en goed voedsel in instellingen. “Deze ‘hygiënefactoren’ zijn dissatisfiers als je ze niet op orde hebt,  maar het zijn geen satisfiers als het wel goed is.” Kauffeld vergelijkt dit met een APK-keuring voor de auto. Voor de klant maakt het hoe en wat niet uit, als het resultaat maar een auto is die goed en veilig rijdt. Daar moet de klant op kunnen vertrouwen.

Klant centraal

Kortom, het gaat om kwetsbare mensen de regie over hun eigen leven laten houden en daarmee het centraal stellen van de klant. In concreto betekent dit volgens Kauffeld dat de klant zelf invloed moet kunnen uitoefenen op de benodigde zorg. Daarom maakt hij zich met ActiZ sterk voor een verschuiving naar de invulling het bestedingsrecht, in de vorm van geld of vouchers voor de klant. De klant moet kunnen kiezen tussen zowel aanbieders als aanbod. “Het huidige systeem is soms wat rigide en veelal aanbodsgericht.” Kauffeld pleit voor een meer individuele aanpak, via ondermeer wijkzusters, binnen de diverse raamwerken van de zorg. Zorg is immers geen standaardwerk, stelt hij.

Espria zet de klant centraal door schotten tussen en wonen en zorg te voorkomen. Kauffeld: “Ontschotting in het grotere geheel betekent voor de individu vaak meer schotten, omdat er nieuwe regels voor in de plaats komen.” Het scheiden van wonen en zorg is bijvoorbeeld een belangrijk punt op de politieke agenda. Kauffeld vraagt zich af of dit onderaan de streep een kostenbesparing op zal leveren. Hij ziet meer in gecoördineerde regie tussen wonen en zorg, juist als deze worden gescheiden. Espria en Woonzorg Nederland hebben daarom een personele unie opgericht. Zo wordt de zorg beter gecoördineerd, meent Kauffeld. Hij wil de blokkades tussen de verschillende componenten van zorg elimineren. De lange ligduur in ziekenhuizen wordt volgens hem in stand gehouden door barrières in de overgang van de Zvw naar de AWBZ. Dit vraagt om het contracteren van zorg in de breedte van de keten: carebreed.

Schaalgrootte en kleinschaligheid

Zorgconcern Espria bestaat uit de organisaties Evean, Icare, Zorggroep Meander, GGZ Drenthe, De Trans, De KraamvogelKruiswerk West Veluwe, de Jeugdgezondheidszorg en een actieve ledenvereniging. Philadelphia is onlangs verzelfstandigd. Dit heeft geen consequenties voor de bedrijfsvoering. Met het vertrek van een landelijke aanbieder als Philadelphia is de omvang een andere geworden,  maar de keten is nog steeds aanwezig, zij het alleen in de Drenthe en Groningen. De gedachtegang achter het eerdere samengaan met Philadelphia bestaat uit drie componenten: wonen en welzijn hangen nauw samen, de ambitie om onafhankelijk van de doelgroep te werken en dit ongeacht de locatie in Nederland. “De essentie is dus niet de schaal, zoals veelal verondersteld wordt. Dankzij de schaalgrootte kunnen we wel een kostendaling in de backoffice realiseren en innovatiever zijn, maar het concept is van oudsher klantgericht, kleinschalig en puur wijk- en buurtgericht.”

Het verwijt dat de fusiedrift van Espria alleen maar gemeenschapsgeld zou kosten, verwerpt Kauffeld. “Zonder inmenging van Espria hadden Stichting Integra en Kruiswerk West-Veluwe nu niet meer bestaan en had Vitras/CMD in grote problemen gezeten. De overheid heeft nooit een dubbeltje hoeven bijdragen aan de redding van deze organisaties.” Philadelphia dreigde over de rand van de afgrond te vallen. Kauffeld is blij dat Espria heeft kunnen ingrijpen en dat de organisatie nu een omslag heeft kunnen maken. Als Espria dat niet had gedaan, dan had er overheidsgeld bij gemoeten, meent hij.

Kartelvorming

Het samengaan van de organisaties in Espria brengt met zich mee dat het concern minder problemen heeft op juridisch, fiscaal en mededinging  gebied wat betreft regelgeving. Het is een beetje tegenstrijdig, stelt Kauffeld, maar dankzij de organisatievorm kampt Espria minder met kartelproblemen. De organisatie kijkt bij nieuwe initiatieven altijd of deze wel ‘mededingingsproof’ zijn en laat deze toetsen door de Nma.

De Actiz-leden hebben de Nma-regeling om ‘oude kartelproblemen’ in de thuiszorg versneld af te wikkelen en boetes te verlagen afgewezen. Kauffeld vindt dat jammer. Het zet namelijk de relatie tussen de partijen op scherp en leidt tot angst en terughoudendheid in de sector. Zonde, want wat Kauffeld betreft is samenwerken en coproductie haast synoniem aan zorg en dienstverlening. Persoonlijk vindt Kauffeld het pure winst voor de sector dat het compliancebeleid voor de toekomst door Actiz-leden wordt onderschreven. Voor het verleden moet nog wel een oplossing komen.

Zelfzorg en mantelzorg

“Het is de komende jaren niet alleen zaak te kijken hoe er met minder middelen dezelfde zorg kan worden geleverd, maar ook, en vooral, hoe zelfzorg en mantelzorg verder versterkt kunnen worden. Espria wil daarbij nadrukkelijk dat cliënten hun eigen regie kunnen blijven voeren. De overheid moet dit ondersteunen en aanjagen, maar niet met te veel regulering.” Espria biedt bijvoorbeeld leerprogramma’s voor cliënten en naasten om zelfzorg toe te passen, maar draagt ook bij aan de zorg en het welzijn van ouderen door hen te helpen met het schoonmaken van de dakgoot of in de winter zout te strooien. Met de ledenvereniging met 400.000 huishoudens als lid en daardoor een bereik van een miljoen burgers probeert Espria toegevoegde waarde te creëren door een breed pakket aan service en diensten aan te bieden. Hierbij staat maatschappelijke betrokkenheid en solidariteit centraal.

“Voor ons staat buiten kijf dat een oplossing voor de financiële problemen in de zorg zelfzorg en mantelzorg is. De nieuwe minister van VWS moet zoveel mogelijk keuzevrijheid geven aan de burgers en zorgaanbieders dienen daarop aan te sluiten.” Volgens Kauffeld is het tijd voor een andere inrichting van zorg en moet er geen mathematische berekening aan de voordeur plaatsvinden.

Geeft Kauffeld zelf het goede voorbeeld op het gebied van mantelzorg? Zijn moeder is een ‘bescheiden cliënt’, ze is geen grote afnemer van zorg. Kauffeld zorgt voor het tuintje van zijn moeder, maar, zegt hij over zijn eigen inzet, het is eigenlijk altijd te kort en het zou best wat meer mogen zijn.”

Uit ervaring weet Espria dat ouders van thuiswonende jonge gehandicapte kinderen soms even op adem moeten komen. Door deze kinderen periodiek uit hun omgeving te halen en gezinnen te ontlasten, worden opnames uitgesteld. Daarom is investeren in preventie ook een noodzaak. De problemen ontstaan ook vooral op het veld tussen volledige opname en volledig thuis wonen, meent Kauffeld. En dat is precies de reden dat mensen zelf de regie in handen moeten krijgen. De uitdaging is daarbij om de ondersteunende activiteiten zo goedkoop mogelijk te leveren, daarom zijn innovaties nodig. Vooral praktijkgedreven innovaties zoals projecten voor trombose- en diabetesmanagement. Met deze vormen van zelfzorg en preventie is het mogelijk om de vraag naar zware zorg te doen afnemen.

Marktwerking

Als de klant overigens centraal staat, dan is er per definitie sprake van een markt. Dat is bijna een wetmatigheid, stelt Kauffeld. Maar wat hem betreft is marktwerking eigenlijk een non-issue. De echte vraag is hoe de marktordening  wordt ingevuld. “Het is wellicht wat semantisch, maar ik zie twee opties. Of er komt meer ruimte voor de invulling van zorg door de klant en de professional, minder rigide dus en toetsing via steekproeven,  of je houdt vast aan een wantrouwend paradigma. Maar ik vind het dichttimmeren aan de voorkant minder zinvol.” Uiteindelijk kan de zorg niet zonder een gezonde vorm van competitie. Dat is een zegen voor de klant, want die heeft keuzes, maar een vloek voor de aanbieders, want marktwerking vraagt om regels.

Goed bestuur

Kauffeld heeft veel ervaring als bestuurder in de zorg. Drie elementen zijn essentieel voor goed bestuur. Ten eerste passie voor de doelgroep. Een bestuurder zonder passie redt het niet. Ten tweede resultaatgerichtheid, op klant- en medewerkersniveau. En tot slot: transparantie, transparantie én transparantie. Dit betekent voor Kauffeld een proactieve verantwoording en een goede inrichting van de cockpit. “De wantrouwende houding van de politiek en overheid moet keren naar een vertrouwenssituatie. Dat kan alleen door maximaal transparant te zijn.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top